Vlinders onder andere op de vlinderstruik (Buddleia)
Informatie over dag- en nachtvlinders.
Atalanta
(Vanessa atalanta)
Het is een trekvlinder. In april komen de eerste vlinders in onze
tuinen.
Ze leggen in mei juni eieren. In juli vliegt de volgende generatie door
onze tuin.
Hij houdt ook wel van rottend fruit heb ik gemerkt.De meesjes pikken
gaatjes in de pruimen. Daarna verschijnen de Atalanta's. Als je er zelf
een eet komen ze soms op je hand zitten.
Dit is wel mijn favoriete
vlinder. Ook omdat hij helemaal niet schuw is.
Distelvlinder (Cynthia cardui) Deze
foto's zijn eind juli 2007 gemaakt. Vorig jaar heb ik hem niet gezien. Net
als de Atalanta is het een trekvlinder. Ze komen uit Zuid-Europa en soms
zelfs uit Noord-Afrika. Ze leggen hier eieren. Deze vlinder kan daarom ook
tweede generatie zijn. In de herfst trekken ze naar het zuiden. Alles wat
blijft overleeft de winter niet.
De naam distelvlinder hebben ze natuurlijk gekregen, omdat je ze hier
vaak op distels tegenkomt.
Bij ons zit hij meestal op de vlinderstruik, hoewel hij op de foto op een
lavendel staat afgebeeld.
Gehakkelde
Aurelia (Polygonia c-album)
Deze vlinder overwintert in Nederland. Zij paren in maart, april. Hun
jongen vliegen in juni en zorgen voor een tweede generatie, die dan weer
overwintert.
De eerste generatie is lichter dan de tweede generatie.
De gehakkelde vleugelrand zorgt voor camouflage. Onder de vleugel zie je
een witte c.
De rups schijnt op een vogelpoep te lijken. De Aurelia heeft een klein
leefgebied.
In het oosten en het zuiden komt hij het meest voor. Verder is hij
zeldzaam volgens mijn boekje. Ik woon in het westen van Nederland. Dus dit
is dan een zeldzame. Toch zie ik ze tegenwoordig elk jaar. Onder: juli
2009
Dagpauwoog (Inachis io) Foto:
begin april 2007.
Ik heb hem twee jaar niet in de tuin gezien. Nu zag ik hem eind maart al
rondfladderen. Hij legt de eitjes onder brandnetelbladeren.(Net als
de atalanta, gehakkelde aurelia, kleine vos) De tuinplanten worden zo dus
gespaard. Ik moet er toch maar ergens een paar laten staan, bedenk ik nu.
Ze overwinteren o.a in schuren. Ze leven ongeveer een jaar. (van juni tot
mei)
Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae)
Ik zie hem niet zo vaak in de tuin, terwijl het wel een algemene
vlinder is.
Hij is te herkennen aan de rand met blauwe halve maantjes, die
duidelijk afsteken tegen het oranje en zwart.
Hij overwintert in schuren en huizen en is daarom vaak een van de eerste
vlinders, die je in het voorjaar (maart) ziet. In april leggen ze eieren
aan de onderkant van brandnetelbladeren, waaruit de eerste generatie komt,
die eind mei, juni vliegt. In augustus, september verschijnt de talrijkere
tweede generatie. Soms is er nog een derde generatie.
De rupsen eten brandnetels.
Klein Koolwitje
(Pieris rapae)
In een jaar kunnen zich drie tot
vier generaties vormen. Het Groot Koolwitje heeft een duidelijker tekening
op de vleugels. De vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de
voorvleugel loopt niet voorbij de zwarte stip in het midden van de vleugel. De rupsen houden inderdaad van kool. Maar ook van allerlei
kruisbloemigen, zoals look zonder look. De rups is klein en moeilijk te
vinden. Ze overwinteren als
pop.
De vleugel heeft een lengte van 21 tot 27 millimeter
Ze zijn lastig te fotograferen, omdat ze zo rusteloos zijn.
Bij de eerste generatie is de tekening lichter.
Groot koolwitje (Pieris brassicae)
Het vrouwtje heeft twee zwarte stippen. Het mannetje geen. De
vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de voorvleugel loopt voorbij
de zwarte stip in het midden van de vleugel. Ook van dit
koolwitje houden de rupsen van kool.en andere kruisbloemigen.
De vleugel heeft een lengte van ongeveer 32 millimeter
De pop van de tweede generatie overwintert.
Vliegtijd: maart - oktober
Hier eten de rupsen van een groot koolwitje van een judaspenning.
Klein Geaderd Witje (pieris napi)
De rupsen vind je niet op de koolplanten, maar op wilde kruisbloemigen als
look zonder look, gewone
raket. Als je hem ziet vliegen, lijkt hij op een
gewoon koolwitje.
De pop van de tweede of derde generatie overwintert.
Hier afgebeeld op een witte judaspenning
Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)
Behoort tot de groep "witjes".
De mannetjes zijn geelgekleurd, de vrouwtjes zijn groenachtig wit. Ze
overwinteren en verschijnen het volgende jaar weer vroeg.
Per jaar is er een generatie. Hij schijnt vooral op zandgronden voor te
komen.
Vuilboomblauwtje / boomblauwtje (Celastrina
argiolus)Familie Lycaenidae
De rups zit o.a op hulst en kardinaalsmuts en klimop. Alle drie komen veel
voor in mijn tuin.
Hij komt voor op zandgrond en ook wel in bossen.
Het is een klein vlindertje. Pas als je de foto's bekijkt besef je hoe
mooi hij is. Jammer dat hij zijn vleugels meteen dichtklapt. Als je hem
ziet vliegen, zie je echt een blauw vlindertje.
Het vrouwtje heeft een zwarte band aan de buitenkant van de vleugels.
Hier zit hij op een sedum.
Hij overwintert als pop.
Bruin Blauwtje (Plebeius agestis)
Familie Lycaenidae
De oranje vlekken op de vleugels vallen op.
Je vindt ze vooral langs de kust. Maar ook wel langs de rivieren. Vaak op
zanderige grond.
Voedselplant: reigersbekjes, ooievaarsbekjes.
Mei - oktober. Twee soms drie generaties.
De half volgroeide rups overwintert. (in strooisellaag)
Centraal- en Zuideuropa.
Kleine Vuurvlinder
(Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae
De vuurvlinder hoort bij de blauwtjes, hoewel er niet veel blauw te zien
is.
Spanwijdte: ongeveer 25 mm. Veel kleiner dus dan de kleine vos, waar hij
wel wat op lijkt.
April - oktober. Drie generaties.
Waardplanten: schapenzuring, veldzuring
Rups: Augustus - mei en mei - juli. Hij overwintert als rups
De vlinder komt voor in het Palearctisch
gebied en het Nearctisch
gebied
Bruin Zandoogje (Maniola jurtina)
Familie Satyridae
De vlinder op de grote foto is een mannetje, want het vrouwtje is veel mooier van kleur, is groter en heeft ook grotere oogvlekken. Linnaeus dacht zelfs, dat
het verschillende soorten waren. Meestal is het mannetje bij dagvlinders
het mooist.
Het Bruin zandoogje ontpopt zich van juni tot augustus en leeft daarna
ongeveer een maand.
Je ziet hem vaak in weiden.
De laatste drie foto's zijn van het
vrouwtje.
Deze twee foto's: 4-7-2010.
Bont Zandoogje (Pararge aegeria)
Familie Satyridae
Net als vorig jaar zag ik de eerste half september in de tuin (2009) De
vleugel was beschadigd.
Hij is vaak te vinden langs de rand van het bos, bospaden.
De eitjes worden in het gras gelegd. (half in de schaduw) De rupsen eten
verschillende grassoorten.
Maart - oktober. Twee, drie generaties..
Hij overwintert als rups of als pop.
Spanwijdte: 32 tot 42 mm.
Foto 28-4-2010 Onbeschadigd dit keer.
Nachtvlinders Dat nachtvlinders 's nachts vliegen is begrijpelijk. Toch zijn er zo'n
honderd soorten, die overdag vliegen en soms ook mooi gekleurd zijn.(dagactieve
nachtvlinder)
Een kenmerk van nachtvlinders zijn de lange voelsprieten zonder knopje op het
eind. Die zijn in het donker natuurlijk wel handig. Vaak hebben ze een dichtere
beharing om warmte vast te houden en krachtiger vleugelspieren. Er is een
verbinding tussen voor- en achtervleugel. Vaak hebben ze een camouflagepatroon.
Lichtmotten of snuitmotten (Pyralidae)
Deze nachtvlinder leggen de antennes als ze in rust zijn op de vleugels en niet
eronder, zoals dat bij andere nachtvlinders het geval is. Verder zijn ze heel
verschillend. Er zijn verschillende onderfamilies. Bijvoorbeeld de
familie grasmotten (Crambidae) Deze familie wordt echter ook wel
als zelfstandig gezien.
Meelmot (Pyralis farinalis) Familie Lichtmotten
of snuitmotten (Pyralidae)
Zoals ook op de foto is te zien draaien ze als ze rusten hun achterkant
omhoog. Deze had ik gevonden in huis. Hier bleef hij maar even zitten. Het
was ook niet zo'n veilig plekje.
De rupsen leven van opgeslagen graan(producten) Daar is niet iedereen blij
mee.
Spanwijdte van 18 tot 30 millimeter.
Juni tot en met augustus. Verschillende generaties.
Ze zijn wereldwijd verspreid.
Hommelnestmot, hommelmot (Aphomia sociella)Familie Lichtmotten
of snuitmotten (Pyralidae)
Mannetjes een roomwitte vleugelbasis van de
voorvleugel. De voorvleugel van de vrouwtjes heeft een bruingroene
basiskleur. De vrouwtjes hebben een snuit, die uitsteekt. Spanwijdte ongeveer 30 mm.
De larven leven vooral in nesten van hommels, maar ook in de nesten van
bijen en wespen. Ze eten de was in deze nesten. Als er veel in een nest
zitten wordt alles opgegeten. Ze kunnen ook in het hout van nestkasten
knagen. De imkers zijn dus niet zo blij met ze.
In het najaar zijn de rupsen volwassen en overwinteren dan in cocons. Vaak
wordt een aantal cocons tegen elkaar aan gesponnen.
Juni - augustus.
Foto 10-7-2010
Het muntvlindertje (Pyrausta
aurata) is een nachtvlinder, die je veel overdag ziet. (dagactieve
nachtvlinder) Hij hoort tot
de familie Crambidae,
de grasmotten
Hij is heel klein ( ruim een centimeter) en zit vooral op, hoe kan
het anders, munt.
Op de foto zit hij echter op een Ossentong (Pentaglottis
sempervirens) Als hij rust liggen de voelsprieten op zijn rug.
Op de purperen voorvleugel zie je altijd een gouden (oranje) stip. De
vlinder lijkt sterk op het purpermotje(Pyrausta purpuralis) (heeft o.a. meer stippen.
Noord West Europa
5 juli kwam ik een wat gehavend muntvlindertje tegen samen met een
vlieg op een duizendblad. De voelsprieten staan nu rechtop.
Brandnetelmot (Eurrhypara hortulata)
Hoewel het ook een dagactieve nachtvlinder uit de familie Crambidae, de
grasmotten is, vliegt de brandnetelmot vooral in de schemering en ook 's
nachts.
Hij is groter dan het muntvlindertje. Een spanwijdte: 24 - 28 mm.
Lichte vleugels met donkere banden aan de buitenkant en donkere vlekken.
Een geel borststuk.
Je vindt de vlinder vooral op de brandnetel. Hier zit hij in een taxus.
De rups eet van andoorn, brandnetel en andere lipbloemigen. Hij
overwintert als cocon.
De vliegtijd: juni en juli.
West Europa, Oost Azië.
Grijze kruidenmot (Udea prunalis) Familie grasmotten (Crambidae)
Hij vliegt 's nachts. (dus niet dagactief als de bovenste familieleden)
Hij is te herkennen aan het lijntje aan de onderkant van de vleugel.
Daarboven zie je twee donkere stippen. de onderste stip is het grootst.
De kleur licht bruingrijs met witte pootjes en lichaam.
De rupsen vind je in veel soorten struiken, bomen en planten.
Het jonge rupsje overwintert in een cocon aan een blad.
Vliegtijd juni - augustus. Eén generatie.
Spanwijdte 23 - 26 mm.
Brandnetelmotje
(Anthophila fabriciana) Familie Choreutidae
Een heel klein dagactief nachtvlindertje.
Spanwijdte: 10 tot 15 millimeter
Vliegtijd: Mei - oktober. Twee generaties. Het meest te zien in juni en
september.
Verspreiding: het Palearctisch gebied.
De rups eet van de brandnetels.
Geelband Langsprietmot (Nemophora
degeerella) familie Adelidae,
de langsprietmotten.
Een vrouwtje. Het mannetje heeft namelijk veel langere sprieten. (vijfmaal
hun lichaamslengte) Het is
ook een dagactieve nachtvlinder. De vlinder leeft op adderwortel,
brandnetel en margriet.
De rups leeft van afgevallen berkenblad.
Vliegtijd van mei tot en met
juni.
Cauchas rufimitrella Familie
Adelidae,
de langsprietmotten.
Het vlindertje heeft een prachtige metallic glans. Het is een dagactieve nachtvlinder.
Spanwijdte 10 - 12 mm.
De larven leven in de zaden van de pinksterbloem.
Vliegtijd van mei tot en met
juni.
Smaragdlangsprietmot (Adela reaumurella) Familie
Adelidae,
de langsprietmotten.
Een dagactieve metallisch groene nachtvlinder. Rupsen leven op
bladresten.
Spanwijdte 14 - 18 mm. Foto's 5 -5 2010. Mannetje.
Vliegtijd van mei tot en met
juni. Je ziet de mannetjes dansen bij de struiken. Een mooi gezicht met
die lange sprieten.
Nematopogon adansoniella familie Adelidae,
de langsprietmotten.
Het is een dagactieve nachtvlinder. Hij lijkt op de Nemapogon swammerdamella.
Maar Nemapogon adansoniella heeft zwart/wit geringde antennen. Hoewel de
foto niet heel duidelijk is, zijn de ringen te zien. (zie ook foto 2010)
Spanwijdte 17 - 19 mm.
Waardplanten: beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes.
April - juni. Eén generatie.
Het is een dagactieve nachtvlinder. Ze schijnen vooral 's ochtends vroeg actief
te zijn. Ik dacht eerst aan een een schietmot, toen ik hem zag. Hij steekt
de antennes op dezelfde manier naar voren. Het was al laat en de zon stond
al laag. Het was daarom lastig om hem goed te fotograferen.
In 1971 is in Melissant (Zuid-Holland) de eerste Nederlandse Esperiamot
gezien. Nu worden ze vaker gevonden (vooral dit jaar 2009) Maar ze staan
nog vermeld als zeldzaam.
Herkenbaar aan de witte band om de antennes, een geelwit vlekje op de rug
en een gele streep op de zijkant. (hier niet goed zichtbaar)
Vliegtijd april - juni. Eén generatie.
De rupsen leven van dood hout. (Beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes)
Spanwijdte 12 - 16 mm.
Een
jaar later zag ik hem op het zelfde plekje in de avondzon. 6-5-2010
Kenmerken: Bruine vleugels met witte vlekken. Hij lijkt op de
Incurvaria pectine. Daar zijn de vlekken echter niet zo scherp begrensd.De mannetjes hebben gekamde antennes.
De
jonge larve is een bladmineerder (mei, juni). Na de eerste vervelling
leven ze verder op de grond van dorre bladeren.
Waardplanten zijn o.a meidoorn, eik, berk, roos, bosbes. (In Engeland
vooral in meidoorn)
Hij overwintert als rups.
Vliegtijd April - juni
Spanwijdte 12 - 16 mm.
Europa.
Familie uilvlinders (noctuidae). In
Nederland zijn er alleen al ongeveer 350 soorten. Ze hebben een dik
lichaam en verpoppen in de bodem. De bovenkant is meestal onopvallend
gekleurd.
Gammauil (Autographa gamma)
Hij heeft natuurlijk zijn naam gekregen door het gamma teken.
Het is een trekvlinder. In het voorjaar komen ze vanuit het zuiden naar
Nederland. In de herfst trekken de nakomelingen weer naar het zuiden. Ze
kunnen hier de winter niet overleven.
Voedselplanten: o.a. klaver, dovenetel en brandnetel.
Je komt ze ook wel overdag op bloemen tegen.
Driehoekuil (Xestia triangulum) Familie uilvlinders (noctuidae)
De driehoekuil vliegt 's nachts in juni en juli. De rups kun je in het
najaar op o.a. weegbree en paardebloem vinden, terwijl ze voorjaar o.a. in
een berk, framboos en braam zitten.
Het is in Europa een algemene soort.
De rups overwintert en verpopt in de grond. Elk jaar één generatie.
Zwarte c-uil (Xestia
c-nigrum) Familie uilvlinders (noctuidae)
De naam heeft hij natuurlijk gekregen door de zwarte c. De achtervleugels
zijn geel wit.
Hij lijkt op de nunvlinder. Maar dat is een voorjaarsuil
Het is een algemene vlinder in Europa.
De najaarsrupsen overwinteren en zijn in april volgroeid.
April - oktober. Twee generaties.
Bij de tweede generatie zitten ook uiltjes, die vanuit het zuiden naar
Nederland zijn getrokken. Later trekt een deel weer naar het zuiden.
Spanwijdte van 35 - 45mm
Huismoeder (Noctua
pronuba) Familie uilvlinders (noctuidae)
Een vrij groot uiltje. Ik vond hem in de keuken. Toen ik hem naar buiten
deed, bleef hij even op de stam van de kastanje zitten. Toen heb ik deze
foto gemaakt. De kleur van de voorvleugels schijnen nog al te verschillen.
Deze vlinder was vrij donker met weinig tekening. De achtervleugels zijn
geel. Als hij wegvlieg moet dat aanvallers laten schrikken. Helaas zijn ze
hier niet te zien.
Het is in Nederland een algemene vlinder.
Je komt hem van mei tot september in heel Nederland tegen.
Net als bij de driehoeksuil overwintert de rups. Hij komt o.a. voor op
braam, brandnetel en paardebloem.
Koperuil (Diachrysia chrysitis) Familie uilvlinders (noctuidae)
Een prachtig uiltje, die zijn naam gekregen heeft door de metaalachtige
glans. De kop en kuif zijn opvallend oranje. Daar achter zit nog een
kleine oranje kuif.
Een enkele keer zie je hem ook overdag. Deze zat verstopt tussen de
bladeren, maar hij bleef rustig zitten toen ik het blad wat naar buiten
boog.
Spanwijdte 28 - 35 mm.
Mei - oktober. Twee generaties. (soms drie)
Hij komt in heel Europa voor.
Rupsen: Juni, juli maar ook in het najaar en voorjaar, want de rupsen
overwinteren.
Ze leven op allerlei kruidachtige planten. B.v. brandnetel, dovenetel.
Schedeldrager (Craniophora ligustri) Familie uilvlinders
(noctuidae)
De tekening op het borststuk lijkt op een schedel. Vandaar de naam.
Purperachtig bruine en olijfgroene vlekken
Ze leven vooral op wilde liguster, es en sering.
Spanwijdte 30 - 40 mm.
April - september. Twee generaties.
Rups: Juni - oktober. Hij overwintert als pop.
Hij komt in het hele land voor. Vooral op zandgrond.
Bosbesuil (Conistra
vaccinii) Familie uilvlinders (noctuidae)
Wat betreft kleur en tekening is deze vlinder heel variabel. Lichtbruin,
donkerbruin of diep kastanjebruin. Effen, gemarmerd, bespikkeld of
gestreept.
Hij is daarom vooral herkenbaar aan de afgeronde vorm van achterrand van
de voorvleugels. Bij deze vlinder is de donkere stip goed te zien. Maar
dat is niet altijd het geval.
De rups is in allerlei struiken en loofbomen te vinden. Maar ook
(als hij ouder wordt) in kruidachtige planten.
Spanwijdte 28-36 mm.
September - mei. Eén generatie.
Hij overwintert als imago. Eind februari is hij dan weer te zien.
(afhankelijk van het weer)
Europa, Noord-Afrika en westelijk Azië.
Roesje,
Roestvlekvlinder (Scoliopteryx libatrix) Familie
uilvlinders (noctuidae)
Kenmerken:
Grijsbruin met een oranje vlek. Langs die vlek loopt een zwart met wit
gespikkelde ader. Vier opvallende, witte stippen. De onderrand van de
vleugels is gekarteld. De antennen van het mannetje zijn geveerd.
Je vindt hem in een bosrijke omgeving, maar ook in tuinen. Ze overwinteren
ook vaak binnen in garages, zolders enz.
Deze vlinder zat vast in spinrag. Nadat ik hem bevrijd had, heb ik hem op
een stoel gezet voor een paar foto's. Daarna heb ik ook het spinrag bij de
voorpootjes weggehaald. Hij bleef heel rustig en vloog daarna ongedeerd
weg.
Waardplant rupsen: o.a. wilg en populier.
Spanwijdte 44 - 48 mm.
Vliegtijd: Na overwintering: april - juni. Volgende generatie: Juli -
oktober.
Rups: Mei - september.
Foto's 6-6-2010
Familie bladrollers (Tortricidae)
Deze naam heeft de groep gekregen, omdat de rups een blad, of enkele
bladeren oprolt en daarin leeft.
Brandnetelbladroller (Celypha lacunana).
Het is een in Europa veel voorkomend nachtvlindertje.
Ze overwinteren als half volwassen rups op veel verschillende soorten
planten, struiken en bomen.In het voorjaar laat hij zich op de grond
vallen en verpopt uiteindelijk tussen de gevallen bladeren.
Spanwijdte
16 - 18 mm.
De
soort vliegt van eind april tot en met september.
Vanaf een
foto is niet te zien, welke het van de twee soorten het is. Dit zou een
Acleris notana kunnen zijn, omdat de Acleris ferrugana wat lichter blijft.
Verder zijn het heel variabele vlinders. Van egaal bruin tot gespikkeld.
Ook de halve cirkel op de vleugel is er niet altijd. De pootjes zijn
geringd. Spanwijdte 14- 18 mm.
Twee generaties. Eerste: april - juni De tweede generatie overwintert.
Dit vlindertje zag ik echter in februari. Terwijl het een dag eerder nog
gevroren had.
Rups van Acleris notana: berk. Rups van Acleris ferrugana: berk, beuk en
eik.
Bosgebieden, zandgronden, inclusief de duinstreek,.
West-, Midden- en Noord-Europa.
Groene knopbladroller (Hedya nubiferana), Familie bladrollers
(Tortricidae)
Hij lijkt op andere Hedya.
Hedya ochroleucana heeft een grote ronde zwarte middenvlek, bijna altijd
voor meer als de helft vrijstaand. Het wit is roomkleurig.
Hedya pruniana heeft een zwart vlekje in de vleugelpunt (apex), en heeft
iets bredere vleugels en de grens zwart/wit is meer recht ipv krom
afgebogen.
Hedya nubiferana, twee zwarte vlekjes midden in de vleugel. Spanwijdte:15 en 21 millimeter
Mei - augustus
Rupsen: Juni - najaar.De rupsen overwinteren.
De rups is te vinden in lijsterbes en meidoorn, Maar ook in appel- pere-
en pruimenbomen. Hij beschadigt de vruchten en wordt daarom als schadelijk
gezien.
Notocelia rosaecolana
Familie bladrollers (Tortricidae)
Hij lijkt op de Notocelia trimaculana en Notocelia
roborana. Spanwijdte 16- 20 mm.
Mei - augustus
Komt voor in het gehele Palearctisch gebied ( Europa,
Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Azië)
De rupsen zijn op verschillende rozensoorten te vinden.
Geen heel algemene mot. Spanwijdte 14- 16 mm.
Mei - juli
Vooral de licht blauwe vlekjes vallen op.
Familie spanners (Geometridae) De
naam heeft hij gekregen door de manier van voortbewegen van de rups. Het achterlichaam
wordt eerst tot aan de borst verplaatst, zodat de rups de Griekse letter omega vormt. Daarna wordt het
lichaam vooruit bewogen.
Een algemeen voorkomende
nachtvlinder. De voelsprieten verbergt hij hier onder de vleugels. Door de
witte verfstreep op de muur is hij van veraf nauwelijks zichtbaar. Er is op
dit plekje maar heel eventjes zon. Pas tegen de schemering wordt hij
actief.
Hij vliegt in twee generaties van half april tot en met september.
De groene rups vind je op allerlei kruisbloemigen. (o.a. raket,
koolsoorten)
Kleine Wintervlinder (Operophtera brumata)
Hij is niet erg opvallend, maar wel
apart. Als de meeste vlinders verdwenen zijn vliegen zij uit. (oktober tot
en met december) Dit is een mannetje, want de vrouwtjes hebben geen
vleugels. Die kruipen rond in de bomen en wachten op een mannetje. De
vlinder overwintert als ei.
Het is een algemene vlinder. Vroeger, voor de chemische bestrijdingsmiddelen,
waren de rupsen in het voorjaar een plaag in de boomgaarden. Men deed toen
wel kleverige banden om de stammen. Hier bleven de vleugelloze vrouwtjes
aan vastkleven als ze omhoog kropen.
De rupsen zijn nog steeds in het voorjaar een belangrijke voedselbron voor
koolmeesjes. Ze laten zich half juni aan een gesponnen draad naar de grond
zakken. Zo'n draad kunnen ze, als ze nog klein zijn, ook gebruiken om zich
door de wind naar een andere plek te laten vervoeren. Ze verpoppen in het
najaar op of in de grond in een zelf gesponnen cocon.
Een variable spanner. Naast deze grijze vorm heb je ze ook met een
middendeel, dat voor het grootste deel rood, wit geel of lichtgrijs is.
Per
jaar zijn er 2 generaties. De eerst in juni, juli. De tweede
augustus, september.
De rups leeft o.m. op berk, zuring, braam,
struikheide.
Spanwijdte 32 - 39 mm
Zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata)
Een mooi vlindertje, dat ik regelmatig op het raam zie.
Spanwijdte van 15 tot 19 mm.
Hij vliegt van maart tot oktober. In drie, vier generaties.
Ze vliegen vanaf de middag tot middernacht. Maar ze vliegen vooral in de
schemering.
Diverse kruidachtige planten, struiken en bomen, waaronder struikhei,
bosrank, koninginnenkruid, dophei en lijsterbes.
De rups overwintert als pop.
Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)
Een prachtige goudgele spanner met golvende geelbruine dwarslijnen.
Hij komt in Nederland vooral op zandgrond voor.
Hij vliegt overdag.
Half mei - begin september. Twee generaties per jaar
De rups overwintert en leeft op allerlei lage planten. Bijvoorbeeld
vogelmuur en duizendknoop.
Spanwijdte: 20 - 25 mm.
Europa, Noord-Amerika en Azië.
Hij is variabel van kleur, zoals je aan de onderst foto ziet.
Grijze stipspanner (Idaea aversata)
Deze vond ik in juli in m'n kasje. Toen ik hem naar buiten liet, heb ik
hem door het glas gefotografeerd. Daarna bleef hij rustig zitten.
Naast deze vorm met een donkere band, zijn er ook lichtere spanners met
een lichte band. Een duidelijke stip op zowel de voor- als achtervleugels.
Waardplanten: Paardebloem, zuring enz.
Juni - oktober. Twee generaties.
Spanwijdte: 30 - 35 mm.
De rups vind je van juli - mei op allerlei kruidachtige planten. De jonge
rups overwintert op de grond in de strooisellaag..
Vooral in het zuidelijke deel van Europa
Grijze stipspanner (Idaea aversata, remutata)
Dit is de vorm, waar je alleen de lijnen ziet en niet de donkere band
ertussen (remutata). Deze vorm zie ik het meest in de tuin. (Vaak op het
kozijn.)
Een Lichtgrijze tot bruingrijze spanner, die geheel donkergrijs bespikkeld
is met een duidelijke stip ongeveer midden op de vleugel.
De rups vind je vooral op de paardebloem en klimop.
Paardebloemspanners komen vooral voor boven zandgrond. Uiteraard op
paardebloemen, maar ook op klimop.
Ik zie ze vaak op het raamkozijn. Maar ze vliegen pas na zonsondergang.
Mei - september. Twee generaties.
Spanwijdte: 19 - 21 mm.
Europa en Noord Azië.
Appeltak, Groen- en witbandvlinder, Groen- en
witbandspanner (Campaea margaritata)
Een licht groene spanner, die echter enkele dagen na het uitkomen
groenachtig wit tot wit wordt. Hij is herkenbaar aan de streep, die over
de vleugels loopt. En een rood streepje op de vleugeltoppen. (Hier niet
goed te zien)
De rups vind je vaak in loofbomen. De vlinder vooral op zandgrond.
Mei - september. Twee generaties.
Ze overwinteren als bijna volgroeide larve.
Spanwijdte 42 - 55 mm.
Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Familie Sphingidae, de pijlstaarten. Groot avondrood (Deilephila elpenor) olifantsrups.
Ik heb helaas nog geen foto van deze prachtige nachtvlinder. Maar de rups
is ook heel apart.
De 8cm lange bruine olifantsrups trekt bij verstoring zijn
kop iets in en beweegt hem heen en weer. Door de vlekken, die op een oog
lijken lijkt hij nu op een slang.
Hij leeft vooral op het wilgenroosje. In de tuin ook op de fuchsia. Hoewel
is wilgenroosjes en fuchsia's in de tuin heb staan, zit hij hier op
waterdrieblad. De rupsen van de pijlstaarten familie herken je aan de
puntstaart.
Op de onderste foto is hij in rust.
De pop overwintert.
De vlinder vind je van mei tot juni. 1 soms 2 generaties. Hier
kun je meer foto's zien
Glasvleugelpijlstaart(Hemaris
fuciformis) Familie Pijlstaaarten
(Sphingidae) Een dagactieve nachtvlinder.
Een makkelijk te herkennen vlinder met een geelbruine pels met een
roodbruine band en aan de zijkant witte vlekken. De vleugels zijn
gedeeltelijk doorzichtig met een rode rand.
Net als een kolibrie vliegt hij van bloem tot bloem en drinkt stilhangend
voor de bloem met zijn tong de nectar uit de bloemen. O.a vlinderstruiken
en lipbloemigen. Zoals je op de foto's ziet, beweegt hij de vleugels heel
snel.
Vliegtijd:
Mei - juli.
Hij komt vooral voor in de kuststreek en zandgronden.
Spanwijdte:
38 - 45 mm. Europa
(behalve Noord-Scandinavië), Noord-Afrika en Centraal en Oost-Azië.
Rupsen
zijn o.a. te vinden op kamperfoelie en sneeuwbes. Juni - augustus.
Ze overwinteren als pop tussen de dorre bladeren.