Vlinders in de tuin

home  zomer kamerplanten   dieren/links vliegen kevers links kastanje Frankrijk Tsjechië   Cluny-House-Gardens
tuin zomerbloeiers euphorbia   vlinders   zweefvliegen/1 wantsen links2 Ierland Engeland 
lente herfst Platte zwever (Xanthandrus comtus)   waterjuffers/libellen zweefvliegen/2     Schotland Spanje
lente'07 winter     wespen/bijen   duin   Engeland2

To the English website / Naar de Engelse websiteEngels / English

                                                                          Vlinders in de tuin     

 

Vlinders onder andere op de vlinderstruik (Buddleia) Informatie over dag- en nachtvlinders.

Atalanta (Vanessa atalanta) Atalanta (Vanessa atalanta) Atalanta (Vanessa atalanta)
Het is een trekvlinder. In april komen de eerste vlinders in onze tuinen. 
Ze leggen in mei juni eieren. In juli vliegt de volgende generatie door onze tuin. 
Hij houdt ook wel van rottend fruit heb ik gemerkt.De meesjes pikken gaatjes in de pruimen. Daarna verschijnen de Atalanta's. Als je er zelf een eet komen ze soms op je hand zitten.

Dit is wel mijn favoriete vlinder. Ook omdat hij helemaal niet schuw is.

Ik heb een aantal extra foto's gemaakt.

Atalanta (Vanessa atalanta) Klik hier om ze te bekijken.

Atalanta (Vanessa atalanta)
Atalanta (Vanessa atalanta)
Atalanta (Vanessa atalanta)

 

Distelvlinder (Cynthia cardui) Distelvlinder (Cynthia cardui) Distelvlinder (Cynthia cardui) Distelvlinder (Cynthia cardui) Distelvlinder (Cynthia cardui) Distelvlinder (Cynthia cardui) Deze foto's zijn eind juli 2007 gemaakt. Vorig jaar heb ik hem niet gezien. Net als de Atalanta is het een trekvlinder. Ze komen uit Zuid-Europa en soms zelfs uit Noord-Afrika. Ze leggen hier eieren. Deze vlinder kan daarom ook tweede generatie zijn. In de herfst trekken ze naar het zuiden. Alles wat blijft overleeft de winter niet.

De naam distelvlinder hebben ze natuurlijk gekregen, omdat je ze hier vaak op distels tegenkomt. 
Bij ons zit hij meestal op de vlinderstruik, hoewel hij op de foto op een lavendel staat afgebeeld.

 

Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album) Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album) Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)
Deze vlinder overwintert in Nederland. Zij paren in maart, april. Hun jongen vliegen in juni en zorgen voor een tweede generatie, die dan weer overwintert.
De eerste generatie is lichter dan de tweede generatie. 
De gehakkelde vleugelrand zorgt voor camouflage. Onder de vleugel zie je een witte c. 
De rups schijnt op een vogelpoep te lijken. De Aurelia heeft een klein leefgebied.
In het oosten en het zuiden komt hij het meest voor. Verder is hij zeldzaam volgens mijn boekje. Ik woon in het westen van Nederland. Dus dit is dan een zeldzame. Toch zie ik ze tegenwoordig elk jaar. Onder: juli 2009
   Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)   Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)  Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)
Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)
Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)
Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)

 

Dagpauwoog (Inachis io)

Dagpauwoog (Inachis io)

Dagpauwoog (Inachis io)

Dagpauwoog (Inachis io) Dagpauwoog (Inachis io) Foto: begin april 2007. 

Ik heb hem twee jaar niet in de tuin gezien. Nu zag ik hem eind maart al rondfladderen. Hij legt  de eitjes onder brandnetelbladeren.(Net als de atalanta, gehakkelde aurelia, kleine vos) De tuinplanten worden zo dus gespaard. Ik moet er toch maar ergens een paar laten staan, bedenk ik nu.
Ze overwinteren o.a in schuren. Ze leven ongeveer een jaar. (van juni tot mei)

 

Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae) Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae) Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae) Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae) Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae) Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais urticae)

Ik zie hem niet zo vaak in de tuin, terwijl het wel een algemene vlinder is. 
Hij is te herkennen aan de rand  met blauwe halve maantjes, die duidelijk afsteken tegen het oranje en zwart.
Hij overwintert in schuren en huizen en is daarom vaak een van de eerste vlinders, die je in het voorjaar (maart) ziet. In april leggen ze eieren aan de onderkant van brandnetelbladeren, waaruit de eerste generatie komt, die eind mei, juni vliegt. In augustus, september verschijnt de talrijkere tweede generatie. Soms is er nog een derde generatie. 
De rupsen eten brandnetels. 

 

Klein Koolwitje (Pieris rapae)

Klein Koolwitje (Pieris rapae)

Klein Koolwitje (Pieris rapae)

Klein Koolwitje (Pieris rapae) Klein Koolwitje (Pieris rapae)
 In een jaar kunnen zich drie tot vier generaties vormen. Het Groot Koolwitje heeft een duidelijker tekening op de vleugels. De vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de voorvleugel loopt niet voorbij de zwarte stip in het midden van de vleugel. De rupsen houden inderdaad van kool. Maar ook van allerlei kruisbloemigen, zoals look zonder look. De rups is klein en moeilijk te vinden. Ze overwinteren als pop.
De vleugel heeft een lengte van 21 tot 27 millimeter
Ze zijn lastig te fotograferen, omdat ze zo rusteloos zijn. 
Bij de eerste generatie is de tekening lichter.

       

Groot koolwitje (Pieris brassicae) 
Groot koolwitje (Pieris brassicae) 
Groot koolwitje (Pieris brassicae) vrouwtje Groot koolwitje (Pieris brassicae)
Groot koolwitje (Pieris brassicae) Groot koolwitje (Pieris brassicae)

Het vrouwtje heeft twee zwarte stippen. Het mannetje geen. De vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de voorvleugel loopt voorbij de zwarte stip in het midden van de vleugel. Ook van dit koolwitje houden de rupsen van kool.en andere kruisbloemigen.
De vleugel heeft een lengte van ongeveer 32 millimeter
De pop van de tweede generatie overwintert.

Vliegtijd: maart - oktober
Hier eten de rupsen van een groot koolwitje van een judaspenning. 
  rupsen van een Groot koolwitje (Pieris brassicae)    rupsen van een Groot koolwitje (Pieris brassicae)

Klein Geaderd Witje (pieris napi)

Klein Geaderd Witje (pieris napi)
Klein Geaderd Witje (pieris napi) Klein Geaderd Witje (pieris napi) 
De rupsen vind je niet op de koolplanten, maar op wilde kruisbloemigen als look zonder look, gewone raket. Als je hem ziet vliegen, lijkt hij op een gewoon koolwitje.
De pop van de tweede of derde generatie overwintert.

Hier afgebeeld op een witte judaspenning

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)


Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)

 
Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) Behoort tot de groep "witjes".
De mannetjes zijn geelgekleurd, de vrouwtjes zijn groenachtig wit. Ze overwinteren en verschijnen het volgende jaar weer vroeg.
Per jaar is er een generatie. Hij schijnt vooral op zandgronden voor te komen.

 

Vuilboomblauwtje (Celastrina argiolus) 
Vuilboomblauwtje (Celastrina argiolus) 
boomblauwtje-4-b.jpg (91469 bytes) boomblauwtje-b.jpg (98438 bytes)
Vuilboomblauwtje (Celastrina argiolus) Vuilboomblauwtje / boomblauwtje (Celastrina argiolus)Familie Lycaenidae
De rups zit o.a op hulst en kardinaalsmuts en klimop. Alle drie komen veel voor in mijn tuin.
Hij komt voor op zandgrond en ook wel in bossen.
Het is een klein vlindertje. Pas als je de foto's bekijkt besef je hoe mooi hij is. Jammer dat hij zijn vleugels meteen dichtklapt. Als je hem ziet vliegen, zie je echt een blauw vlindertje.
Het vrouwtje heeft een zwarte band aan de buitenkant van de vleugels. 
Hier zit hij op een sedum.
Hij overwintert als pop.
Vuilboomblauwtje / boomblauwtje (Celastrina argiolus)    Vuilboomblauwtje / boomblauwtje (Celastrina argiolus)
Bruin Blauwtje (Plebeius agestis)

Bruin Blauwtje (Plebeius agestis)

Bruin Blauwtje (Plebeius agestis)
Bruin Blauwtje (Plebeius agestis) Bruin Blauwtje (Plebeius agestis) Familie Lycaenidae

De oranje vlekken op de vleugels vallen op.
Je vindt ze vooral langs de kust. Maar ook wel langs de rivieren. Vaak op zanderige grond.

Voedselplant: reigersbekjes, ooievaarsbekjes.

Mei - oktober. Twee soms drie generaties.

De half volgroeide rups overwintert. (in strooisellaag)

Centraal- en Zuideuropa.

Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae

Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae

De vuurvlinder hoort bij de blauwtjes, hoewel er niet veel blauw te zien is. 
Spanwijdte: ongeveer 25 mm. Veel kleiner dus dan de kleine vos, waar hij wel wat op lijkt.
April - oktober. Drie generaties.
Waardplanten: schapenzuring, veldzuring
Rups: Augustus - mei en mei - juli. Hij overwintert als rups
De vlinder komt voor in het Palearctisch gebied en het Nearctisch gebied
    Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae

 

Bruin Zandoogje (Maniola jurtina)  mannetje

Bruin Zandoogje (Maniola jurtina) vrouwtje

Bruin Zandoogje (Maniola jurtina) mannetje Bruin Zandoogje (Maniola jurtina) Familie Satyridae

De vlinder op de grote foto is een mannetje, want het vrouwtje is veel mooier van kleur, is groter en heeft ook grotere oogvlekken.  Linnaeus dacht zelfs, dat het verschillende soorten waren. Meestal is het mannetje bij dagvlinders het mooist.

Het Bruin zandoogje ontpopt zich van juni tot augustus en leeft daarna ongeveer een maand.
Je ziet hem vaak in  weiden.

De laatste drie foto's zijn van het vrouwtje.

Bruin Zandoogje (Maniola jurtina) vrouwtje  Bruin Zandoogje (Maniola jurtina) vrouwtje Deze twee foto's: 4-7-2010.

Bont Zandoogje (Pararge aegeria)

Bont Zandoogje (Pararge aegeria) Zelfde vlinder op de tuintafel. Hij lijkt hier veel donkerder.

Bont Zandoogje (Pararge aegeria) Bont Zandoogje (Pararge aegeria) Familie Satyridae

Net als vorig jaar zag ik de eerste half september in de tuin (2009) De vleugel was beschadigd.
Hij is vaak te vinden langs de rand van het bos, bospaden.

De eitjes worden in het gras gelegd. (half in de schaduw) De rupsen eten verschillende grassoorten.
Maart - oktober. Twee, drie generaties..
Hij overwintert als rups of als pop.
Spanwijdte: 32 tot 42 mm.

 Bont Zandoogje (Pararge aegeria) Familie Satyridae Foto 28-4-2010  Onbeschadigd dit keer.

Nachtvlinders 
Dat nachtvlinders 's nachts vliegen is begrijpelijk. Toch zijn er zo'n honderd soorten, die overdag vliegen en soms ook mooi gekleurd zijn.(dagactieve nachtvlinder)
Een kenmerk van nachtvlinders zijn de lange voelsprieten zonder knopje op het eind. Die zijn in het donker natuurlijk wel handig. Vaak hebben ze een dichtere beharing om warmte vast te houden en krachtiger vleugelspieren. Er is een verbinding tussen voor- en achtervleugel. Vaak hebben ze een camouflagepatroon.

Lichtmotten of snuitmotten (Pyralidae)
Deze nachtvlinder leggen de antennes als ze in rust zijn op de vleugels en niet eronder, zoals dat bij andere nachtvlinders het geval is. Verder zijn ze heel verschillend. Er zijn verschillende onderfamilies. Bijvoorbeeld 
de familie grasmotten (Crambidae) Deze familie wordt echter ook wel als zelfstandig gezien.

 

Meelmot (Pyralis farinalis) Familie Lichtmotten of snuitmotten (Pyralidae)

Zoals ook op de foto is te zien draaien ze als ze rusten hun achterkant omhoog. Deze had ik gevonden in huis. Hier bleef hij maar even zitten. Het was ook niet zo'n veilig plekje.
De rupsen leven van opgeslagen graan(producten) Daar is niet iedereen blij mee.

Spanwijdte van 18 tot 30 millimeter.
Juni tot en met augustus.  Verschillende generaties. 
Ze zijn wereldwijd verspreid.

Meelmot (Pyralis farinalis) 

Meelmot (Pyralis farinalis) 

Hommelnestmot, hommelmot (Aphomia sociella)

Hommelnestmot, hommelmot (Aphomia sociella) Familie Lichtmotten of snuitmotten (Pyralidae)

Mannetjes een roomwitte vleugelbasis van de voorvleugel. De voorvleugel van de vrouwtjes heeft een bruingroene basiskleur. De vrouwtjes hebben een snuit, die uitsteekt.
Spanwijdte ongeveer 30 mm.
De larven leven vooral in nesten van hommels, maar ook in de nesten van bijen en wespen. Ze eten de was in deze nesten. Als er veel in een nest zitten wordt alles opgegeten. Ze kunnen ook in het hout van nestkasten knagen. De imkers zijn dus niet zo blij met ze.
In het najaar zijn de rupsen volwassen en overwinteren dan in cocons. Vaak wordt een aantal cocons tegen elkaar aan gesponnen.

Juni - augustus.

 Hommelnestmot, hommelmot (Aphomia sociella) Foto 10-7-2010

 

muntvlindertje (Pyrausta aurata)

muntvlindertje (Pyrausta aurata)

muntvlindertje (Pyrausta aurata)  Het muntvlindertje (Pyrausta aurata) is een nachtvlinder, die je veel overdag ziet. (dagactieve nachtvlinder) Hij hoort tot de familie Crambidae, de grasmotten
Hij is heel klein ( ruim een centimeter) en zit vooral op, hoe kan het  anders, munt.
Op de foto zit hij echter op een Ossentong (Pentaglottis sempervirens) Als hij rust liggen de voelsprieten op zijn rug.
Op de purperen voorvleugel zie je altijd een gouden (oranje) stip. De vlinder lijkt sterk op het purpermotje (Pyrausta purpuralis) (heeft o.a. meer stippen.
Noord West Europa

5 juli kwam ik een wat gehavend muntvlindertje tegen samen met een vlieg op een duizendblad. De voelsprieten staan nu rechtop.

Brandnetelmot  (Eurrhypara hortulata) 

Hoewel het ook een dagactieve nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten is, vliegt de brandnetelmot vooral in de schemering en ook 's nachts.

Hij is groter dan het muntvlindertje. Een spanwijdte: 24 - 28 mm.
Lichte vleugels met donkere banden aan de buitenkant en donkere vlekken. Een geel borststuk.

Je vindt de vlinder vooral op de brandnetel. Hier zit hij in een taxus.
De rups eet van andoorn, brandnetel en andere lipbloemigen. Hij overwintert als cocon.

De vliegtijd: juni en juli.
West Europa, Oost Azië.

Brandnetelmot  (Eurrhypara hortulata) 

 

Grijze kruidenmot (Udea prunalis) Familie grasmotten (Crambidae) 

Hij vliegt 's nachts. (dus niet dagactief als de bovenste familieleden)
Hij is te herkennen aan het lijntje aan de onderkant van de vleugel. Daarboven zie je twee donkere stippen. de onderste stip is het grootst.
De kleur licht bruingrijs met witte pootjes en lichaam.

De rupsen vind je in veel soorten struiken, bomen en planten.

Het jonge rupsje overwintert in een cocon aan een blad.
Vliegtijd juni - augustus. Eén generatie.
Spanwijdte 23 - 26 mm.

 

Grijze kruidenmot (Udea prunalis)

 

Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana) Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana) Familie Choreutidae

Een heel klein dagactief nachtvlindertje. 
Spanwijdte: 10 tot 15 millimeter

Vliegtijd: Mei - oktober. Twee generaties. Het meest te zien in juni en september. 
Verspreiding: het Palearctisch gebied.

De rups eet van de brandnetels.

 Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana) Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana) Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana)

Geelband Langsprietmot (Nemophora degeerella) familie Adelidae, de langsprietmotten. Geelband Langsprietmot (Nemophora degeerella) familie Adelidae, de langsprietmotten.

Een vrouwtje. Het mannetje heeft namelijk veel langere sprieten. (vijfmaal hun lichaamslengte) Het is ook een dagactieve nachtvlinder. De vlinder leeft op adderwortel, brandnetel en margriet.
De rups leeft van afgevallen berkenblad. 
Vliegtijd van mei tot en met juni.

           Geelband Langsprietmot (Nemophora degeerella)

Cauchas rufimitrella Cauchas rufimitrella Familie Adelidae, de langsprietmotten.

Het vlindertje heeft een prachtige metallic glans. Het is een dagactieve nachtvlinder. 
Spanwijdte 10 - 12 mm.
De larven leven in de zaden van de pinksterbloem. 
Vliegtijd van mei tot en met juni.

          Cauchas rufimitrella

Smargdlangsprietmot (Adela reaumurella) Smargdlangsprietmot (Adela reaumurella) Smaragdlangsprietmot (Adela reaumurella) Familie Adelidae, de langsprietmotten.
Een dagactieve metallisch groene nachtvlinder. Rupsen leven op bladresten.
Spanwijdte 14 - 18 mm. Foto's 5 -5 2010. Mannetje. 
Vliegtijd van mei tot en met juni. Je ziet de mannetjes dansen bij de struiken. Een mooi gezicht met die lange sprieten.
Nematopogon adansoniella Nematopogon adansoniella familie Adelidae, de langsprietmotten.

Het is een dagactieve nachtvlinder. Hij lijkt op de Nemapogon swammerdamella. Maar Nemapogon adansoniella heeft zwart/wit geringde antennen. Hoewel de foto niet heel duidelijk is, zijn de ringen te zien. (zie ook foto 2010)
Spanwijdte 17 - 19 mm.
Waardplanten: beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes.
April - juni. Eén generatie.

          Nematopogon adansoniella  antenne          Nematopogon adansoniella  Foto 24-4-2010

Esperiamot (Esperia sulphurella) Esperiamot (Esperia sulphurella) Familie Oecophoridae

Het is een dagactieve nachtvlinder. Ze schijnen vooral 's ochtends vroeg actief te zijn. Ik dacht eerst aan een een schietmot, toen ik hem zag. Hij steekt de antennes op dezelfde manier naar voren. Het was al laat en de zon stond al laag. Het was daarom lastig om hem goed te fotograferen.

In 1971 is in Melissant (Zuid-Holland) de eerste Nederlandse Esperiamot gezien. Nu worden ze vaker gevonden (vooral dit jaar 2009) Maar ze staan nog vermeld als zeldzaam. 
Herkenbaar aan de witte band om de antennes, een geelwit vlekje op de rug en een gele streep op de zijkant. (hier niet goed zichtbaar)
Vliegtijd april - juni. Eén generatie.
De rupsen leven van dood hout. (Beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes)
Spanwijdte 12 - 16 mm.

   Esperiamot (Esperia sulphurella)  Een jaar later zag ik hem op het zelfde plekje in de avondzon. 6-5-2010  Esperiamot (Esperia sulphurella)

Gewone witvlekmot (Incurvaria masculella) Gewone witvlekmot (Incurvaria masculella) Familie: Incurvariidae.

Kenmerken: Bruine vleugels met witte vlekken. Hij lijkt op de Incurvaria pectine. Daar zijn de vlekken echter niet zo scherp begrensd. De mannetjes hebben gekamde antennes.

De jonge larve is een bladmineerder (mei, juni). Na de eerste vervelling leven ze verder op de grond van dorre bladeren.

Waardplanten zijn o.a meidoorn, eik, berk, roos, bosbes. (In Engeland vooral in meidoorn)

Hij overwintert als rups.
Vliegtijd April - juni
Spanwijdte 12 - 16 mm.
Europa.

 

 

Gammauil  (Autographa gamma)

Gammauil  (Autographa gamma)

Gammauil  (Autographa gamma)

Gammauil  (Autographa gamma) Familie uilvlinders (noctuidae). In Nederland zijn er alleen al ongeveer 350 soorten. Ze hebben een dik lichaam en verpoppen in de bodem. De bovenkant is meestal onopvallend gekleurd.

Gammauil  (Autographa gamma)

Hij heeft natuurlijk zijn naam gekregen door het gamma teken. 
Het is een trekvlinder. In het voorjaar komen ze vanuit het zuiden naar Nederland. In de herfst trekken de nakomelingen weer naar het zuiden. Ze kunnen hier de winter niet overleven.
Voedselplanten: o.a. klaver, dovenetel en brandnetel.
Je komt ze ook wel overdag op bloemen tegen.

Zwarte c-uil (Xestia c-nigrum)  

Driehoekuil (Xestia triangulum) Familie uilvlinders (noctuidae)
De driehoekuil vliegt 's nachts in juni en juli. De rups kun je in het najaar op o.a. weegbree en paardebloem vinden, terwijl ze voorjaar o.a. in een berk, framboos en braam zitten.
Het is in Europa een algemene soort.

De rups overwintert en verpopt in de grond. Elk jaar één generatie.

Han Endt bedankt voor je hulp.

Zwarte c-uil (Xestia c-nigrum) Zwarte c-uil (Xestia c-nigrum) Familie uilvlinders (noctuidae)
De naam heeft hij natuurlijk gekregen door de zwarte c. De achtervleugels zijn geel wit. 

Hij lijkt op de nunvlinder. Maar dat is een voorjaarsuil

Het is een algemene vlinder in Europa.
De najaarsrupsen overwinteren en zijn in april volgroeid.

April - oktober. Twee generaties.
Bij de tweede generatie zitten ook uiltjes, die vanuit het zuiden naar Nederland zijn getrokken. Later trekt een deel weer naar het zuiden.

Spanwijdte van 35 - 45mm

Huismoeder (Noctua pronuba) Huismoeder (Noctua pronuba) Familie uilvlinders (noctuidae)

Een vrij groot uiltje. Ik vond hem in de keuken. Toen ik hem naar buiten deed, bleef hij even op de stam van de kastanje zitten. Toen heb ik deze foto gemaakt. De kleur van de voorvleugels schijnen nog al te verschillen. Deze vlinder was vrij donker met weinig tekening. De achtervleugels zijn geel. Als hij wegvlieg moet dat aanvallers laten schrikken. Helaas zijn ze hier niet te zien.
Het is in Nederland een algemene vlinder.

Je komt hem van mei tot september in heel Nederland tegen.

Net als bij de driehoeksuil overwintert de rups. Hij komt o.a. voor op braam, brandnetel en paardebloem. 

Koperuil (Diachrysia chrysitis)

Koperuil (Diachrysia chrysitis)

 

Koperuil (Diachrysia chrysitis)

Koperuil (Diachrysia chrysitis) Familie uilvlinders (noctuidae)

Een prachtig uiltje, die zijn naam gekregen heeft door de metaalachtige glans. De kop en kuif zijn opvallend oranje. Daar achter zit nog een kleine oranje kuif.
Een enkele keer zie je hem ook overdag. Deze zat verstopt tussen de bladeren, maar hij bleef rustig zitten toen ik het blad wat naar buiten boog.

Spanwijdte 28 - 35 mm.
Mei - oktober. Twee generaties. (soms drie)
Hij komt in heel Europa voor.

Rupsen: Juni, juli maar ook in het najaar en voorjaar, want de rupsen overwinteren.
Ze leven op allerlei kruidachtige planten. B.v. brandnetel, dovenetel.

Schedeldrager (Craniophora ligustri)

Schedeldrager (Craniophora ligustri)

 

Schedeldrager (Craniophora ligustri)

Schedeldrager (Craniophora ligustri) Familie uilvlinders (noctuidae)

De tekening op het borststuk lijkt op een schedel. Vandaar de naam. 
Purperachtig bruine en olijfgroene vlekken

Ze leven vooral op wilde liguster, es en sering.

Spanwijdte 30 - 40 mm.
April - september. Twee generaties. 
Rups: Juni - oktober. Hij overwintert als pop.
Hij komt in het hele land voor. Vooral op zandgrond.


Bosbesuil (Conistra vaccinii) Bosbesuil (Conistra vaccinii) Familie uilvlinders (noctuidae)

Wat betreft kleur en tekening is deze vlinder heel variabel. Lichtbruin, donkerbruin of diep kastanjebruin. Effen, gemarmerd, bespikkeld of gestreept.
Hij is daarom vooral herkenbaar aan de afgeronde vorm van achterrand van de voorvleugels. Bij deze vlinder is de donkere stip goed te zien. Maar dat is niet altijd het geval.

De rups is in allerlei struiken en loofbomen te vinden. Maar ook  (als hij ouder wordt) in kruidachtige planten.

Spanwijdte 28-36 mm.
September - mei. Eén generatie. 
Hij overwintert als imago. Eind februari is hij dan weer te zien. (afhankelijk van het weer)
Europa, Noord-Afrika en westelijk Azië. 

Roesje, Roestvlekvlinder (Scoliopteryx libatrix) Roesje, Roestvlekvlinder (Scoliopteryx libatrix)  Familie uilvlinders (noctuidae)                               

Kenmerken: Grijsbruin met een oranje vlek. Langs die vlek loopt een zwart met wit gespikkelde ader. Vier opvallende, witte stippen. De onderrand van de vleugels is gekarteld. De antennen van het mannetje zijn geveerd.
Je vindt hem in een bosrijke omgeving, maar ook in tuinen. Ze overwinteren ook vaak binnen in garages, zolders enz. 
Deze vlinder zat vast in spinrag. Nadat ik hem bevrijd had, heb ik hem op een stoel gezet voor een paar foto's. Daarna heb ik ook het spinrag bij de voorpootjes weggehaald. Hij bleef heel rustig en vloog daarna ongedeerd weg.

Waardplant rupsen: o.a. wilg en populier.
Spanwijdte 44 - 48 mm. 
Vliegtijd: Na overwintering: april - juni. Volgende generatie: Juli - oktober.
Rups: Mei - september.
  Roesje, Roestvlekvlinder (Scoliopteryx libatrix)  Roesje, Roestvlekvlinder (Scoliopteryx libatrix)  Foto's 6-6-2010

 

Celypha lacunana  

Familie bladrollers (Tortricidae)  Deze naam heeft de groep gekregen, omdat de rups een blad, of enkele bladeren oprolt en daarin leeft.

Brandnetelbladroller (Celypha lacunana).  

Het is een in Europa veel voorkomend nachtvlindertje.  
Ze overwinteren als half volwassen rups op veel verschillende soorten planten, struiken en bomen.In het voorjaar laat hij zich op de grond vallen en verpopt uiteindelijk tussen de gevallen bladeren.

Spanwijdte 16 - 18 mm.
De soort vliegt van eind april tot en met september.

 

 

Acleris notana / ferrugana

Acleris notana / Acleris ferrugana Familie bladrollers (Tortricidae) 

Vanaf een foto is niet te zien, welke het van de twee soorten het is. Dit zou een Acleris notana kunnen zijn, omdat de Acleris ferrugana wat lichter blijft. Verder zijn het heel variabele vlinders. Van egaal bruin tot gespikkeld. Ook de halve cirkel op de vleugel is er niet altijd. De pootjes zijn geringd.
Spanwijdte 14- 18 mm.
Twee generaties. Eerste: april - juni  De tweede generatie overwintert.
Dit vlindertje zag ik echter in februari. Terwijl het een dag eerder nog gevroren had.
Rups van Acleris notana: berk. Rups van Acleris ferrugana: berk, beuk en eik.
Bosgebieden, zandgronden, inclusief de duinstreek,.
West-, Midden- en Noord-Europa.

 

Groene knopbladroller (Hedya nubiferana)

 Groene knopbladroller (Hedya nubiferana), Familie bladrollers (Tortricidae) 
Hij lijkt op andere Hedya. 
Hedya ochroleucana heeft een grote ronde zwarte middenvlek, bijna altijd voor meer als de helft vrijstaand. Het wit is roomkleurig.
Hedya pruniana heeft een zwart vlekje in de vleugelpunt (apex), en heeft iets bredere vleugels en de grens zwart/wit is meer recht ipv krom afgebogen.
Hedya nubiferana, twee zwarte vlekjes midden in de vleugel.
Spanwijdte:15 en 21 millimeter
Mei - augustus
Rupsen: Juni - najaar.De rupsen overwinteren.
De rups is te vinden in lijsterbes en meidoorn, Maar ook in appel- pere- en pruimenbomen. Hij beschadigt de vruchten en wordt daarom als schadelijk gezien.
 Groene knopbladroller (Hedya nubiferana)  Groene knopbladroller (Hedya nubiferana)

Notocelia rosaecolana

 

Notocelia rosaecolana Familie bladrollers (Tortricidae)  

Hij lijkt op de Notocelia trimaculana en Notocelia roborana.
Spanwijdte 16- 20 mm.
Mei - augustus
Komt voor in het gehele Palearctisch gebied ( Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Azië)
De rupsen zijn op verschillende rozensoorten te vinden.

  Notocelia rosaecolana

Kristalbladroller  (Celypha siderana)

 

Kristalbladroller  (Celypha siderana) Familie bladrollers (Tortricidae)  

Geen heel algemene mot.
Spanwijdte 14- 16 mm.
Mei - juli
Vooral de licht blauwe vlekjes vallen op.

  Kristalbladroller  (Celypha siderana)

 

Familie spanners (Geometridae) De naam heeft hij gekregen door de manier van voortbewegen van de rups. Het achterlichaam wordt eerst tot aan de borst verplaatst, zodat de rups de Griekse letter omega vormt. Daarna wordt het lichaam vooruit bewogen.

Bandspanner - Zwartbandspanner (Xanthorhoe fluctuata). 

Een algemeen voorkomende nachtvlinder. De voelsprieten verbergt hij hier onder de vleugels. Door de witte verfstreep op de muur is hij van veraf nauwelijks zichtbaar. Er is op dit plekje maar heel eventjes zon. Pas tegen de schemering wordt hij actief.
Hij vliegt in twee generaties van half april tot en met september. 
De groene rups vind je op allerlei kruisbloemigen. (o.a. raket, koolsoorten)

 

Bandspanner (Xanthorhoe fluctuata).

Kleine Wintervlinder (Operophtera brumata) 

Hij is niet erg opvallend, maar wel apart. Als de meeste vlinders verdwenen zijn vliegen zij uit. (oktober tot en met december) Dit is een mannetje, want de vrouwtjes hebben geen vleugels. Die kruipen rond in de bomen en wachten op een mannetje. De vlinder overwintert als ei. 
Het is een algemene vlinder. Vroeger, voor de chemische bestrijdingsmiddelen, waren de rupsen in het voorjaar een plaag in de boomgaarden. Men deed toen wel kleverige banden om de stammen. Hier bleven de vleugelloze vrouwtjes aan vastkleven als ze omhoog kropen. 
De rupsen zijn nog steeds in het voorjaar een belangrijke voedselbron voor koolmeesjes. Ze laten zich half juni aan een gesponnen draad naar de grond zakken. Zo'n draad kunnen ze, als ze nog klein zijn, ook gebruiken om zich door de wind naar een andere plek te laten vervoeren. Ze verpoppen in het najaar op of in de grond in een zelf gesponnen cocon. 

Kleine Wintervlinder (Operophtera brumata)   Kleine Wintervlinder (Operophtera brumata)

Kleine Wintervlinder (Operophtera brumata)

Schimmelspanner (Dysstroma truncata) vroeger Chloroclysta truncata

Een variable spanner. Naast deze grijze vorm heb je ze ook met een middendeel, dat voor het grootste deel rood, wit geel of lichtgrijs is.

Per jaar  zijn er 2 generaties. De eerst in juni, juli. De tweede augustus, september.

De rups leeft o.m. op berk, zuring, braam, struikheide.

Spanwijdte 32 - 39 mm

Schimmelspanner (Dysstroma truncata)

Schimmelspanner (Dysstroma truncata)

Zwartkamdwergspanner  (Gymnoscelis rufifasciata)

Een mooi vlindertje, dat ik regelmatig op het raam zie. 
Spanwijdte van 15 tot 19 mm. 

Hij vliegt van maart tot oktober. In drie, vier generaties.
Ze vliegen vanaf de middag tot middernacht. Maar ze vliegen vooral in de schemering.

Diverse kruidachtige planten, struiken en bomen, waaronder struikhei, bosrank, koninginnenkruid, dophei en lijsterbes.
De rups overwintert als pop.

zwartkamdwergspanner_3-21-6-08.jpg (199908 bytes)  Zwartkamdwergspanner  (Gymnoscelis rufifasciata)  Zwartkamdwergspanner  (Gymnoscelis rufifasciata)

Zwartkamdwergspanner  (Gymnoscelis rufifasciata)

Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)

Een prachtige goudgele spanner met golvende geelbruine dwarslijnen.
Hij komt in Nederland vooral op zandgrond voor.
Hij vliegt overdag.
Half mei - begin september. Twee generaties per jaar

De rups overwintert en leeft op allerlei lage planten. Bijvoorbeeld vogelmuur en duizendknoop.
Spanwijdte: 20 - 25 mm.
Europa, Noord-Amerika en Azië.

Hij is variabel van kleur, zoals je aan de onderst foto ziet.
Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)

Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)

Grijze stipspanner (Idaea aversata)
Deze vond ik in juli in m'n kasje. Toen ik hem naar buiten liet, heb ik hem door het glas gefotografeerd. Daarna bleef hij rustig zitten.
Naast deze vorm met een donkere band, zijn er ook lichtere spanners met een lichte band. Een duidelijke stip op zowel de voor- als achtervleugels.
Waardplanten: Paardebloem, zuring enz.
Juni - oktober. Twee generaties.
Spanwijdte: 30 - 35 mm.
De rups vind je van juli - mei op allerlei kruidachtige planten. De jonge rups overwintert op de grond in de strooisellaag..
Vooral in het zuidelijke deel van Europa

Grijze stipspanner (Idaea aversata) Grijze stipspanner (Idaea aversata) Grijze stipspanner (Idaea aversata)

Grijze stipspanner (Idaea aversata)

Grijze stipspanner (Idaea aversata,  remutata)

Dit is de vorm, waar je alleen de lijnen ziet en niet de donkere band ertussen (remutata). Deze vorm zie ik het meest in de tuin. (Vaak op het kozijn.)

Grijze stipspanner (Idaea aversata  remutata)

Michael Stemmer bedankt voor je advies.

Grijze stipspanner (Idaea aversata  remutata)

Paardenbloemspanner (Idaea seriata)

Een Lichtgrijze tot bruingrijze spanner, die geheel donkergrijs bespikkeld is met een duidelijke stip ongeveer midden op de vleugel.
De rups vind je vooral op de paardebloem en klimop.  
Paardebloemspanners komen vooral voor boven zandgrond. Uiteraard op paardebloemen, maar ook op klimop. 
Ik zie ze vaak op het raamkozijn. Maar ze vliegen pas na zonsondergang.

Mei - september. Twee generaties.
Spanwijdte: 19 - 21 mm.
Europa en Noord Azië.

Paardenbloemspanner (Idaea seriata)  Paardenbloemspanner (Idaea seriata)

Paardenbloemspanner (Idaea seriata)

Appeltak, Groen- en witbandvlinder, Groen- en witbandspanner (Campaea margaritata)

Een licht groene spanner, die echter enkele dagen na het uitkomen groenachtig wit tot wit wordt. Hij is herkenbaar aan de streep, die over de vleugels loopt. En een rood streepje op de vleugeltoppen. (Hier niet goed te zien)

De rups vind je vaak in loofbomen. De vlinder vooral op zandgrond.

Mei - september. Twee generaties.
Ze overwinteren als bijna volgroeide larve.
Spanwijdte 42 - 55 mm.
Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Appeltak (Campaea margaritata)  Appeltak (Campaea margaritata)

Appeltak (Campaea margaritata)

 

Groot avondrood (Deilephila elpenor) olifantsrups. Familie Sphingidae, de pijlstaarten.
Groot avondrood (Deilephila elpenor) olifantsrups.
Ik heb helaas nog geen foto van deze prachtige nachtvlinder. Maar de rups is ook heel apart. 
De 8cm lange bruine olifantsrups trekt bij verstoring zijn kop iets in en beweegt hem heen en weer. Door de vlekken, die op een oog lijken lijkt hij nu op een slang.
Hij leeft vooral op het wilgenroosje. In de tuin ook op de fuchsia. Hoewel is wilgenroosjes en fuchsia's in de tuin heb staan, zit hij hier op waterdrieblad. De rupsen van de pijlstaarten familie herken je aan de puntstaart.
Op de onderste foto is hij in rust.
De pop overwintert.
De vlinder vind je van mei tot juni. 1 soms 2 generaties.
Hier kun je meer foto's zien

Groot avondrood (Deilephila elpenor) olifantsrups.
Glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis)

Glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis) Familie Pijlstaaarten (Sphingidae) Een dagactieve nachtvlinder.

Een makkelijk te herkennen vlinder met een geelbruine pels met een roodbruine band en aan de zijkant witte vlekken. De vleugels zijn gedeeltelijk doorzichtig met een rode rand.
Net als een kolibrie vliegt hij van bloem tot bloem en drinkt stilhangend voor de bloem met zijn tong de nectar uit de bloemen. O.a vlinderstruiken en lipbloemigen. Zoals je op de foto's ziet, beweegt hij de vleugels heel snel.

Vliegtijd: Mei - juli.
Hij komt vooral voor in de kuststreek en zandgronden.

Spanwijdte: 38 - 45 mm.
Europa (behalve Noord-Scandinavië), Noord-Afrika en Centraal en Oost-Azië.

Rupsen zijn o.a. te vinden op kamperfoelie en sneeuwbes. Juni - augustus.
Ze overwinteren als pop tussen de dorre bladeren.

   Glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis)  Glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis)

Als jouw dier, dat je zoekt, niet op deze bladzijden staat, kun je eens kijken bij  The Garden Safari van Hans Arentsen,  Insecten fotosite van Albert deWilde. Vlinders en vliegen vind je bij www.veluwe-insecten.nl van Han Endt. Een site voor kleine vlinders: www.microlepidoptera.nl
Bij waarneming.nl. kun je, als je lid bent, aan elkaar informatie over dieren vragen en waarnemingen doorgeven.


   Engels / English                                                                                     

tuin zomer winter duin dieren/links kevers wespen/bijen   Frankrijk Schotland  Engeland2 
lente zomerbloeiers kamerplanten    vlinders  wantsen  zweefvliegen/1   Ierland Tsjechië  Spanje 
lente'07 herfst euphorbia waterjuffers/libellen  vliegen zweefvliegen/2   Engeland links links2

W3Counter Web Stats