In 2007 ben ik begonnen om ook de dieren in de
tuin te beschrijven. Omdat het veel te veel werd heb ik de insecten en spinnen op aparte pagina's gezet. (zie boven) Ik beschrijf niet alle dieren. Je zult
bijvoorbeeld geen vogels aantreffen. Er zijn nu ook subpagina's bij
de insecten toegevoegd. (zie onderaan deze pagina)
Onderaan de bladzijde heb ik links naar insectensites staan.
Hij heeft een wat gedrongen uiterlijk vind ik. Hij blijft meestal in de
buurt van de vijver. Ze overwinteren op de bodem van een sloot. In dit
geval van de vijver. Ik hoop, dat hij de reiger overleefd heeft. De
derde foto is een jonge kikker in april door mijn vrouw
gefotografeerd.
Hij schijnt nogal vraatzuchtig te zijn. Hij eet voornamelijk insecten,
larven, slakken en wormen.
Hij is wat later met de eierafzetting. (eind mei tot begin juni.) Eerst
eten ze heel veel. De eieren worden afgezet in verschillende klonten.
Verspreiding: In Europa vanaf de Middellandse zee tot het zuidelijk puntje
van Scandinavië. In Nederland is de populatie achteruit gegaan.
Bruine Kikker (Rana
temporaria).
De Bruine Kikker kom je veel verder van de vijver tegen, dan de Groene Kikker.
Vandaag (5 maart 2007) ontdekte mijn vrouw er een in een emmer regenwater.
Normaal is het niet zo makkelijk om foto's te maken. Ik heb dus eerst de kamera
gepakt, voordat ik hem er uithaalde.
De Bruine Kikker is de meest verbreide kikkersoort van Europa. Hij kan goed
tegen de kou. Hij overwintert laat en komt weer vroeg te voorschijn.
Voedsel: Insecten, wormen en andere kleine diertjes.
Op 1 april (geen grap) zagen we het eerste kikkerdril in de vijver. Links onder
zie je ook de snoeren met eitjes van de padden.
Op 3-11 heb ik de laatste bruine kikker gefotografeerd. Hij zag er
weldoorvoed uit. Wat natuurlijk ook nodig is voor de winter. Hij is ook
veel lichter van kleur. Je kunt ze herkennen aan de donkere vlek achter
het oog.
The white-lipped tree frog, the giant tree
frog (Litoria infrafrenata). De grootste boomkikker van de wereld.
Inheems in de regenwouden van Noord Queensland, New Guinea, the Bismarck
Islands en the Admiralty Islands.
Maar wat doet die op een Nederlandse tuinsite? Mijn vrouw had foto's
van onze kikkers in de vijver naar haar broer George gestuurd, die in Australië
in de buurt van Cairns woont. Hij stuurde een foto van deze boomkikker
terug, die hij genomen had in zijn tuin. Hij vond het wel wat voor m'n
tuinsite. Tja...We waren zo trots op onze kikkers. Deze boomkikker kan wel 13 cm worden.
Hier heb ik enkele foto's van zijn tuin geplaatst. http://members.quicknet.nl/tj.de.graaf/Kuranda.htm De boomkikker (Hyla arborea) is de enige soort, die in Nederland
voorkomt. Niet bij ons in de buurt. Dat zeldzame beestje wordt maar 4 of 5 cm.
Onze bruine kikkers in 2013. Foto 17-4-2013.
Salamanders
Kleine Watersalamander
(Triturus vulgaris) De kleine salamander leeft
in een groot deel van Europa. (niet in Spanje) Het is de meest noordelijk
levende salamandersoort. Hij komt ook in Noorwegen en Zweden voor. In
Nederland is hij heel algemeen. In april tot juni zie je ze in de vijver, daarna
gaan ze aan land.
Vandaag (5 maart 2007)heb ik de meterput (staat droog) opengemaakt. Zoals elk jaar zaten er
weer een paar salamanders, die daar de winter hebben doorgebracht. Ze zien er
altijd mager uit. Vooral als je ze vergelijkt met een salamander, die ik dezelfde
dag uit een
klein vijvertje had gehaald, tijdens het schoonmaken . Een was ik bijna
vergeten. Op de foto zie je wel waarom. (schutkleur) De buik heeft een kleurtje.
Dat zie je als je ze op hun rug legt. Ze houden zich dan dood. Tijdens de
paartijd is het mannetje op zijn mooist.
Padden
De Gewone Pad (Bufo bufo) behoort
tot de familie echte
padden of Bufonidae. Er zijn volgens wikipedia ook soorten padden, die
eigenlijk niet tot die familie behoren. Ik was (11 maart. 2007) aan het
werk bij de composthoop, toen mijn oog op de pad viel. Hij zat verscholen
in de hoop. Ik heb een paar foto's gemaakt en hem daarna met rust gelaten.
Overdag zie je hem niet, behalve tijdens de paartijd. Dan zie je in de
vijver de veel kleinere mannetjes op de vrouwtjes wachten.(maart-april) Ze
keren altijd naar de zelfde plek terug. Ook de kikkers valt hij lastig.
In de buurt zijn paddentunnels aangelegd voor de terugkerende padden. Vaak
lift een mannetje mee op de rug van een vrouwtje.
In de vijver verschijnen
daarna snoeren met eitjes. De foto met de dubbele snoeren met eitjes
is op 1 april genomen. De andere op 2 april.
Het padje op de foto zal nu een jaar oud zijn.
De padden verlaten ze het water weer en gaan op jacht als het donker is.
Tuinslakken en naaktslakken Twee foto's van slakken. Tijdens het snoeien heb ik de huisjesslakken verzameld, die ik tegen kwam. De bruine naaktslak vond ik bij de
composthoop. De andere vond ik in de meterput. Het viel mij op, dat er maar heel
weinig over de soorten op internet te vinden is.
Het fotograferen viel wat tegen. Twee
naaktslakken (zie foto) gingen verbazingwekkend snel alle kanten op. Toen
was ook nog de accu leeg. De andere slakken begonnen ook vaart te krijgen. De
huisjes slakken heb ik teruggedaan in de emmer. De naaktslakken heb ik laten
gaan.
Slakken zijn hermafrodiet (tweeslachtig). Na de paring leggen beide
slakken eitjes. Als smeermiddel gebruiken ze tijdens het voortbewegen een slijmlaag. De bruine
is een grote wegslak (Arion rufus). Van hem heb ik het meeste last. Hij
eet zelfs van de cactussen met scherpe stekels. Hem zie je ook het meest
overdag, als het vochtig is. Op de foto is hij in rust.
Hij trekt zich dan samen. De grijze met donkere vlekken is een grote
aardslak (Limax maximus) Hij kan nog 15 tot 20 cm lang worden. Het is een
alleseter en schijnt zelfs andere slakken te eten. Hij kan drie jaar
worden. De grote is een ook een grote
aardslak (Limax maximus), maar dan wat donker uitgevallen. De groene
is een gele aardslak Limacus flavus
De lichte aardslak Limacus flavus (Limax (limacus)
flavus) was vanaf de foto met de verzameling niet te determineren.
Daarom heb ik nog een exemplaar gezocht en op de foto gezet.
Opvallend bij dit dier is de gelige kleur van het lichaam met de
contrasterende blauw gekleurde voelsprieten. Je vindt ze vaak in de
buurt van huizen. Bij mij vooral in de watermeterput. Voor het
determineren wil ik Tello
Neckheim en Arjan
de Groot bedanken.
De tuinslakken of huisjesslakken vind ik minder
agressief. Het grote huisje is van een segrijnslak(Cornu aspersum voorheen
Helix aspersa). Ik zag alleen
een leeg huisje, terwijl ik ze meestal overal tegenkom.(tussen potten, open
haardhout enz.) Misschien komt het door de droogte. De andere slakken heb
ik tijdens de droogte helemaal stil tegen de stam van de pruimenboom zien
zitten. Ze sluiten de opening van hun huisje net als in de winter met
slijm af. Sommige soorten worden wel tien jaar oud.
De roze tuinslak (Cepaea nemoralis) heeft verschillende namen: gewone
tuinslak, de zwartgerande tuinslak en de zwartliptuinslak De geel groene
huisjesslak is een witgerande tuinslak (Cepaea hortensis). Hij wordt ook
wel witliphuisjesslak genoemd. De huisjes kunnen ook een band hebben. Dat
maakt het determineren lastig. Ik hoop, dat ik het goed heb.
Bestrijding. Voor de cactussen gebruik ik Escar-go. De slakken eten het
op, trekken zich terug en gaan dood. Het is niet giftig en dus niet
schadelijk voor andere dieren. Hosta's plant ik niet meer. Als ik
slakken tegen kom op gevoelige planten, zet ik ze op de composthoop, daar
mogen ze wel eten.
Andere planten, die ik heb en die last hebben van slakken zijn Acanthus
mollis, Eendagsbloem (Tradescantia) ( vooral tegen het eind van de
bloeiperiode), Ligularia,Zonnehoed (Echinacea) Voor
deze planten hoef ik niet of een enkele keer te strooien. Planten zoals
afrikaantjes zet ik niet meer in de tuin. Ik laat zoveel mogelijk de
natuur zijn gang gaan. Dorre bladeren laten liggen of schelpen strooien
helpt niet bij naaktslakken heb ik gemerkt.
Vijanden: lijsters, kevers, mollen, egels en muizen.
Gewone Barnsteenslak (Succinea
putris) Familie Barnsteenslakken (Succineidae)
Deze slak heb ik in juni gefotografeerd. Ik weet niet hoe hij in de tuin
is gekomen.
Want hij leeft in vochtige plekken. Bijvoorbeeld natte weiden en moerassen.
Dit is nog een jonge slak, want hij kan 2 cm groot worden. De naam
barnsteen heeft hij te danken aan de kleur van het huisje en omdat het zo
doorschijnend is. Het huisjes heeft 3 tot 4 windingen. De laatste is sterk
verbreed.
Er zijn ook vele kleine slakjes in de tuin, die
je pas ziet als je tussen bladeren en stenen gaat zoeken. Van deze slakjes
heb je geen last.
Boerenknoopje. (Discus rotundatus). Familie Discidae.
In Nederland is deze soort eigenlijk met geen enkele andere te
verwarren. Kenmerken: de scherpe ribbeltjes en de bruine vlekjes.
Het huisje is ongeveer 6 mm. Het slakje eet plantaardig materiaal en
schimmels. Ik vind ze vooral onder stenen, stukken hout in de buurt van de
composthoop.
Foto's 30-8-2012.
Bruine blinkslak
(Aegopinella nitidula). Familie Oxychilidae.
Blinkslak vanwege de oppervlakteglans. Toch is hij bij deze soort nog vrij
mat. De schelp is een beetje aangetast door erosie. Het huisje is 9 mm
groot. Je kunt hem in het voorjaar al vinden.
Foto's 21-4-2008
Bedankt voor determinatie: Arjan de Groot en Tello Neckheim
Gewone haarslak (Trochulus hispidus,
Trichia hispida) Familie Hygromiidae.
Het slakenhuis van dit
slakje heeft korte haren. Iets wat je niet vaak ziet.
Het huisje is ongeveer 6 mm.
Europa. Foto's 30-11-2011.
Cochlicopa, misschien Cochlicopa
lubrica, de Glanzende agaathoren. Familie Cochlicopidae.
Dit slakje vond ik onder een stuk hout samen met een aantal
boerenknoopjes. Het huisje is 5 tot 7 mm groot. (op de foto 5 mm) Er op
lijkende soorten zijn Cochlicopa lubricella en Cochlicopa nitens. Hij eet plantenafval, schimmels, maar soms ook met verse bladeren.
Europa, Noord-Amerika. maar nu ook o.a. in Australië, Nieuw Zeeland
en Zuid-Afrika.
Foto's 30-10-2010. Cochlicopa met Discus rotundatus.
Andere insecten
Hier een paar insecten, die niet bij de andere groepen
horen, maar die ik wel interessant vind.
Sprinkhanen
Ik zie niet zo veel soorten in de tuin. Deze zie ik wel
geregeld. In 2011 zal ik proberen wat meer soorten te fotograferen.
Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima)
vrouw
Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima)
Man
Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima)
Familie Sabelsprinkhanen (Tettigoniidae) Foto's augustus 2010
Zoals je op de foto's ziet is er een duidelijk verschil tussen de
mannetjes en de vrouwtjes van deze licht groene sprinkhaan. De vrouwtjes
hebben een kleine naar boven gekrulde legbuis. De vleugels zijn ook klein.
Er op lijkende soorten zijn de zaagsprinkhaan (groter) en de oostelijke
struiksprinkhaan (witte strepen langs de flanken)
Het geluid, dat ze maken, is te hoog voor het menselijk oor.
Mannetjes 10 - 13 millimeter, vrouwtjes 13- 18 mm.
In grote delen van Europa.
Juni - oktober.
Zuidelijke
boomsprinkhaan (Meconema meridionale) Familie Sabelsprinkhanen(Tettigoniidae),
onderfamilie Meconematinae.
Een
licht groene sprinkhaan met een duidelijke lichtgele streep van kop tot
het achtereind van het lichaam. De vleugels zijn heel klein. Vliegen doen
ze dus niet. Je ziet ze ook niet springen. Het mannetje heeft een
draadachtige cerci. Het vrouwtje heeft een vrij lange sabelvormige
legbuis.
Het
is een Zuid-Europese soort, die hoogst waarschijnlijk samen met
tuinplanten in Nederland terecht is gekomen. Ook kunnen ze meegelift zijn
met vakantiegangers. Hij leeft van kleine beestjes als bladluizen.
Mannetjes
11 - 13 mm, vrouwtjes 11 - 16 mm. Augustus - november.
Foto vrouwtje 17-10-2010
Schietmot of kokerjuffer. Het is
een glyphotaelius pellucidus. Orde Trichoptera.
Dit is een algemene soort en is te herkennen
aan een ingekeepte buitenrand van de voorvleugel. In Nederland zijn er 177 soorten bekend.
De larven komen voor in het water en maken van plantendelen en steentjes
een kokertje, waar ze in kruipen. Het huisje is aan beide kanten open. aan
de voorkant wordt hij elke keer vergroot. Ik kom ze heel vaak tegen in de
vijver. Het kokertje verschilt per soort. Ze verpoppen zich in de koker.
De pop zwemt naar het oppervlak. Daarna komt de imago te voorschijn.
De schietmot eet nauwelijks. De eitjes worden in een geleipakket aan een
oeverplant bevestigd.
De lange naar voren uitstekende antennes zijn heel opvallend
Kokertje van een schietmot, Trichoptera. Uit de vijver. Foto 10-6-2012
Elzenvlieg of slijkvlieg (Sialis cf.
lutaria). Familie slijkvliegen (Sialidae) Orde grootvleugeligen (Megaloptera)
Een donkerbruin insect met grote vleugels, die in rust als een afdakje
over het lichaam zijn gevouwen. De aders in de vleugels zijn heel
duidelijk te zien. Ondanks de naam is het geen vlieg. Hij heeft vier
vleugels.
cf betekent hoogstwaarschijnlijk. Want vanaf foto's is hij niet
te onder te onderscheiden van andere soorten. Dit is de meest algemene
slijkvlieg. De eitjes worden aan planten bij het water afgezet. Als ze
uitkomen laten de larven zich in het water vallen. Ze leven daar op de
bodem van bijvoorbeeld insectenlarven.
Sialis lutaria is te vinden bij stilstaand of langzaam stromend water. Sialis fuliginosais
vooral bij snelstromend water, Sialis nigripes bij grote rivieren en
Sialis flavilatera bij modderig, stilstaand water. In Europa zijn er zes
soorten bekend.
Lengte 35 mm. Mei - augustus.
Er zijn veel soorten gaasvliegen, die niet allemaal makkelijk uit elkaar
te houden zijn.
Zoals op de foto goed is te zien, zijn de vier doorzichtige vleugels in rust als een
afdakje gevouwen. De ogen zijn goudkleurig. Een algemene soort.
De eitjes worden op het uiteinde van zijden steeltjes gelegd. De larven
leven van bladluizen, terwijl volwassen dieren ook nectar eten. Het is een
nachtdier.
Ze worden in de
kassen gebruikt tegen luizen. Sommige soorten gaasvliegenlarven zijn gecamoufleerd met
stukjes plant of dode luizen. Zie hier.
In een jaar twee generaties. De imago overwintert en wordt dan bruin. Dat
is nog niet bij deze te zien (foto: 8 nov.) Wel op een andere foto (10 apr)
De afgebeelde larve kan ook
van een ander soort gaasvlieg zijn.
Lengte: 10 - 17 mm.
Hier is veel meer informatie te vinden: http://waarneming.nl/soort/info/1806
larve gaasvlieg
Een gecamoufleerde gaasvlieglarve.
Haft,
ééndagsvlieg, Cloeon dipterum. Familie Baetidae
Eéndagsvlieg
omdat de volwassen haft kort leeft. Ze hebben twee of drie staartdraden
aan het achterlichaam. De nimfen leven langer. (een jaar)
Apart is het, dat het vrouwtjes de eitjes in het lichaam bewaart en dat ze
in het lichaam uitkomen. Ook is het heel apart, dat haften nog een laatste
keer vervellen als ze al vleugels hebben. De volwassenen eten niet meer.
De nimfen van de verschillende soorten haften leven in het water of in de
drassige bodem.
Cloeon
dipterum heeft geen achtervleugels, zoals andere soorten en twee
staartdraden. Mannetjes zijn te herkennen aan de kolomogen.
Foto vrouwtje 4-7-2011
Schorpioenvlieg vrouwtje Panorpa germanica
Schorpioenvlieg mannetje Panorpa germanica
Schorpioenvlieg
(Panorpa)
Het is een aparte groep nl. de Mecoptera. Ze hebben
vier vleugels.
Hij houdt niet van volle
zon en zoekt daarom de schaduw op. (Panorpa vulgaris doet dat minder) De naam schorpioen heeft hij gekregen,
omdat het mannetje aan de uiteinde een tang heeft, waarmee hij het
vrouwtje kan vasthouden tijdens de paring.
Lengte ongeveer 15 mm.
Als je goed kijkt, zie je dat hij een soort snavel heeft. Vandaar de naam
snavelvlieg. Hij eet dode insecten en vruchten.
De larve lijkt op een rups en kun je tussen bladafval vinden.
Bij de paring heeft het vrouwtje er vaak eerder genoeg van. Het mannetje
kan dan het volgende doen.
* Het vrouwtje lokken met een lekker hapje dood beest om als ze daar dan
van zit te smikkelen z'n gang te kunnen gaan. Voor dit geschenk geldt dus
hoe groter hoe beter, want dan is ze langer bezig.
* Met de tang geleidt het mannetje de copula en houdt de staart van het
wijfje er deels ook mee vast. Maar tegelijk wordt de vleugel van het
vrouwtje ingeklemd onder het notaalorgaan (dat nokje op de rug van het
derde achterlijfssegment). Als ze onverhoopt snel klaar is met eten kan ze
dus moeilijk wegkomen.
* Terwijl het vrouwtje knabbelt, probeert het mannetje nog speekselklompen
te produceren, die hij haar aanbiedt, zodra het vorige maaltje op is,
zodat ze rustig kan blijven eten. Bij gebrek aan kadavers kan ook van meet
af aan zo'n speekselhapje worden aangeboden en als het mannetje in de
voorgaande tijd goed heeft gegeten, kan hij er een aantal na elkaar
produceren om het vrouwtje bij de les te houden.
Het afgelopen, zodra het vrouwtje zich los weet te wurmen.
Zie: voorbeeld
1 en voorbeeld
2
Dit zijn foto's van enkele jaren geleden. In 2009 heb ik er weer een
aantal gefotografeerd. De mannetjes zijn wat makkelijker te determineren
aan de hand van het mannelijke genitaal (aanhangseltjes op de
staart"stekel") Tegenwoordig lukt het ook met de
vleugeltekening. Omdat die enigszins variabel is, is dat lastig.
Er zijn in Nederland 5 soorten. Maar Aulops alpina schijnt al
heel lang niet meer te zijn waargenomen.
Arp Kruithof heeft heel wat onderzoek gedaan. Hij heeft de
schorpioenvliegen hieronder voor me gedetermineerd. Dit is zijn
commentaar.
Bedankt Arp
Man: Panorpa germanica - Hypovalven op staart
duidelijk; Notaalorgaan (spoiler op T3) groot; Vleugelpatroon standaard
voor germanica.
Man: Panorpa germanica - Hypovalven op staart
iets onduidelijk. Spoiler op T3 vrijwel verstopt achter vleugels, maar
lijkt net zichtbaar/groot, vleugelpatroon typisch voor germanica; kop met
zwarte vlek bovenop dus geen cognata.
Man: Panorpa vulgaris - Hypovalven op staart iets
onduidelijk maar lijken okay; Notaalorgaan (T3) onopvallend; T6/T7 rond;
Kop zwart bovenop; Vleugeltekening typisch met enorme basaalvlek.
Vrouw: Panorpa germanica - maar lastige. Tamelijk
zwaar getekend voor germanica en daardoor erg dicht bij vulgaris.
Als je in de tuin aan het werk bent, zie je allerlei
kleine beestjes wegspringen. Dat zijn meestal springstaartjes. Het zijn nuttige
beestjes, want ze voeden zich met schimmels en rottend organisch materiaal.
Vaak zijn ze niet groter dan een mm. In ieder geval kleiner dan 6 mm. Ze
hebben een gevorkte "staart" (furcula), die ze onder hun lichaam houden.
Normaal zit de vork vast met een soort grendeltje. Met deze
"staart" kunnen ze bij gevaar voor zo'n beestje enorme sprongen maken.
Ze klappen
hem dan uit. Het is een
aparte groep in het dierenrijk en worden dus niet tot de insecten gerekend. Ze
hebben wel zes poten.
Er zijn twee vormen. Rond en langwerpig. Van beide groepen laat ik er
een paar zien. Maar er zijn heel veel soorten. Een geweldige site over
springstaartjes is de site van Frans
Janssens. Ook op
de site van Steve
Hopkin is veel
informatie te vinden. Jan
van Duinen heeft nu ook een
interessante pagina op zijn site geplaatst over springstaartjes.
Matty Berg en Jan van Duinen bedankt voor de hulp bij het determineren.
Springstaarten met ronde vormen:
Dicyrtomina saundersi. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Dicyrtomina saundersi is herkenbaar aan
tweekleurige antennes. Verder is het lichaam prachtig getekend. Op zijn
achterkant is een vlek, die er uitziet als een kruis met dwarsbalken.
linksonder op de foto zie een nog veel kleiner langwerpig springstaartje.
Foto's 7-3-2011.
Dicyrtomina ornata. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Dit
springstaartje lijkt op de D. saundersi. maar de antennes hebben één
kleur. De vlek op de achterkant is minder duidelijk getekend. Dit is de bovenste van de twee. Het onderste springstaartje is
hoogstwaarschijnlijk een lichte Dicyrtoma fusca. Foto's 7-3-2011.
Dicyrtoma fusca. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Dit springstaartje
is minder getekend dan de bovenste twee. Ze hebben een kort vierde
antenneleedje. ( Een kenmerk van Dictyrtoma)
Foto's 7-3-2011.
Langwerpige
springstaarten:
Allacma fusca. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Na regenbuien kun je veel Allacma fusca'sop boomstammen vinden op
zoek naar algen. Ik zie ze dan op mijn kasje. Daarop zitten ook algen.
Foto's 14-8-2012.
Orchesella cincta. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Een wat
groter springstaartje. Dit springstaartje is het bovenste stukje van de antenne
kwijtgeraakt. De onderste is kleiner en minder duidelijk getekend.
Foto,s 7-3-2011.
Orchesella villosa. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Ongeveer 4 mm.
Prachtig getekend.
Foto's 20-3-2011.
Tomocerus vulgaris. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Ongeveer 4 mm
en heel beweeglijk. Gelukkig bleef hij toch even stil zitten voor de
foto. Donker en glanzend in de
zon. Foto's 19-3-2011. Op 12-12-2011 zag ik een heel
licht springstaartje. Het was ook een Tomocerus vulgaris. Deze was zijn
schubben kwijt. Dan verschijnt de licht gele kleur, die er onder zit.
Willowsia platani. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Een klein springstaartje. Hij wandelde over het closetpapier.
Ongeveer 3 mm groot. Hoogstwaarschijnlijk meegelift, want hij komt voor in
de buurt van platanen. Die staan niet bij ons huis. Foto's 17-7-2011.
Vertagopusspec. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Vertagopus arboreus en Vertagopus cinerea zijn algemene soorten, maar er
zijn er meer. De verschillen zijn heel klein. En het springstaartje op de
foto is al zo klein. Ongeveer 2 mm. Foto 30-12-2011.
Heteromurus nitidus. FamilieSpringstaarten (Collembola). Het lijkt wel een albino. Door het weerkaatsen van het zonlicht ziet
hij er iets lichter uit. Hij heeft ook nog twee rode oogjes. (nog net te
zien als je de eerste foto vergroot.) Verder is hij herkenbaar aan het
gedeelde eerste antennelid. Op de tweede foto zie je hem samen met een
jong naaktslakje. Foto's 25-02-2012.
Entomobrya albocincta. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Ongeveer 2 mm. Opvallend is de witte band bij de schouders. op de rug zie
je nog een oranje band. De achterkant is ook oranje. Door deze
kenmerken is hij moeilijk met een ander springstaartje te verwarren. Foto's 11-3-2012.
Entomobrya nivalis. FamilieSpringstaarten (Collembola).
Meestal is hij olijfgroen, maar hij kan ook geel zijn. Het springstaartje
op de foto is ongeveer 2 mm.
Foto's 2-12-2011, 21-3-20112.
Tripsen
(Thysanoptera)
Trips
spec, Thrips spec.Orde Tripsen (Thysanoptera). Ook wel Onweersbeestjes of Donderbeestjes genoemd.
De
orde Tripsen bestaat weer uit verschillende families. Het zijn heel
kleine, slanke insecten van 0,5 - 5 mm.
Sommige tripsen zuigen plantensappen op en worden als schadelijk
beschouwd. Andere voeden zich met sappen van insecten als mijten of van
schimmels. Er zijn heel veel soorten. Bij deze trips zijn geen vleugels te
zien. Hij was ongeveer 3 mm. Er zijn ongevleugelde en gevleugelde tripsen.
Ze kunnen niet zo goed vliegen met de rafelige vleugels. (thysanos rafel en pteron
vleugel). Ze
kunnen wel ver en hoog door de wind worden meegevoerd.
Op deze foto is te zien, dat de vrouwtjes een legboor hebben. Deze trips
zat met andere tripsen op een houtblok. Foto 20-7-2012.
Een 2, 3 mm grote nimf van een Bloemenwants(Orius spec) 5e stadium met een trips als prooi. Alleen te zien op de
grote foto. Foto 21-7-2012.
Ik zou geen vogels behandelen. Maar dit kon ik toch niet
laten. Vandaag (1 april) zag ik een winterkoninkje de schuur
invliegen. Toen ik later een kijkje nam, zag ik dit nestje in de touwen.
Dit jaar (2008 een jaar later) heeft er weer een winterkoninkje gebroed.
Toen de kat van onze dochter weer eens logeerde, hoorde je aan het
winterkoninkje waar hij zat.
Dit is Oscar. De kat van onze
dochter, die soms bij
ons komt logeren.
Ze vond, dat hij niet mocht ontbreken tussen de tuindieren.
Twee foto's van Oscar twee jaar later. (mei 2009) Hij blijkt een
oogafwijking te hebben en ziet heel weinig. Toch vindt hij het nog
heerlijk in de tuin.
Ook als hij een half jaar niet geweest is, weet hij nog goed de weg.
Hier zit hij op de brug over de vijver.
Als je de foto vergroot, zie je hem aan de kant van de vijver tussen de
adderwortels zitten. Ze waren bijna in bloei.
Links:
Als jouw dier, dat je zoekt, niet op deze bladzijden staat, kun je eens kijken
bij The Garden
Safari
van Hans Arentsen en Hania Berdys, Insecten
fotosite van
Albert deWilde of www.veluwe-insecten.nl
van Han Endt. Je kunt ook kijken op de Duitse sites: www.natur-in-nrw.de
van Axel Steiner, Naturraum
Stuxvan
Michael Stemmer en Tiere im Garten und umgebung www.rutkies.de
/ www.rutkies.de/insektenvan Wolfgang Rutkies. Macro's
Macroshots Een website over een
hobby het van dichtbij fotograferen van insecten en aanverwante dieren.
Prachtige foto's, interessante informatie. Vliegen
en Muggen van J.A. van Erkelens Een site over vliegen met veel mooie foto's van Joke van
Erkelens. Insecten-fotos.nl
Insectenfoto's van Mike.
Insecten....en
zo. Insectenfoto's en... andere foto's van
Trudy Riool. Natuur
in beeld. Foto's van vogels en insecten van
Johan van Beilen.
Natural
History PhotographsEen
site van Cor Zonneveld. Een overzicht over wespen. Ook informatie over andere
insecten.
In Plaatje
van de dag beschrijft Robert Heemskerk
steeds een ander dier. Daarna verdwijnen ze in het archief. www.tuinwild.nl
Over solitaire- en sociale bijen, solitaire- sociale- en
paracitaire wespen, ander tuinwild van Cor Evers. De
microcosmos van sloot en plas Dit
is een website van Gerard Visser met foto's en beschrijvingen van kleinere
dieren in vijvers, sloten en plassen. Insecten
in de ivn-tuin in Diemen en eldersNet
als ik houdt Jikke Veltman alle beestjes in de tuin in de gaten. 2metdenatuur.nl Fotografen Martin ten Wolde en Erwin Bruulsema
hebben een natuur website gemaakt. Zowel planten als dieren worden beschreven. Faunist
een insectensite van Mark van Veen met veel
determinatietabellen. www.nederlandsesoorten.nl De Nederlandse soorten planten en dieren staan
hier vermeld. Ik maak regelmatig gebruik van deze site. Insektenfoto's.de-forum
Duits insectenforum.
Wereld en natuur
De wereld en onze mooie natuur Op deze
website, proberen we alles van de wereld en de natuur te beschrijven met
mooie foto's, filmpjes en geluiden.