Het is een trekvlinder. In april komen de eerste vlinders in onze
tuinen.
Ze leggen in mei juni eieren. In juli vliegt de volgende generatie door
onze tuin.
Hij houdt ook wel van rottend fruit heb ik gemerkt. De meesjes pikken
gaatjes in de pruimen. Daarna verschijnen de Atalanta's. Als je er zelf
een eet komen ze soms op je hand zitten.
Spanwijdte 50 - 60 mm.
Azië, Noord-Amerika.
Dit is wel mijn favoriete
vlinder. Ook omdat hij helemaal niet schuw is.
Ik heb een aantal extra
foto's gemaakt.
Distelvlinder (Cynthia cardui)
Familie Nymphalidae.
Deze
foto's zijn eind juli 2007 gemaakt. Vorig jaar heb ik hem niet gezien. Net
als de Atalanta is het een trekvlinder. Ze komen uit Zuid-Europa en soms
zelfs uit Noord-Afrika. Ze leggen hier eieren. Deze vlinder kan daarom ook
tweede generatie zijn. In de herfst trekken ze naar het zuiden. Alles wat
blijft overleeft de winter niet.
De naam distelvlinder hebben ze natuurlijk gekregen, omdat je ze hier
vaak op distels tegenkomt.
Bij ons zit hij meestal op de vlinderstruik, hoewel hij op de foto op een
lavendel staat afgebeeld.
Spanwijdte 50 - 60 mm.
De twee onderste foto's zijn een jaar later gemaakt. Daar zit hij wel op
een vlinderstruik.
Gehakkelde
Aurelia (Polygonia c-album) Familie Nymphalidae.
Deze vlinder overwintert in Nederland. Zij paren in maart, april. Hun
jongen vliegen in juni en zorgen voor een tweede generatie, die dan weer
overwintert.
De eerste generatie is lichter dan de tweede generatie.
De gehakkelde vleugelrand zorgt voor camouflage. Onder de vleugel zie je
een witte c.
De rups schijnt op een vogelpoep te lijken. De Aurelia heeft een klein
leefgebied.
Begin 20e eeuw was hij algemeen, daarna werd hij zeldzaam in Nederland. Nu
is het weer een algemene vlinder, die ik elk jaar in de tuin zie. Europa, in Noord-Afrika en in Noord- en Centraal-Azië.
Foto's 1-9-2010, 2-10-2010
Dagpauwoog
(Aglais io, Inachis io)
Familie Nymphalidae.
Een heel opvallende vlinder met een toepasselijke naam. De oogvlekken op
de oranjerode vleugels lijken op de ogen op de staart van de pauw. De
donkerbruine onderkant van de vleugels is veel minder opvallend.
Hij legt de eitjes onder brandnetelbladeren.(Net als
de atalanta, gehakkelde aurelia, kleine vos) De tuinplanten worden zo dus
gespaard. Ik moet er toch maar ergens een paar laten staan, bedenk ik nu.
Ze overwinteren o.a in schuren. Ze leven ongeveer een jaar. (van juni tot
mei)
Spanwijdte 50 - 60 mm.
Europa, Azië.
Foto's: 9-4-2011
Kleine Vos, Schoenlapper (Aglais
urticae) Familie
Nymphalidae.
Ik zie hem niet zo vaak in de tuin, terwijl het wel een algemene
vlinder is.
Hij is te herkennen aan de rand met blauwe halve maantjes, die
duidelijk afsteken tegen het oranje en zwart.
Hij overwintert in schuren en huizen en is daarom vaak een van de eerste
vlinders, die je in het voorjaar (maart) ziet. In april leggen ze eieren
aan de onderkant van brandnetelbladeren, waaruit de eerste generatie komt,
die eind mei, juni vliegt. In augustus, september verschijnt de talrijkere
tweede generatie. Soms is er nog een derde generatie.
De rupsen eten brandnetels.
Spanwijdte 40 - 50 mm.
Europa, Azië.
Witjes (Pieridae)
Klein Koolwitje
(Pieris rapae) Familie witjes (Pieridae).
In een jaar kunnen zich drie tot
vier generaties vormen. Het Groot Koolwitje heeft een duidelijker tekening
op de vleugels. De vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de
voorvleugel loopt niet voorbij de zwarte stip in het midden van de vleugel.
De rupsen houden inderdaad van kool. Maar ook van allerlei
kruisbloemigen, zoals look zonder look. De rups is klein en moeilijk te
vinden. Ze overwinteren als
pop.
Spanwijdte 40 - 50 mm.
Ze zijn lastig te fotograferen, omdat ze zo rusteloos zijn.
Bij de eerste generatie is de tekening lichter.
Europa, Noord Afrika. Maar nu ook in Noord Amerika en Australië.
Groot koolwitje
(Pieris brassicae) Familie witjes (Pieridae).
Het vrouwtje heeft twee zwarte stippen. Het mannetje geen. De
vleugelvlek op de punt van de bovenkant van de voorvleugel loopt voorbij
de zwarte stip in het midden van de vleugel.
Ook van dit
koolwitje houden de rupsen van kool.en andere kruisbloemigen.
De pop van de tweede generatie overwintert.
Vliegtijd: maart - oktober.
Spanwijdte 60 - 70 mm.
Palearctisch.
Hier eten de rupsen van een groot koolwitje van een judaspenning.
Klein Geaderd Witje (pieris napi) Familie
witjes (Pieridae).
Als je hem ziet vliegen, lijkt hij op een
gewoon koolwitje. Als hij met met dichtgeklapte vleugels zit, zie je het verschil door de
groengrijs bestoven aders op de onderkant van de vleugels. Vooral in het
voorjaar is dat duidelijk te zien.
Het vrouwtje heeft twee donkere vlekken op de voorvleugel. Het mannetje
heeft één vlek. Op mijn foto's zijn die niet altijd zichtbaar.
De rupsen vind je niet op de koolplanten, maar op wilde kruisbloemigen als
look zonder look, gewone
raket.
April - november. Twee of drie generaties. De pop van de tweede of derde generatie overwintert.
Spanwijdte 40 - 50 mm.
Holarctisch.
Citroenvlinder (Gonepteryx
rhamni) Familie witjes (Pieridae).
De mannetjes zijn citroen geelgekleurd, de vrouwtjes zijn groenachtig wit.
Op de vleugels een oranjebruin vlekje. Door de lichte aders, vorm en kleur
lijken de vleugels op een blad. Omdat de citroenvlinder de vleugels altijd
tegen elkaar houdt als hij rust, valt hij niet op.
Ze
overwinteren en verschijnen het volgende jaar weer vroeg.
Vliegtijd Juli - oktober en februari - mei. Per jaar is er één generatie.
De rups leeft op sprokehout en wegedoorn. (beide familie wegendoorn (Rhamnaceae)
Spanwijdte ongeveer 55 mm.
Europa, delen van Noord Afrika en Azië.
Lycaenidae
Vuilboomblauwtje / boomblauwtje (Celastrina
argiolus) Familie Lycaenidae.
De rups zit o.a op hulst en kardinaalsmuts en klimop. Alle drie komen veel
voor in mijn tuin.
Hij komt voor op zandgrond en ook wel in bossen.
Het is een klein vlindertje. Pas als je de foto's bekijkt besef je hoe
mooi hij is. Jammer dat hij zijn vleugels meteen dichtklapt. Als je hem
ziet vliegen, zie je echt een blauw vlindertje.
Het vrouwtje heeft een zwarte band aan de buitenkant van de vleugels.
Hier zit hij op een sedum.
Hij overwintert als pop.
Bruin Blauwtje (Plebeius agestis)
Familie Lycaenidae.
De oranje vlekken op de vleugels vallen op.
Je vindt ze vooral langs de kust. Maar ook wel langs de rivieren. Vaak op
zanderige grond.
Voedselplant: reigersbekjes, ooievaarsbekjes.
Mei - oktober. Twee soms drie generaties.
De half volgroeide rups overwintert. (in strooisellaag)
Centraal- en Zuideuropa.
Kleine Vuurvlinder
(Lycaena phlaeas) Familie Lycaenidae.
De vuurvlinder hoort bij de blauwtjes, hoewel er niet veel blauw te zien
is.
Spanwijdte: ongeveer 25 mm. Veel kleiner dus dan de kleine vos, waar hij
wel wat op lijkt.
April - oktober. Drie generaties.
Waardplanten: schapenzuring, veldzuring
Rups: Augustus - mei en mei - juli. Hij overwintert als rups
De vlinder komt voor in het Palearctisch
gebied en het Nearctisch
gebied
Satyridae
Bruin Zandoogje (Maniola jurtina)
Familie Satyridae.
De vlinder op de grote foto is een mannetje, want het vrouwtje is veel mooier van kleur, is groter en heeft ook grotere oogvlekken. Linnaeus dacht zelfs, dat
het verschillende soorten waren. Meestal is het mannetje bij dagvlinders
het mooist.
Het Bruin zandoogje ontpopt zich van juni tot augustus en leeft daarna
ongeveer een maand.
Je ziet hem vaak in weiden.
De laatste drie foto's zijn van het
vrouwtje.
Deze twee foto's: 4-7-2010.
Bont Zandoogje (Pararge aegeria)
Familie Satyridae.
Dit is de ondersoort: Pararge aegeria tircis Een bruine vlinder met
licht gele vlekken.
De andere ondersoort is: Pararge aegeria aegeria. Deze soort heeft
oranje vlekken komt in Zuid-Euroa voor. Hij is te vinden op mijn pagina
over insecten in Frankrijk.
Op de voorvleugel zit een donkere oogvlek. Op de achtervleugel zitten drie
of vier donkere oogvlekken met in het midden een witte plek.
De eitjes worden in het gras gelegd. (half in de schaduw) De rupsen eten
verschillende grassoorten.
Maart - oktober. Twee, drie generaties..
Hij overwintert als rups of als pop.
Spanwijdte: 32 tot 42 mm.
Nachtvlinders Dat nachtvlinders 's nachts vliegen is begrijpelijk. Toch zijn er zo'n
honderd soorten, die overdag vliegen en soms ook mooi gekleurd zijn.(dagactieve
nachtvlinder)
Een kenmerk van nachtvlinders zijn de lange voelsprieten zonder knopje op het
eind. Die zijn in het donker natuurlijk wel handig. Vaak hebben ze een dichtere
beharing om warmte vast te houden en krachtiger vleugelspieren. Er is een
verbinding tussen voor- en achtervleugel. Vaak hebben ze een camouflagepatroon.
Voor de families, waarvan ik veel soorten heb, heb ik een subpagina gemaakt. Ik heb
van elke familie een voorbeeld op deze pagina geplaatst met daaronder een link
naar de subpagina over deze familie.
Gewone
stofuil(Hoplodrina octogenaria, synoniem Hoplodrina alsines)
Familie uilen (noctuidae)
Hij lijkt op de egale stofuil. Maar de ringvlek en niervlek zijn kleiner.
Hij heeft de naam "stofuil"gekregen, omdat het lijkt of er door
de bestuiving wat stof op licht.
De
rups eet 's nachts allerlei kruidachtige planten. Overdag verstopt hij
zich, zoals de rups op de foto. Hij overwintert als rups. Hij verpopt zich
in de grond.
Spanwijdte:
28 - 34 mm. Mei - augustus. Eén generatie.
Uit het geslacht Endothenia. Andere er op lijkende
soorten zijn de E. gentianaeana en de E mar-ginana en E. oblongana
Waardplanten: Zenegroen (Ajuga), Ezelsoor (Stachys) enVlijtig liesje (Impatiens).
De rups leeft in de wortels.
Hij vloog inderdaad in de buurt van
zenegroen.
In Nederland zeer zeldzaam!!!!
Meer bladrollers (Tortricidae) op mijn
site vind je op:Subpagina vlinders: bladrollers
(Torticidae)
Bandspanner - Zwartbandspanner (Xanthorhoe fluctuata). Familie spanners
(Geometridae)
Een algemeen voorkomende
nachtvlinder. De voelsprieten verbergt hij hier onder de vleugels. Door de
witte verfstreep op de muur is hij van veraf nauwelijks zichtbaar. Er is op
dit plekje maar heel eventjes zon. Pas tegen de schemering wordt hij
actief.
Hij vliegt in twee generaties van half april tot en met september.
De groene rups vind je op allerlei kruisbloemigen. (o.a. raket,
koolsoorten)
Parelmoermot, netelmot (Pleuroptya
ruralis) Familie grasmotten (Crambidae) Je ziet hem ook nog bij de familie Lichtmotten
of snuitmotten (Pyralidae) staan. De familie grasmotten (Crambidae) wordt soms gezien
als onderfamilie van de familie Lichtmotten
of snuitmotten (Pyralidae), maar ook vaak als een zelfstandige
familie.
In het licht hebben ze soms een parelmoerachtig schijnsel. Het is een dagactieve nachtvlinder.
De rupsen leven van brandnetel. Ze rollen een brandnetelblad op en zetten
die vast met spinsel. Hier overwinteren ze. Ze zijn soms ook op andere
planten te vinden.
Spanwijdte: 26 - 40 mm. Dat is groot voor een grasmot. Mei - september Twee generaties.
Meer spanners(Geometridae) op mijn
site vind je op:Subpagina vlinders: Spanners,
geometridae
Meer Lichtmotten(Pyralidae)
en grasmotten (Crambidae) op mijn
site vind je op:Subpagina vlinders: Pyralidae,
Crambidae
Choreutidae
Brandnetelmotje
(Anthophila fabriciana) Familie Choreutidae.
Een heel klein dagactief nachtvlindertje.
Spanwijdte: 10 tot 15 millimeter
Vliegtijd: Mei - oktober. Twee generaties. Het meest te zien in juni en
september.
Verspreiding: het Palearctisch gebied.
De rups eet van de brandnetels.
Spinselmotten (Yponomeutidae)
Stippelmot,
spinselmot (Yponomeuta) Familie spinselmotten (Yponomeutidae).
Misschien kardinaalsmutsstippelmot (Yponomeuta cagnagella) Maar dat is
niet zeker, want er zijn meer stippelmotten, die er op lijken en tot nu
toe heb ik nog geen rupsen in de kardinaalsmutsen gezien. De
meidoornstippelmot, de appelstippelmot en de yponomeuta rorrella lijken er
heel veel op. De rupsen hebben wel allemaal hun eigen voedselplant.
Een dagactief nachtvlindertje.
Spanwijdte: 19 tot 26 millimeter.
Vliegtijd: Juni - oktober. Gelukkig maar één generatie.
Ze overwinteren als jonge rupsen in de voedselplant. De rupsen spinnen
zich helemaal in. In de gesponnen nesten zie je soms grote hoeveelheden
rupsen. Ze kunnen een boom of struik helemaal kaal eten. Het is echter van
korte duur. Als ze gaan verpoppen herstellen de bomen, struiken zich weer.
Je krijg geen uitslag van de rupsen zoals bij de eikenprocessierups.
Foto 9-8-2010. Op jakobskruiskruid.
Berkenpedaalmot
(Argyresthia goedartella) Genus Argyresthia. Familie
spinselmotten (Yponomeutidae).
Een gouden nachtvlindertje met witte banden.
Ze vliegen zowel 's
nachts als 's middags.
Spanwijdte: 10 tot 13 millimeter.
Vliegtijd: Mei - oktober.
Waardplanten: berk, els.
Larve mijnen jonge scheuten en de katjes van deze bomen. Daar overwinteren
ze. Na de winter verlaten ze die plek en verpoppen in een cocon onder de
barst.
Europa, Noord Amerika.
Foto 23-7-2011.
Langsprietmotten (Adelidae)
Geelband Langsprietmot (Nemophora
degeerella). Familie langsprietmotten (Adelidae).
Een vrouwtje. Het mannetje heeft namelijk veel langere sprieten. (vijfmaal
hun lichaamslengte) Het is
ook een dagactieve nachtvlinder. De vlinder leeft op adderwortel,
brandnetel en margriet.
De rups leeft van afgevallen berkenblad.
Vliegtijd van mei tot en met
juni.
Cauchas rufimitrella. Familie
langsprietmotten (Adelidae).
Het vlindertje heeft een prachtige metallic glans. Het is een dagactieve nachtvlinder.
Spanwijdte 10 - 12 mm.
De larven leven in de zaden van de pinksterbloem. Een andere
hostplant is look zonder look. (laatste foto)
Vliegtijd van mei tot en met
juni.
Laatste foto 19-5-2010.
Smaragdlangsprietmot (Adela
reaumurella). Familie langsprietmotten (Adelidae).
Een dagactieve metallisch groene nachtvlinder. Rupsen leven op
bladresten.
Spanwijdte 14 - 18 mm. Foto's 5 -5 2010. Mannetje.
Vliegtijd van mei tot en met
juni. Je ziet de mannetjes dansen bij de struiken. Een mooi gezicht met
die lange sprieten.
Mannetje
Vrouwtje smaragdlangsprietmot met kortere antennes: Foto 14-5-2011.
Nematopogon adansoniella. Familie
langsprietmotten (Adelidae).
Het is een dagactieve nachtvlinder. Hij lijkt op de Nemapogon swammerdamella.
Maar Nemapogon adansoniella heeft zwart/wit geringde antennen. Hoewel de
foto niet heel duidelijk is, zijn de ringen te zien. (zie ook foto 2010)
Spanwijdte 17 - 19 mm.
Waardplanten: beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes.
April - juni. Eén generatie.
Het is een dagactieve nachtvlinder. Ze schijnen vooral 's ochtends vroeg actief
te zijn. Ik dacht eerst aan een een schietmot, toen ik hem zag. Hij steekt
de antennes op dezelfde manier naar voren. Het was al laat en de zon stond
al laag. Het was daarom lastig om hem goed te fotograferen.
In 1971 is in Melissant (Zuid-Holland) de eerste Nederlandse Esperiamot
gezien. Nu worden ze vaker gevonden (vooral dit jaar 2009) Maar ze staan
nog vermeld als zeldzaam.
Herkenbaar aan de witte band om de antennes, een geelwit vlekje op de rug
en een gele streep op de zijkant. (hier niet goed zichtbaar)
Vliegtijd april - juni. Eén generatie.
De rupsen leven van dood hout. (Beuk, eik, sleedoorn en blauwe bosbes)
Spanwijdte 12 - 16 mm.
Een
jaar later zag ik hem op het zelfde plekje in de avondzon. 6-5-2010
Kenmerken: Bruine vleugels met witte vlekken. Hij lijkt op de
Incurvaria pectine. Daar zijn de vlekken echter niet zo scherp begrensd.De mannetjes hebben gekamde antennes.
De
jonge larve is een bladmineerder (mei, juni). Na de eerste vervelling
leven ze verder op de grond van dorre bladeren.
Waardplanten zijn o.a meidoorn, eik, berk, roos, bosbes. (In Engeland
vooral in meidoorn)
Hij overwintert als rups.
Vliegtijd April - juni
Spanwijdte 12 - 16 mm.
Europa.
De uitgegroeide palpen zijn ook hier te zien. Op de vleugel zitten drie donkere vlekken.
De rups eet zowel plantaardige als dierlijke stoffen. Bijvoorbeeld
zaden, wol, huiden, dode insecten, gedroogde planten. Ze zijn ook in vogelnesten
te vinden. Net als de mot op de foto, zijn ze veel in huis en zijn ze
schadelijk.
Hij overwintert als rups.
Vliegtijd Het hele jaar. vooral in juli, augustus.
Spanwijdte 15 - 26 mm.
Deze soort komt oorspronkelijk uit Azië, maar is nu op vele plekken in de
wereld te vinden.
Foto's 4-10-2011
Pijlstaarten (Sphingidae)
Groot avondrood (Deilephila elpenor) olifantsrups. Familie
Sphingidae, de pijlstaarten.
Ik heb helaas nog geen foto van deze prachtige nachtvlinder. Maar de rups
is ook heel apart.
De 8cm lange bruine olifantsrups trekt bij verstoring zijn
kop iets in en beweegt hem heen en weer. Door de vlekken, die op een oog
lijken lijkt hij nu op een slang.
Hij leeft vooral op het wilgenroosje. In de tuin ook op de fuchsia. Hoewel
is wilgenroosjes en fuchsia's in de tuin heb staan, zit hij hier op
waterdrieblad. De rupsen van de pijlstaarten familie herken je aan de
puntstaart.
Op de onderste foto is hij in rust.
De pop overwintert.
De vlinder vind je van mei tot juni. 1 soms 2 generaties. Hier
kun je meer foto's zien
Glasvleugelpijlstaart(Hemaris
fuciformis) Familie Pijlstaarten
(Sphingidae) Een dagactieve nachtvlinder.
Een makkelijk te herkennen vlinder met een geelbruine pels met een
roodbruine band en aan de zijkant witte vlekken. De vleugels zijn
gedeeltelijk doorzichtig met een rode rand.
Net als een kolibrie vliegt hij van bloem tot bloem en drinkt stilhangend
voor de bloem met zijn tong de nectar uit de bloemen. O.a vlinderstruiken
en lipbloemigen. Zoals je op de foto's ziet, beweegt hij de vleugels heel
snel. Spanwijdte:
38 - 45 mm.
Vliegtijd:
Mei - juli.
Hij komt vooral voor in de kuststreek en zandgronden. Europa
(behalve Noord-Scandinavië), Noord-Afrika en Centraal en Oost-Azië.
Rupsen
zijn o.a. te vinden op kamperfoelie en sneeuwbes. Juni - augustus.
Ze overwinteren als pop tussen de dorre bladeren.
Wesp- of glasvlinders
(Sesiidae)
Bessenglasvlinder (Synanthedon tipuliformis) Familie
wesp- of glasvlinders (Sesiidae) Een dagactieve nachtvlinder.
Net als de glas vleugelstaart heeft hij doorzichtige vleugels. Hij heeft
een gele kraag. Bij verse vlinders lopen twee gele lijnen over het
borststuk. Op het zwarte achterlijf zijn drie gele banden bij de
mannetjes. Bij de vrouwtjes twee gele banden.
Spanwijdte
17 - 20 mm.
Waardplanten uit het geslacht Ribes en wilde kardinaalsmuts. Rupsen eten
de bast en het hout. Ze overwinteren in de tak.
Vliegtijd: Mei - juli. Eén generatie.
Palearctisch gebied. Nu ook in Noord Amerika, Azië en Australië.
Foto 1-6-2011
Vedermotten
(Pterophoridae)
Scherphoekvedermot
(Amblyptilia acanthadactyla)
Familie Vedermotten
(Pterophoridae).
Deze vond ik in de bijkeuken. Hij vliegt vooral tijdens de schemering.
Vroeger
werd hij alleen in het zuiden van Nederland waargenomen. Nu wordt hij in
het hele land gevonden. De mot overwintert.
De rups is op lage planten te vinden. O.a. op munt, op verschillende
soorten geraniums en op struikheide.
De Scherphoekvedermot kan het hele jaar gezien worden. (Tussen april en
augustus overlappende generaties)
Spanwijdte: 17 - 23 mm.