We hebben al meer dan tien jaar een vijver in de tuin. Eerst hadden we er
goudwindes in. Nu hebben we er al jaren geen vis meer in. Een pomp of filter is
niet nodig. Het dichtst bijzijnde grote water is ongeveer 500 meter weg. Verder
zijn er een paar vijvers in de omgeving. Libellen en waterjuffers moeten dus van
ver komen.
Waterjuffers
Waterjuffers kun je in verschillende families indelen.
Familie Platycnemididae. (Een kleine familie) De familie Coenagrionidae (Een
grote familie o.a. lantaarntje, vuurjuffer en azuurwaterjuffer) Familie Lestidae
(Een kleine familie met o.a. de houtpantserjuffer) Familie Calopterygidae. (Een
grote familie, vooral voorkomend in de tropen. In Nederland heb je de
weidebeekjuffer en de bosbeekjuffer. De mannetjes hebben gekleurde vleugels) Het
zijn slanke insecten. Zowel waterjuffers als libellen grijpen met de voorpoten hun prooi (allerlei
insecten). Ze kunnen er moeilijk op lopen.
In mei zie je de waterjuffers eitjes afzetten op de waterplanten. De vrouwtjes
worden dan door het mannetje vastgehouden. (een tandem) Geen ongevaarlijke
bezigheid. We zagen
eens een vrouwtje opeens onder het water verdwijnen. Toen we beter keken, zagen
we, dat een larve van een libel (nimf)
de dader was.
Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula)
Op 16 april zag ik de eerste
waterjuffers. Het was een vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) Je ziet hem vroeg in het jaar. Bij mij
komen er elk jaar meer.
De gele
schouderstreep geeft aan, dat het een vrouwtje is. De rode juffer op de
gevallen kastanjebloem is een mannetje. Hij komt in heel Europa
voor.
Vliegtijd: april - juli
Het vrouwtje maakt met haar legboor gaatjes in de
waterplanten. In elk gaatje legt ze een eitje.
De nimfen blijven 2 tot 3 jaar in de vijver.
De Azuurwaterjuffer (Coenagrion
puella)
De eerste, zag ik dit jaar op 30 april. Deze
waterjuffer komt ook in heel Europa voor.
De eitjes worden in de waterplanten afgezet.
De nimfen blijven een jaar in de vijver.
Vliegtijd: mei - augustus
Lantaarntje (Ischnura elegans)
In mei 2008 voor het eerst in de tuin gezien.
De naam lantaarntje heeft hij gekregen, omdat het
achterste segment blauw is. De kleuring bij de vrouwtjes is
variabel.
Hij kan goed tegen verontreinigd water.
De eitjes worden in de waterplanten afgezet. Ze
wordt daarbij niet begeleid door het vrouwtje. Het vrouwtje leeft maar 11
dagen.De nimfen blijven soms een jaar in de
vijver maar kunnen zich ook na drie maanden ontwikkelen tot imago.
Behalve in Spanje algemeen in Europa.
Vliegtijd: mei - september
De Houtpantserjuffer (Lestes viridis of
Chalcolestes viridis)
Het is een algemeen voorkomende juffer. De metallic groene kleur
valt op. De ogen zijn bruin.
De houtpantserjuffer legt zijn eitjes onder de schors van boven water
overhangende bomen. Vandaar zijn naam.
De wormvormige nimf laat zich in het water vallen. Daar vervelt hij en verandert hij in een gewone nimf. Na drie maanden verschijnt de nieuwe
juffer.
In rust heeft hij de vleugels half gespreid. Andere juffers houden ze bij
elkaar.
Vliegtijd: juli - november
Bij mij zit hij in de bessen struiken. Er zijn er niet veel. Ik heb ook
geen overhangende bomen / struiken bij de vijver.
Bruine winterjuffer (Sympecma
fusca) (vrouwtje)
Dit is ook een pantserjuffer. In september 2008 voor het eerst in de tuin gezien.
De winterjuffer is de enige juffer, die als volwassen dier overwintert. Daardoor
vliegt hij vroeg in het voorjaar.
Lengte: 3cm. Lichtbruin met donkerbruine tot bronskleurige vlekken
op de bovenzijde.
In rusthouding zijn de vleugels niet halfgespreid, zoals bij andere
pantserjuffers, maar met met beide vleugels strak tegen elkaar aan aan
één zijde.
Twee vliegperiodes: april - mei en augustus - september.
De enige andere winterjuffer in Nederland is de zeldzame Noordse
winterjuffer.
De bruine winterjuffer staat op de Belgische Rode Lijst (libellen) en de
Nederlandse Rode Lijst (libellen) als ‘bedreigd’.
Biotoop: ondiepe, voedselarme plassen in bosrijke omgeving met
zandgrond.
Libellen
Libellen zijn forser dan waterjuffers.
De ogen raken elkaar boven de kop. De achtervleugels zijn breder dan de
voorvleugels. In rust houden ze de vleugels horizontaal. Enigszins, bij de
gewone oeverlibel hangen ze bijvoorbeeld wat omlaag. De meeste zijn betere
vliegers dan de waterjuffers. Lopen kunnen ze net als de waterjuffers
niet. Er zijn weer verschillende families.
Familie Gomphidae. Familie Cordulegastridae.
Familie Aeshnidae met o.a de Grote keizerlibel en de Blauwe glazenmaker.
Familie Corduliidae. Familie Libellulidae met o.a de Gewone oeverlibel en
de Bruinrode heidelibel.
De Grote keizerlibel (Anax imperator)
heb ik niet goed op de foto gekregen. Volgend jaar maar weer.
Blauwe Glazenmaker
(Aeshna cyanea).
De linker foto is half juni om 8 uur 's avonds
gemaakt. We hadden hem bijna over het hoofd gezien, want even later vloog
hij weg.
Een paar dagen later heeft mijn vrouw het helemaal kunnen volgen. Toen ik
thuis kwam, was hij alweer bijna klaar. Klik hier als je de
metamorfose wil bekijken.
De Blauwe Glazenmaker is algemeen, behalve in kleigebieden. Lengte 70
mm. Vleugels 100 mm. Het wijfje is groen. Het mannetje is blauw. Bij
jonge libellen zijn de kleuren nog minder duidelijk.
Het vrouwtje legt alleen haar eitjes. De libellen zelf zie ik gek genoeg
niet zo vaak. Maar hij schijnt ook ver van water te jagen. Ze vliegen vaak
laag. Het zijn niet zulke geweldige vliegers.
De nimfen blijven twee jaar in de vijver
Vroege glazenmaker (Aeshna isosceles)
De foto is op drie juni gemaakt.
Ze duwt haar achterlijf diep in het water en
houdt zich vast aan een bloem van een krabbescheer. Ze houden van schoon
water.
Je komt ze tegen in laagveengebieden, maar
ook in de duinen. Zoals je op de foto ziet zetten vrouwtjes alleen de
eieren af op drijvende waterplanten. De levenscyclus duurt 1 of 2 jaar.
Te herkennen aan die gele wig op segment 2 in een overigens bruinachtig
achterlijf. Ook de groene ogen zijn typisch voor deze soort.
Er is weinig verschil tussen het mannetje en vrouwtje.
Ze zijn te zien van mei tot augustus.
Ook door Weia Reinboud gedetermineerd.
Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum)
Dit ook is een libel, die algemeen is.
Lengte 30 tot 35 mm. Vleugels 70 tot 80 mm.
De gewone oeverlibel kan lang op een takje (zoals hier) zitten zonnen.
Dit is een vrouwtje. Die zijn geel, bruin. Als ze ouder worden,
worden ze bruiner. De mannetjes zijn blauw.
Bruinrode Heidelibel
(Sympetrum striolatum) Als ze jong zijn ze geel.
Wat het zonnen betreft gedraagt hij zich als de gewone oeverlibel.
Ze blijven minder lang zitten. Hoewel ze het bij mij toch vrij lang
volhouden.
De eitjes worden soms in een tandem gelegd. Vaak houdt het mannetje
haar alleen in de gaten.
Bruinrode Heidelibel
(Sympetrum striolatum)
Als ze ouder worden verkleuren ze naar rood. Ik
heb nog geprobeerd uit te zoeken wat mannetje en wat vrouwtje is. Maar dat
wordt toch lastig.
Tot nu (2009) toe zag ik alleen Bruinrode
heidlibellen in de tuin. Dit keer bleek ik een Steenrode heidelibel
gefotografeerd te hebben. Als ik dat geweten had, had ik wel meer foto's
gemaakt. Vooral de foto van de zijkant is niet mooi. Maar hij was wel
belangrijk voor het determineren.