zweefvliegen

home  zomer onkruid   dieren/links vliegen kevers links kastanje Frankrijk Tsjechië   Cluny-House-Gardens
tuin zomerbloeiers     spinnen   zweefvliegen/1 wantsen links2 Ierland Engeland 
lente herfst kamerplanten   vlinders zweefvliegen/2     Schotland Spanje
lente'07 winter euphorbia   waterjuffers/libellen wespen/bijen   duin   Engeland2

To the English website / Naar de Engelse websiteEngels / English

Subpagina vliegen:    Sluipvliegen (Tachinidae)  Vleesvliegen (Calliphoridae)  Echte Vliegen, Huisvliegen (Muscidae)   Wapenvliegen (Stratiomyidae)    Bloemvliegen (Anthomyiidae)  Kleine vliegen   Muggen                              

Zweefvliegen   

Zweefvliegen. (Syrphidae) Zweefvliegen bootsen wespen, bijen  of  hommels na, terwijl ze volkomen weerloos zijn. Ze hebben de zelfde felle kleuren en soms de beharing van hommels. Ze hebben echter korte antennes.
Ze hebben twee vleugels i.p.v. de vier, die hommels wespen en bijen hebben.  Ze zijn daardoor heel wendbaar en kunnen ook stil in de lucht hangen. Daar hebben ze ook hun naam aan te danken. De achtervleugels zijn net als bij andere vliegen gereduceerd tot haltertjes.
Het verschil met andere vliegen kun je zien door een ader (vera spuria), die een eindje van de basis begint en voor de rand van de vleugel eindigt.
Cel 2 is gesloten. De gesloten cel 4 is langer of gelijk aan eenderde van de vleugellengte.

De Antenneborstel is steeds zijdelings op het derde antennelid ingeplant (en niet op het einde van de top)
Op het borststuk staan geen lange, dikke haren (borstels)

        Antenne van een Stadsreus (Volucella zonaria)
Vleugel van een Variabel Elfje (Meliscaeva auricollis)                                      Antenne van een Stadsreus (Volucella zonaria)

   Vleugel:
   1, 2, 3, 4: vleugelcellen (gesloten)
   a: vena spuria of valse ader
   b: stigma of vleugelvlekje
   c: dwarsader
   d: randader

   Antenne:
   1: Derde antennelid (de andere twee zijn op deze foto niet te zien.
   2: Antenneborstel

Bij veel soorten (niet alle) staan de ogen van het vrouwtje op de kop een stukje uit elkaar, terwijl ze bij de mannetjes tegen elkaar aan staan.
Alle mannetjes hebben  een asymmetrische knobbel op hun achterlijfspunt, terwijl de vrouwtjes een spitse symmetrische achterlijfspunt hebben. 


Uitzonderingen:
Geen vena spuria: Eristalinus sepulchralis en Psilota anthracina.
Antenneborstel op het einde: Geslachten Callicera en Ceriana
Toch borstels: Geslacht Ferdinandea. Minder opvallend bij de geslachten Volucella, Cheilosia, Brachyopa en Chamaesyrphus.

(Informatie uit: Zweefvliegtabel van Aat Barendregt)

 

Op deze pagina staan de zweefvliegen, die het meest op bijen en hommels lijken. Sommige soorten op deze pagina lijken misschien toch meer op wespen. (zoals enkele bandzwevers) De donkere soorten staan hier ook. De andere zweefvliegen, die meer op wespen lijken staan op zweefvliegen 2

De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis) De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis) van Eristalis is te vinden in vijvers, sloten of tijdelijke poeltjes. Ademhaling gebeurt door een adembuis, waardoor ze in vervuild water kunnen leven.
Voedsel: Rottend organisch materiaal. In het voorjaar kruipt de larve op het droge om daar te verpoppen.

De rattenstaartlarve De rattenstaartlarve Ik heb er nog een uit de vijver gevist. 3-4-2010.

De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis)


Bijvliegen

kegelbijvlieg-10b9-4-08.jpg (165309 bytes) Kegelbijvlieg -6b-9-4-08.jpg (209509 bytes) kegelbijvlieg-11b-9-4-08.jpg (224687 bytes)  Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax)  Genus Eristalis Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax)  Genus Eristalis

De kegelbijvlieg lijkt op de blinde bij maar mist de rijen haren op de ogen. Verder zijn de tarsen (onderste deel van een poot) geel. Het achterlijf van mannetjes is enigszins kegelvormig.
Eristalis leeft van nektar en stuifmeel.
Lengte 11 - 15 mm.
Januari - december.
 
De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis) 

Blinde Bij (Eristalis tenax)

Blinde Bij (Eristalis tenax)

Blinde Bij (Eristalis tenax)

Blinde Bij (Eristalis tenax)  Genus Eristalis Blinde Bij (Eristalis tenax)  Genus Eristalis

Blinde bij, omdat het geen echte bij is, maar dat geldt natuurlijk ook voor de andere soorten. De blinde bij heeft twee verticale strepen op de ogen (eigenlijk haarbanden). Als hij vliegt laat hij de achterpoten naar beneden hangen. De volwassen vrouwtjes overwinteren.

Lengte: 14 - 16 mm.  
Januari - december. 

 

Bosbijvlieg (Eristalis lineata = Eristalis horticola) man

Bosbijvlieg (Eristalis lineata = Eristalis horticola) man

Bosbijvlieg (Eristalis lineata = Eristalis horticola) vrouw

Bosbijvlieg (Eristalis lineata = Eristalis horticola) Genus Eristalis Bosbijvlieg (Eristalis lineata = Eristalis horticola) Genus Eristalis

Hij lijkt op de Puntbijvlieg maar die heeft heldere vleugels.
De duidelijke gele ringen op het achterlijf, de dooiergele vlekken en het donkere bandje op de vleugels  zijn kenmerken van de bosbijvlieg.

Lengte 10 - 14 mm. 
April - oktober

Hij wordt vooral in de buurt van bossen gevonden.
De larven leven in het water.

 

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) of een Kustbijvlieg (Eristalis abusiva)

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) of een Kustbijvlieg (Eristalis abusiva)

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) of een Kustbijvlieg (Eristalis abusiva)

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum)

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) . (Grote foto) 

Hij lijkt op een Kustbijvlieg (Eristalis abusiva).  Genus Eristalis Foto: 31-8-2008
Het gezicht is geheel wit behaard. De Kleine Bijvlieg heeft een  langbehaarde antenneborstel. De Kustbijvlieg heeft vrijwel kale antenneborstel. Daarnaast is bij de Kleine Bijvlieg de top van de middenscheen over een kwart diepzwart, bij de Kustbijvlieg is dat minder dan een vijfde en niet zo zwart. Maar dat is hier niet te zien.
9-11mm. Maart - oktober.

Kleine foto's:

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) of Kustbijvlieg (Eristalis abusiva). Foto's 15-6-2008

Puntbijvlieg (Eristalis interrupta =  Eristalis nemorum)  Puntbijvlieg (Eristalis interrupta =  Eristalis nemorum) Genus Eristalis Puntbijvlieg (Eristalis interrupta =  Eristalis nemorum) Genus Eristalis

Bij de Puntbijvlieg hangt het mannetje vaak boven het vrouwtje.
De puntbijvlieg heeft een kale zwarte middenstreep op het gezicht. Hij heeft een zeer kleine pterostigma in de vleugel dat vierkant of zelfs breder dan lang is. De vleugels zijn helder. De gele zijvlekken kunnen bij het vrouwtje ontbreken. De Puntbijvlieg lijkt veel op de Kleine Bijvlieg.

Lengte: 10 - 12 mm.
April - oktober.

 

Bandzwevers (Epistrophe)

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans)

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans) 

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans)   

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans) Genus Epistrophe Enkele bandzwever (Epistrophe eligans) Genus Epistrophe

Het is een voorjaarszweefvlieg. 
De eerste gele band (soms gescheiden) is breder dan de volgende gele band (kan ook onderbroken zijn) Soms is er ook een derde band. Een koperkleurig borststuk.
Ze komen voor bij bosranden en struwelen. 
Bij mij zit hij graag te zonnen op de bladeren van de bruidsbloem (Deutzia).
Het verschil in banden is op de foto's goed te zien. Ze vallen mij op door de prachtige glans.
Lengte: 9 - 11 mm.
April - juni.
De larven eten bladluizen.
 
Enkele bandzwever (Epistrophe eligans)  vooraanzicht.

Brede bandzwever (Epistrophe flava)  vrouwtje Brede bandzwever (Epistrophe flava)  vrouwtje Brede bandzwever (Epistrophe flava)  vrouwtje Brede bandzwever (Epistrophe flava) man Brede bandzwever (Epistrophe flava)  Genus Epistrophe Brede bandzwever (Epistrophe flava)  Genus Epistrophe

Een grotere soort dan de enkele bandzwever. De brede banden zijn geel oranje. Het borststuk is wat doffer. Maar verder is het ook zo'n prachtig glanzende vlieg. 
Bij het mannetje zijn de banden met een golfje aan de onderkant. Zie de laatste foto's.
Hij is minder algemeen.
In april 2009 voor het eerst gezien in de tuin.

Lengte: 11 - 13 mm.
April - juni.
De larven eten bladluizen.
Brede bandzwever (Epistrophe flava) man   Brede bandzwever (Epistrophe flava) man 

Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Genus Epistrophe    

Foto links: vrouwtje, 14-5-2010.
Lengte: 10 - 12 mm.
April - juni.
De larven eten bladluizen.
Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma)    Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Foto 1-5-2010. Dit mannetje lijkt op de Brede bandzwever (Epistrophe flava) In Nederland is hij veel algemener.

Ik kwam er zelf niet uit. Uitleg Han Endt: Thijs, bij deze eerdere waarneming van jou zie je ook mooi de vage lichte strepen voor op het borststuk. Ook is de vorm van de dubbele vlekken op het tweede tergiet anders.  Hierbij bedoelde hij de foto's van het vrouwtje brede bandzwever. 

Zwartspriet bandzweefvlieg man (Epistrophe grossulariae) Zwartspriet bandzweefvlieg man (Epistrophe grossulariae) Zwartspriet bandzweefvlieg man (Epistrophe grossulariae) Zwartspriet bandzweefvlieg man (Epistrophe grossulariae) Zwartspriet bandzweefvlieg man (Epistrophe grossulariae)

 

Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae) Genus: Epistrophe 

De enige soort in het noorden van Nederland met zwarte antennen. Het voorhoofd vlak boven de antennen is zwart.
De dijen zijn aan het begin donker. 
Het borststuk is dof. Vergelijk maar eens met dat van de E. eligans.

Lengte: 10 - 13 mm.
Mei - september.
De larven eten bladluizen. 
    

Verspreiding: Europa, Noord-Amerika.
  

Enkele bandzweefvliegen (Epistrophe) lijken op de bandzweefvliegen (Syrphus) die op zweefvliegen pagina 2 staan.

Weidevlekoog (Eristalinus)

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus 

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus 

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus  

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus  Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus 

De ogen vallen op bij deze vlieg. Ze zijn geel wit met donkere vlekjes. In het midden is het achterlijf dof. Verder is het glimmend. 
De achterpoten zijn gekromd.
Het is een algemene vlieg. Hij heeft een voorkeur voor vochtige gebieden.
In Nederland is er nog een familielid. De kustvlekoog. (Eristalinus aeneus) Die is geheel glimmend en mist de duidelijke lengtestrepen op het borststuk.
Er zijn buiten Nederland veel meer soorten.
Lengte: 9 - 11 mm. April - september.
Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus    Hier bovenop de cactus schoonmoedersstoel (Echinocactus grusonii)


Kopermantels (Ferdinandea)

 

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae

  

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae

Kopermantel vanwege het koperkleurige achterlijf. De vleugels hebben twee duidelijke vlekken. Op het zwarte borststuk lopen witte strepen. Aan de zijkant van het borststuk zitten borstels. Dat zie je niet vaak bij zweefvliegen.
De larve leeft in sapstromen en boomwonden van loofbomen als berk, eik, wilg. Maar de larve kan ook in andere situaties voorkomen. Als rottende eikenwortels, rottende boomholten en in Frankrijk zelfs in de wortels van artisjok.
De larve overwintert.
Paleactisch
Lengte 7 - 13 mm
April - september.    

Doodskopzweefvliegen / Doodshoofdzweefvlieg, Myathropa

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea)

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea)

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea)  

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea) Genus: Myathropa

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea) Genus: Myathropa

Hij lijkt op een honingbij.
Met enige fantasie herken je in de donkere tekening op de borststukrug een doodskop.
Het is een stevige , grote zweefvlieg. 
De larve leeft in rottend hout en rottende bladeren, met water gevulde takoksels, mest enz..

Lengte: 10-14 mm. April - oktober. Paleactisch

Je vindt hem bij bosranden en bloemen. Het voedsel bestaat uit nectar en stuifmeel. 
Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea)

Didea

Bosdidea (Didea fasciata)

Bosdidea (Didea fasciata) 

Bosdidea (Didea fasciata) Genus: Didea Bosdidea (Didea fasciata) Genus: Didea

Een vrij brede zweefvlieg. Daarom vind ik hem toch wat meer op een bij dan op een wesp lijken.
De twee bovenste vlekken staan schuin. Het gezicht is geel.
Het knopje van het haltertje is geel. 
Ze komen voor in gemengde bossen. 
Lengte 10 -13 mm
April - oktober
De larven eten bladluizen.

Onder: Bij deze bosdidea zijn de vlekken aan de onderkant minder gebogen.
Bosdidea (Didea fasciata)   Bosdidea (Didea fasciata)

Melkzweefvliegen

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg (Leucozona glaucia) Genus: Leucozona    Niet in de tuin, maar in het Lake District in Engeland!!! (2009) In Nederland komt hij in Zuid-Limburg voor. Ook op andere plaatsen is hij gevonden, maar hij wordt steeds zeldzamer.

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg (Leucozona glaucia) Genus: Leucozona

Meestal zie je ze net als hier op witte schermbloemen, waar ze steeds heen en weer lopen. Daardoor waren ze lastig te fotograferen. De eitjes worden daar ook gelegd.
Kenmerken: Brede witte vlekken op rugplaatje 2, daarna 2 smalle. Een opvallend geel schildje.
Ze komen vooral voor langs bosranden bij loofbossen.. 
Lengte 11 -13 mm. Juni - september.    De larven eten bladluizen.

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg  (Leucozona glaucia) Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg  (Leucozona glaucia)


Hommelachtige vliegen

Grote Narcisvlieg 1-12-5-08.jpg (148045 bytes) Grote Narcisvlieg 6-12-5-08.jpg (97973 bytes) Grote Narcisvlieg (Merodon equestris) Grote Narcisvlieg (Merodon equestris)

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris) Genus: Merodon

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris) Genus: Merodon

Als je niet goed kijkt verwar je hem met een hommel.  De beharing kent veel kleurvariaties. Hij heeft zwarte krachtige poten.  
Hij lijkt op de hommelzwever (Volucella bombylans) en de Hommelbijzwever (Eristalis intricaria) 
Lengte: 12 - 14 mm.
April - juli.

De larven leven in bloembollen.
Grote Narcisvlieg (Merodon equestris)  Grote Narcisvlieg (Merodon equestris) Grote Narcisvlieg (Merodon equestris)
Weer andere kleurvariaties

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Het is een grote breedgebouwde zweefvlieg. Ik vind hem minder op een hommel lijken dan bijvoorbeeld een grote narcisvlieg. Je herkent hem aan het achterlijf met een witte band en een zwarte achterkant. Het borststuk is zwart met zwarte haren.
Hij komt vooral voor in en in de buurt van bossen.
Hij leeft van nectar en stuifmeel.
Lengte: 12 - 18 mm.
Mei - september.

De vrouwtjes leggen hun eitjes in de nesten van plooivleugelwespen. De larven leven onder in het wespennest. Ze eten afval en dode wespenlarven.

 

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria) Genus: Volucella Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria) Genus: Volucella

De hoornaarzweefvlieg heb ik niet in grote aantallen gezien. Maar als er een in je tuin is, valt hij wel op. Hij is groter dan de andere zweefvliegen. De dwarsbanden zijn roodgeel. De borststukrug is glimmend rood- en donkerbruin. Buikplaatje 2 is zwart.
Het is een zomergast. Een trek-zweefvlieg. Hoewel hij zich hier ook schijnt voort te planten. 
De larven groeien (net als de larven van de V. pellucens) op in een wespennest, waar ze van o.a dode wespenlarven leven.  
De vlieg eet een nectar en stuifmeel.
Lengte: 18 - 22 mm. Juni - oktober. Parlearctisch.

  Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria)          Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria)  man       Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria)  man  

Een familielid is de
wespreus (Volucella inanis). In Nederland komt hij alleen in Limburg voor en is heel zeldzaam.  De bovenste vlekken zijn geler. De borststukrug is dof bruinzwart. Buikplaatje 2 geel.

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg  (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Het is een Eristalis, maar hij lijkt meer op een een hommel. De poten zijn zwart  met witte stukken (knie, tars). Het schildje is lichter. De mannetjes zijn meestal rossig behaard. De vrouwtjes zijn voornamelijk zwart met een witte achterlijfspunt.
De larve is wel weer een rattestaartlarve. 

Lengte: 11-14 mm
Maart - september.

Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria)

Andere zweefvliegen.

Snuitvlieg

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris)

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris)

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris) Genus: Rhingia mannetje

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris) Genus: Rhingia Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris) Genus: Rhingia

De Snuitvlieg hoort tot de zweefvliegen en is makkelijk te determineren met zijn snuit. Ik had echter niet door, dat hij tot de zweefvliegen hoorde. En dan is het wat lastiger. 
De larven leven in mest. Vooral koeien mest. Die zijn niet in de buurt van mijn tuin. Toch zie ik ze regelmatig in de tuin.

Lengte: 7 tot 11 mm.
April - oktober.

Sapzweefvliegen (Brachyopa)

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris)

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris)

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris) Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris) Genus: Brachyopa

Ook deze vlieg herken je niet snel als zweefvlieg. Dit komt vooral door het dofgrijze borststuk. Het achterlijf, schildje en ogen zijn opvallend oranjerood.  Het is de enige zweefvlieg van de familie met roodbruine schouderknobbels.

Vroeger vooral in het duingebied. Nu ook in het binnenland en zuid Limburg.

De larven van deze familie leven in rottend sap in en op de boombast. Vaak zie je vliegen van deze familie daar ook in de buurt. De Loofhoutsapzweefvlieg zie je ook bij bloemen.

Lengte: 6 tot 8 mm.
April - juni.
Europa

Gitjes (Cheilosia)

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata)

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata)

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata) 

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata) Wollig Gitje (Cheilosia illustrata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Een gitje met meer haren dan de meeste andere.
Op de vleugels een donkere vlek. De ogen zijn behaard. Het achterlijf is behaard met rode haren op het eind. Bij de schouder en achter het schildje zitten lange witte haren.
Het is nu een algemene vlieg in Nederland. Voor 1990 kwam hij vooral in Zuid-Limburg voor.
Je vindt hem voor op schermbloemige als Berenklauw, pastinaak. 

Larven worden gevonden in de wortels van deze planten.

Lengte: 9 -11 mm.
Mei - augustus.

   

    

 

Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila) Genus: Gitjes (Cheilosia)

 

 

Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila) Genus: Gitjes (Cheilosia) Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Opvallend door de korte vosrode beharing. Hij lijkt daardoor op een roodbehaarde zandbij.  De grondkleur van het borststuk is glanzend zwart. Het achterlijf is minder glanzend. De antennes zijn oranje. 
De ogen zijn lang behaard. Bij het mannetje zijn die haren donker. Bij het vrouwtje zijn ze licht. Het gezicht is onbehaard.
Vroegbloeiende struiken als wilg en sleedoorn.
De eieren worden op verschillende distelsoorten afgezet.  De larve is in de wortel of in de stengel te vinden.

Lengte: 8 - 12 mm.
Maart - mei.  Palearctisch.

Foto: 6-4-2011

Tuingitje ( Cheilosia caerulescens)
 
Tuingitje ( Cheilosia caerulescens)
 
Tuingitje ( Cheilosia caerulescens) 
Tuingitje ( Cheilosia caerulescens) Tuingitje ( Cheilosia caerulescens) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Een zwart achterlijf met zilveren haarbandjes. Vleugel met een verdonkerde dwarsaders. Geen haren op de ogen. Poten voor een deel donker en voor een deel geel. Een vooruitstekend gezicht.

Hij kwam vooral voor in de bergen in Europa. In Nederland is de eerste waarneming in 1986 in Limburg op de st. Pietersberg geweest. Vanaf 1998 kwamen er ook waarnemingen uit andere delen van Nederland. 
De voedselplant van de larve is huislook. Misschien is het tuingitje door de verkoop van deze tuinplant verspreid. Maar dat is niet zeker. 
De poppen overwinteren.

Lengte 7 - 11 cm.
Mei - september.

Bosgitje (Cheilosia variabilis) 

Bosgitje (Cheilosia variabilis) 

Bosgitje (Cheilosia variabilis)   

Bosgitje (Cheilosia variabilis) Genus: Gitjes (Cheilosia) Bosgitje (Cheilosia variabilis) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Een algemene soort op de zandgronden Hij is te vinden op zonnige plekjes langs het bos. Bij mij hier op een struik.
Een groot gitje met zwarte poten en antennen.

De larven leven in helmkruid.

Lengte: 9 -12 mm.
April - augustus.

Bosgitje (Cheilosia variabilis)  vooraanzicht mannetje   Bosgitje (Cheilosia variabilis)  vrouwtje

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia) Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Ik dacht eerst  dat het een gewoon vliegje was.Maar aan de manier van vliegen is hij wel als zweefvlieg te herkennen.
Hij heeft wat grijzige vlekken op het achterlijf 

De larve is een bladmineerder.
De andere gitjes zijn dat niet. Het schijnt een bladmineerder te zijn van Navelkruid (Umbilicus rupestris) en Hemelsleutel (Sedum Telephium) 

Lengte: 8 - 10 mm.
Maart - mei.

    

Kruiskruidgitje (Cheilosia bergenstammi)

Kruiskruidgitje (Cheilosia bergenstammi)

 

 

Kruiskruidgitje (Cheilosia bergenstammi) Genus: Gitjes (Cheilosia) Kruiskruidgitje (Cheilosia bergenstammi) Genus: Gitjes (Cheilosia)

De ogen van dit gitje zijn licht behaard. terwijl het gezicht onbehaard is.
Behaard met goudkleurige haartjes. Maar dat is alleen te zien op een sterk vergrote foto.
De larve is net als van een vetplantgitje een mineerder. Maar dan in de steel en wortels van jakobskruiskruid.

Wolwassen gitjes zijn vaak in de buurt van kruiskruid te vinden.

Lengte: 8 - 10 mm.
April - september.

Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Geelachtig behaard, ogen onbehaard. Poten voor een deel geel. Brede middenknobbel. Bij het vrouwtje is het schildje geel langs de achterrand.
Open bossen, meestal zandgrond.
Larve in paddenstoelen. Met name boleten.
Lengte 7 - 10 mm.
Mei - september

Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) mannetje
        Vrouwtje      Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) vrouwtje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) vrouwtje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) vrouwtje Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata) vrouwtje

Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Het vrouwtje is goed te herkennen aan het grote oranje derde antennelid. Het mannetje is minder makkelijk te herkennen. In het voorjaar is het mannetje vaak groter en lichter dan in de zomer. 

De larven leven in fluitekruid, engelwortel en gewone berenklauw. In door schimmels aangetaste rottende wortels.

Lengte: 5 - 9 mm.
Maart - september. twee generaties

Heel Europa en Noord-Amerika

Platbekjes

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca)

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca)

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca) Genus: platbekjes (Pipiza)

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca) Genus: platbekjes (Pipiza)

Niet helemaal zeker. Hij lijkt veel op de Pipiza bimaculata. Een verschil is, dat de laatste twee leedjes van de voortarsen bij de P. noctiluca meestal geel zijn en bij P. Bimaculata zijn alle leedjes zwart.
Een zwart achterlijf met twee gele vlekken. Heldere vleugels met een vage vlek. Zoals de naam al aangeeft hebben ze een plat gezicht. 
Op het achterlijf een paar vlekken. (zoals op de foto's) Soms missen ze die vlekken.  Dit komt vooral bij mannetjes voor. Zoals bij het platbekje op de foto links onder.
Je ziet ze net zoals hier vaak op bladeren zitten. Maar ze bezoeken ook bloemen. Het zijn geen echte zwevers.
Lengte: 6 - 10 mm. April - september
De larven schijnen luizen te eten. 

Dit zou een Pipiza bimaculata. kunnen zijn, maar zeker is het niet. Dit zou een Pipiza bimaculata. kunnen zijn, maar zeker is het niet. 

Slanke platbek (Pipizella luteitarsis) Genus: platbekjes (Pipiza). Slanke platbek (Pipizella luteitarsis) Genus: platbekjes (Pipiza).

 De laatste leden van de tars zijn geel. Bij de voorpoten is zelfs de hele tars geel. Het achterlijf is goudgeel behaard.
Volgens Menno Reemer:
Bij mannetjes van deze soort kan het achterlijf geheel zwart zijn of twee gele vlekken hebben. Bij geheel zwarte exemplaren zie je bij licht onder een bepaalde hoek dat er toch vlekken van grijze bestuiving te zien zijn op tergiet 2. Zwarte mannetjes zijn het gewoonst, maar gele vlekken komen toch regelmatig voor.
Han, Gerard, Menno, Jaap bedankt voor de hulp bij het determineren van dit lastige vliegje. Dit mannetje is niet zwart en daardoor lastig te determineren.
In Nederland is het een vrij zeldzame soort!!!
Lengte 7 - 9 mm
Europa.
April - mei

Foto 17-4-2011

 

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. man

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia

Heringia is een familie, die bestaat uit kleine zwarte zweefvliegjes. Vrouwtjes van deze familie zijn bijna niet te determineren. Maar ook bij mannetjes valt het niet mee van een foto. Vroeger werd Neocnemodon als aparte soort gezien. Nu valt hij onder Heringia. In Nederland zijn er zeven soorten.
Hier kom je ook niet verder dan Heringia spec. 
Het gezicht is zonder middenknobbel en mondrand.
Je ziet de meeste soorten vaak op bladeren. 
Holoarctisch.
Lengte: 5 - 8 mm.  
De larven eten bladluizen. 
Foto's vrouwtje 3-7-2011.  Foto mannetje 29-7-2009.    

Langsprietplatbekken, Pipizella

   Pipizella spec.

Meestal lukt het niet om ze vanaf de foto te determineren. 
Hoogstwaarschijnlijk Gewone Langsprietplatbek (Pipizella viduata). Dat is de meest voorkomende van de zes soorten in Nederland. 

Het zijn kleine zwarte zweefvliegen met een vlak gezicht. Het derde antennelid is vrij lang. De poten zijn zwart met geel.
Hij is o.a. te vinden op schermbloemige. Hier op selderie.
Larven zijn o.a. gevonden bij wortelluizen op wilgenroosje.
Lengte 5 - 7 mm
Palearctisch.

 Pipizella-4-11-7-2010.jpg (71653 bytes)  Pipizella-7-11-7-2010.jpg (72446 bytes) Foto 11-7-2010

Doflijfjes

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella) Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella) mannetje

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella) vrouwtje Vrouwtje

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella)

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella) Genus: doflijfjes (Melanogaster)

Zoals je ziet een heel klein zwart zweefvliegje.

Op deze foto zitten ze op een bloem van een schijnpapaver (Meconopsis cambrica). Het weidedoflijfje is eigenlijk (net zoals het weidegitje (Cheilosia albitarsis)) een echte boterbloemsoort. 

Ze zijn vaak in weilanden in de buurt van water te vinden. De eieren worden bevestigd onder de bladeren van planten bij het water. De larven leven langs de waterkant. Ze overwinteren ook als larve.

In mijn tuin moeten ze het doen met mijn vijver.

Lengte: 6 - 8 mm.
April - juli.

Bollenzwevers

Knobbelbollenzwever (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus)   
Knobbelbollenzwever (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus) 

Knobbelbollenzwever (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus)  Detail

Knobbelbollenzwever (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus) Genus: Bollenzwevers (Eumerus)

Knobbelbollenzwever (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus) Genus: Bollenzwevers (Eumerus)

Ook een klein zweefvliegje. Het is een zwartgroen en heeft witte markeringen op de buik.

"knobbel" door een een uitsteeksel aan het begin van de dij. Zie detailfoto. 

De larve eten bollen van uien, irissen, hyacinten en narcissen.

Lengte: 5 - 6 mm.
April - september.

Bollenzwever spec. (Eumerus spec) Bollenzwever spec. (Eumerus spec) Bollenzwever spec. (Eumerus spec) Bollenzwever spec. (Eumerus spec) 
Meestal lukt het niet om ze vanaf de foto te determineren. Bij deze bollenzwevers blijft het helaas bij spec.

                                                                      Naar   zweefvliegen 2

Als jouw dier, dat je zoekt, niet op deze bladzijden staat, kun je eens kijken bij  The Garden Safari van Hans Arentsen en Hania Berdys, Insecten fotosite van Albert de Wilde. Vlinders en vliegen vind je bij www.veluwe-insecten.nl van Han Endt.
 Vliegen en Muggen van J.A. van Erkelens Een site over vliegen met veel mooie foto's van Joke van Erkelens.
Bij waarneming.nl. kun je, als je lid bent, aan elkaar informatie over dieren vragen en waarnemingen doorgeven.

Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl heeft geholpen met het determineren. Met name Gerard Pennards en Han Endt.

Boeken, die ik vaak gebruik:
Zweefvliegentabel door Aat Barendregt.
Zweefvliegen Veldgids door Menno Reemer. Een handig boekje, dat goed te gebruiken is samen met de Zweefvliegentabel. Ze zijn niet duur. Op internet zijn de uitgeverijen eenvoudig te vinden.
De Nederlandse zweefvliegen door Menno Reemer, Willem Renema, Wouter van Steenis, Theo Zeegers, Aat Barendregt, John T. Smit, Mark van Veen, Jeroen van Steenis, Laurens van der Leij. Voor iemand, die echt in zweefvliegen geïnteresseerd is, een geweldig boek.

 

Engels / English                                                                                         

tuin zomer onkruid winter dieren/links kevers wespen/bijen   Frankrijk Schotland  Engeland2 
lente zomerbloeiers kamerplanten  duin vlinders  wantsen  zweefvliegen/1   Ierland Tsjech  Spanje 
lente'07 herfst euphorbia spinnen waterjuffers/libellen  vliegen zweefvliegen/2   Engeland links links2

Subpagina vliegen:    Sluipvliegen (Tachinidae)  Vleesvliegen (Calliphoridae)  Echte Vliegen, Huisvliegen (Muscidae)   Wapenvliegen (Stratiomyidae)    Bloemvliegen (Anthomyiidae)  Kleine vliegen   Muggen  
Subpagina wespen, bijen, hommels: Sluipwespen Ichneumonidae,    Bladwespen Symphyta,    Hommels
Subpagina Frankrijk: Insecten Frankrijk 

W3Counter Web Stats