In 2007 ben ik begonnen om ook de dieren in de
tuin te beschrijven. Omdat het veel te veel werd heb ik een aantal soorten op
een aparte pagina gezet. Ik beschrijf niet alle dieren. Je zult
bijvoorbeeld geen vogels aantreffen.
Onderaan de bladzijde heb ik aantal links naar insectensites staan.
Hij heeft een wat gedrongen uiterlijk vind ik. Hij blijft meestal in de
buurt van de vijver. Ze overwinteren op de bodem van een sloot. In dit
geval van de vijver. Ik hoop, dat hij de reiger overleefd heeft. De
derde foto is een jonge kikker in april door mijn vrouw
gefotografeerd.
Hij schijnt nogal vraatzuchtig te zijn. Hij eet voornamelijk insecten,
larven, slakken en wormen.
Hij is wat later met de eierafzetting. (eind mei tot begin juni.) Eerst
eten ze heel veel. De eieren worden afgezet in verschillende klonten.
Verspreiding: In Europa vanaf de Middellandse zee tot het zuidelijk puntje
van Scandinavië. In Nederland is de populatie achteruit gegaan.
Bruine Kikker (Rana
temporaria)
De Bruine Kikker kom je veel verder van de vijver tegen, dan de Groene Kikker.
Vandaag (5 maart 2007) ontdekte mijn vrouw er een in een emmer regenwater.
Normaal is het niet zo makkelijk om foto's te maken. Ik heb dus eerst de kamera
gepakt, voordat ik hem er uithaalde.
De Bruine Kikker is de meest verbreide kikkersoort van Europa. Hij kan goed
tegen de kou. Hij overwintert laat en komt weer vroeg te voorschijn.
Voedsel: Insecten, wormen en andere kleine diertjes.
Op 1 april (geen grap) zagen we het eerste kikkerdril in de vijver. Links onder
zie je ook de snoeren met eitjes van de padden.
Op 3-11 heb ik de laatste bruine kikker gefotografeerd. Hij zag er
weldoorvoed uit. Wat natuurlijk ook nodig is voor de winter. Hij is ook
veel lichter van kleur.
Salamanders
Kleine Watersalamander
(Triturus vulgaris) De kleine salamander leeft
in een groot deel van Europa. (niet in Spanje) Het is de meest noordelijk
levende salamandersoort. Hij komt ook in Noorwegen en Zweden voor. In
Nederland is hij heel algemeen. In april tot juni zie je ze in de vijver, daarna
gaan ze aan land.
Vandaag (5 maart 2007)heb ik de meterput (staat droog) opengemaakt. Zoals elk jaar zaten er
weer een paar salamanders, die daar de winter hebben doorgebracht. Ze zien er
altijd mager uit. Vooral als je ze vergelijkt met een salamander, die ik dezelfde
dag uit een
klein vijvertje had gehaald, tijdens het schoonmaken . Een was ik bijna
vergeten. Op de foto zie je wel waarom. (schutkleur) De buik heeft een kleurtje.
Dat zie je als je ze op hun rug legt. Ze houden zich dan dood. Tijdens de
paartijd is het mannetje op zijn mooist.
Padden
De Gewone Pad (Bufo bufo) behoort
tot de familie echte
padden of Bufonidae. Er zijn volgens wikipedia ook soorten padden, die
eigenlijk niet tot die familie behoren. Ik was (11 maart. 2007) aan het
werk bij de composthoop, toen mijn oog op de pad viel. Hij zat verscholen
in de hoop. Ik heb een paar foto's gemaakt en hem daarna met rust gelaten.
Overdag zie je hem niet, behalve tijdens de paartijd. Dan zie je in de
vijver de veel kleinere mannetjes op de vrouwtjes wachten.(maart-april) Ze
keren altijd naar de zelfde plek terug. Ook de kikkers valt hij lastig.
In de buurt zijn paddentunnels aangelegd voor de terugkerende padden. Vaak
lift een mannetje mee op de rug van een vrouwtje.
In de vijver verschijnen
daarna snoeren met eitjes. De foto met de dubbele snoeren met eitjes
is op 1 april genomen. De andere op 2 april.
Het padje op de foto zal nu een jaar oud zijn.
De padden verlaten ze het water weer en gaan op jacht als het donker is.
Tuinslakken en naaktslakken Twee foto's van slakken. Tijdens het snoeien heb ik de huisjesslakken verzameld, die ik tegen kwam. De bruine naaktslak vond ik bij de
composthoop. De andere vond ik in de meterput. Het viel mij op, dat er maar heel
weinig over de soorten op internet te vinden is.
Het fotograferen viel wat tegen. Twee
naaktslakken (zie foto) gingen verbazingwekkend snel alle kanten op. Toen
was ook nog de accu leeg. De andere slakken begonnen ook vaart te krijgen. De
huisjes slakken heb ik teruggedaan in de emmer. De naaktslakken heb ik laten
gaan.
Slakken zijn hermafrodiet (tweeslachtig). Na de paring leggen beide
slakken eitjes. Als smeermiddel gebruiken ze tijdens het voortbewegen een slijmlaag. De bruine
is een grote wegslak (Arion rufus). Van hem heb ik het meeste last. Hij
eet zelfs van de cactussen met scherpe stekels. Hem zie je ook het meest
overdag, als het vochtig is. Op de foto is hij in rust.
Hij trekt zich dan samen. De grijze met donkere vlekken is een grote
aardslak (Limax maximus) Hij kan nog 15 tot 20 cm lang worden. Het is een
alleseter en schijnt zelfs andere slakken te eten. Hij kan drie jaar
worden. De grote is een ook een grote
aardslak (Limax maximus), maar dan wat donker uitgevallen. De groene
is een gele aardslak Limacus flavus
De lichte aardslak Limacus flavus (Limax (limacus)
flavus) was vanaf de foto met de verzameling niet te determineren.
Daarom heb ik nog een exemplaar gezocht en op de foto gezet.
Opvallend bij dit dier is de gelige kleur van het lichaam met de
contrasterende blauw gekleurde voelsprieten. Je vindt ze vaak in de
buurt van huizen. Bij mij vooral in de watermeterput. Voor het
determineren wil ik Tello
Neckheim en Arjan
de Groot bedanken.
De tuinslakken of huisjesslakken vind ik minder
agressief. Het grote huisje is van een segrijnslak(Cornu aspersum voorheen
Helix aspersa). Ik zag alleen
een leeg huisje, terwijl ik ze meestal overal tegenkom.(tussen potten, open
haardhout enz.) Misschien komt het door de droogte. De andere slakken heb
ik tijdens de droogte helemaal stil tegen de stam van de pruimenboom zien
zitten. Ze sluiten de opening van hun huisje net als in de winter met
slijm af. Sommige soorten worden wel tien jaar oud.
De roze tuinslak (Cepaea nemoralis) heeft verschillende namen: gewone
tuinslak, de zwartgerande tuinslak en de zwartliptuinslak De geel groene
huisjesslak is een witgerande tuinslak (Cepaea hortensis). Hij wordt ook
wel witliphuisjesslak genoemd. De huisjes kunnen ook een band hebben. Dat
maakt het determineren lastig. Ik hoop, dat ik het goed heb.
Bestrijding. Voor de cactussen gebruik ik Escar-go. De slakken eten het
op, trekken zich terug en gaan dood. Het is niet giftig en dus niet
schadelijk voor andere dieren. Hosta's plant ik niet meer. Als ik
slakken tegen kom op gevoelige planten, zet ik ze op de composthoop, daar
mogen ze wel eten.
Andere planten, die ik heb en die last hebben van slakken zijn Acanthus
mollis, Eendagsbloem (Tradescantia) ( vooral tegen het eind van de
bloeiperiode), Ligularia,Zonnehoed (Echinacea) Voor
deze planten hoef ik niet of een enkele keer te strooien. Planten zoals
afrikaantjes zet ik niet meer in de tuin. Ik laat zoveel mogelijk de
natuur zijn gang gaan. Dorre bladeren laten liggen of schelpen strooien
helpt niet bij naaktslakken heb ik gemerkt.
Vijanden: lijsters, kevers, mollen, egels en muizen.
Er zijn ook vele kleine slakjes in de tuin, die
je pas ziet als je tussen bladeren en stenen gaat zoeken. Van deze slakjes
heb je geen last.
Boerenknoopje. (Discus
rotundatus)
In Nederland is deze soort eigenlijk met geen enkele andere te
verwarren. Kenmerken: de scherpe ribbeltjes en de bruine vlekjes.
Het huisje is ongeveer 6 mm. Het slakje eet plantaardig materiaal en
schimmels. Ik vind ze vooral onder stenen, stukken hout in de buurt van de
composthoop.
Bruine blinkslak
(Aegopinella nitidula)
Blinkslak vanwege de oppervlakteglans. Toch is hij bij deze soort nog vrij
mat. De schelp is een beetje aangetast door erosie. Het huisje is 9 mm
groot. Je kunt hem in het voorjaar al vinden. Foto begin mei.
Bedankt voor determinatie: Arjan de Groot en Tello Neckheim
Gewone Barnsteenslak (Succinea
putris) Familie Barnsteenslakken (Succineidae)
Deze slak heb ik in juni gefotografeerd. Ik weet niet hoe hij in de tuin
is gekomen.
Want hij leeft in vochtige plekken. Bijvoorbeeld natte weiden en moerassen.
Dit is nog een jonge slak, want hij kan 2 cm groot worden. De naam
barnsteen heeft hij te danken aan de kleur van het huisje en omdat het zo
doorschijnend is. Het huisjes heeft 3 tot 4 windingen. De laatste is sterk
verbreed.
Spinnen
Kruisspin (Araneus diadematus)
Familie wielwebspinnen (Araneida)
Op het eind van de zomer hangt
de tuin vol met webben. Van de webben van een kruisspin heb je het meeste
last omdat vaak ze een grote afstand overspannen.
De vrouwtjes zijn het tweede jaar volwassen en zijn dan veel groter dan de
mannetjes. Dat is tegen het eind van de zomer. Vandaar de vele webben. De
paring is voor de mannetjes riskant, want ze kunnen daarna worden
opgegeten.
Als het gaat vriezen gaan de volwassen spinnen
dood.
De eitjes zitten in eicocons en worden in
herfst afgezet. Op deze manier overwinteren ze. De jonge spinnen, die
in het voorjaar uitkomen, verspreiden zich door zich aan een draadje
door de wind te laten meevoeren.
De naam hebben ze gekregen door het kruis op hun
rug.
Lengte 11 - 18 mm.
Als je meer wil weten over spinnen, klik dan op Subpagina
dieren: Spinnen
Andere insecten
Hier een paar insecten, die niet bij de andere groepen
horen, maar die ik wel heel interessant vind.
Schietmot of kokerjuffer. Het is
een glyphotaelius pellucidus. Orde Trichoptera.
Dit is een algemene soort en is te herkennen
aan een ingekeepte buitenrand van de voorvleugel. In Nederland zijn er 177 soorten bekend.
De larven komen voor in het water en maken van plantendelen en steentjes
een kokertje, waar ze in kruipen. Het huisje is aan beide kanten open. aan
de voorkant wordt hij elke keer vergroot. Ik kom ze heel vaak tegen in de
vijver. Het kokertje verschilt per soort. Ze verpoppen zich in de koker.
De pop zwemt naar het oppervlak. Daarna komt de imago te voorschijn.
De schietmot eet nauwelijks. De eitjes worden in een geleipakket aan een
oeverplant bevestigd.
De lange naar voren uitstekende antennes zijn heel opvallend
Er zijn veel soorten gaasvliegen, die niet allemaal makkelijk uit elkaar
te houden zijn.
Zoals op de foto goed is te zien, zijn de vier doorzichtige vleugels in rust als een
afdakje gevouwen. De ogen zijn goudkleurig. Een algemene soort.
De eitjes worden op het uiteinde van zijden steeltjes gelegd. De larven
leven van bladluizen, terwijl volwassen dieren ook nectar eten. Het is een
nachtdier.
Ze worden in de
kassen gebruikt tegen luizen. Sommige soorten gaasvliegenlarven zijn gecamoufleerd met
stukjes plant of dode luizen. Zie hier.
In een jaar twee generaties. De imago overwintert en wordt dan bruin. Dat
is nog niet bij deze te zien (foto: 8 nov.) Wel op een andere foto (10 apr)
De afgebeelde larve kan ook
van een ander soort gaasvlieg zijn.
Lengte: 10 - 17 mm.
Hier is veel meer informatie te vinden: http://waarneming.nl/soort/info/1806
larve gaasvlieg
Schorpioenvlieg vrouwtje Panorpa germanica
Schorpioenvlieg mannetje Panorpa germanica
Schorpioenvlieg
(Panorpa)
Het is een aparte groep nl. de snavelvliegen. (Mecoptera) Ze hebben
vier vleugels.
Hij houdt niet van volle
zon en zoekt daarom de schaduw op. (Panorpa vulgaris doet dat minder) De naam schorpioen heeft hij gekregen,
omdat het mannetje aan de uiteinde een tang heeft, waarmee hij het
vrouwtje kan vasthouden tijdens de paring.
Lengte ongeveer 15 mm.
Als je goed kijkt, zie je dat hij een soort snavel heeft. Vandaar de naam
snavelvlieg. Hij eet dode insecten en vruchten.
De larve lijkt op een rups en kun je tussen bladafval vinden.
Bij de paring heeft het vrouwtje er vaak eerder genoeg van. Het mannetje
kan dan het volgende doen.
* Het vrouwtje lokken met een lekker hapje dood beest om als ze daar dan
van zit te smikkelen z'n gang te kunnen gaan. Voor dit geschenk geldt dus
hoe groter hoe beter, want dan is ze langer bezig.
* Met de tang geleidt het mannetje de copula en houdt de staart van het
wijfje er deels ook mee vast. Maar tegelijk wordt de vleugel van het
vrouwtje ingeklemd onder het notaalorgaan (dat nokje op de rug van het
derde achterlijfssegment). Als ze onverhoopt snel klaar is met eten kan ze
dus moeilijk wegkomen.
* Terwijl het vrouwtje knabbelt, probeert het mannetje nog speekselklompen
te produceren, die hij haar aanbiedt, zodra het vorige maaltje op is,
zodat ze rustig kan blijven eten. Bij gebrek aan kadavers kan ook van meet
af aan zo'n speekselhapje worden aangeboden en als het mannetje in de
voorgaande tijd goed heeft gegeten, kan hij er een aantal na elkaar
produceren om het vrouwtje bij de les te houden.
Het afgelopen, zodra het vrouwtje zich los weet te wurmen.
Zie: voorbeeld
1 en voorbeeld
2
Dit zijn foto's van enkele jaren geleden. In 2009 heb ik er weer een
aantal gefotografeerd. De mannetjes zijn wat makkelijker te determineren
aan de hand van het mannelijke genitaal (aanhangseltjes op de
staart"stekel") Tegenwoordig lukt het ook met de
vleugeltekening. Omdat die enigszins variabel is, is dat lastig.
Er zijn in Nederland 5 soorten. Maar Aulops alpina schijnt al
heel lang niet meer te zijn waargenomen.
Arp Kruithof heeft heel wat onderzoek gedaan. Hij heeft de
schorpioenvliegen hieronder voor me gedetermineerd. Dit is zijn
commentaar.
Bedankt Arp
Man: Panorpa germanica - Hypovalven op staart
duidelijk; Notaalorgaan (spoiler op T3) groot; Vleugelpatroon standaard
voor germanica.
Man: Panorpa germanica - Hypovalven op staart
iets onduidelijk. Spoiler op T3 vrijwel verstopt achter vleugels, maar
lijkt net zichtbaar/groot, vleugelpatroon typisch voor germanica; kop met
zwarte vlek bovenop dus geen cognata.
Man: Panorpa vulgaris - Hypovalven op staart iets
onduidelijk maar lijken okay; Notaalorgaan (T3) onopvallend; T6/T7 rond;
Kop zwart bovenop; Vleugeltekening typisch met enorme basaalvlek.
Vrouw: Panorpa germanica - maar lastige. Tamelijk
zwaar getekend voor germanica en daardoor erg dicht bij vulgaris.
Ik zou geen vogels behandelen. Maar dit kon ik toch niet
laten. Vandaag (1 april) zag ik een winterkoninkje de schuur
invliegen. Toen ik later een kijkje nam, zag ik dit nestje in de touwen.
Dit jaar (2008 een jaar later) heeft er weer een winterkoninkje gebroed.
Toen de kat van onze dochter weer eens logeerde, hoorde je aan het
winterkoninkje waar hij zat.
Dit is Oscar. De kat van onze
dochter, die soms bij
ons komt logeren.
Ze vond, dat hij niet mocht ontbreken tussen de tuindieren.
Twee foto's van Oscar twee jaar later. (mei 2009) Hij blijkt een
oogafwijking te hebben en ziet heel weinig. Toch vindt hij het nog
heerlijk in de tuin.
Ook als hij een half jaar niet geweest is, weet hij nog goed de weg.
Hier zit hij op de brug over de vijver.
Als je de foto vergroot, zie je hem aan de kant van de vijver tussen de
adderwortels zitten. Ze waren bijna in bloei.
Links:
Als jouw dier, dat je zoekt, niet op deze bladzijden staat, kun je eens kijken
bij The Garden
Safari
van Hans Arentsen, Insecten
fotosite van
Albert deWilde of www.veluwe-insecten.nl
van Han Endt. Je kunt ook kijken op de Duitse sites: www.natur-in-nrw.de
van Axel Steiner, Naturraum
Stuxvan
Michael Stemmer en Tiere im Garten und umgebung www.rutkies.de
/ www.rutkies.de/insektenvan Wolfgang Rutkies. Macro's
Macroshots Een website over een
hobby het van dichtbij fotograferen van insecten en aanverwante dieren.
Prachtige foto's, interessante informatie. Vliegen
en Muggen van J.A. van Erkelens Een
nieuwe site over vliegen met veel mooie foto's van Joke van Erkelens. SlamenietdoodEen webblog van Jan Zwaanenveld over insecten
en over wat er verder nog bloeit, groeit, kruipt, loopt en zwemt. Natural
History PhotographsEen
site van Cor Zonneveld. Een overzicht over wespen. Ook informatie over andere
insecten.
In Plaatje
van de dag beschrijft Robert Heemskerk
steeds een ander dier. Daarna verdwijnen ze in het archief.
www.tuinwild.nl
Over solitaire- en sociale bijen, solitaire- sociale- en
paracitaire wespen, ander tuinwild van Cor Evers. De
microcosmos van sloot en plas Dit
is een website van Gerard Visser met foto's en beschrijvingen van kleinere
dieren in vijvers, sloten en plassen. Insecten
in de ivn-tuin in Diemen en eldersNet
als ik houdt Jikke Veltman alle beestjes in de tuin in de gaten. 2metdenatuur.nl Fotografen Martin ten Wolde en Erwin Bruulsema
hebben een natuur website gemaakt. Zowel planten als dieren worden beschreven. Faunist
een insectensite van Mark van Veen met veel
determinatietabellen. Insektenfoto's.de-forum
(Duits insectenforum) Hier is ook te vinden: Pissebedden
van Arp(informatie
over Pissebedden)
Op waarneming.nl.
kun je, als je lid bent, aan elkaar informatie
over dieren
vragen
en
waarnemingen doorgeven.