Blindwantsen, Miridae. Onderorde van de wantsen (Heteroptera).
Dit is een hele grote groep met meer dan 10.000 soorten in de wereld. De wantsen
in de vele onderfamilies zien er ook nog verschillend uit. Een aantal soorten
is bekend, omdat ze in de landbouw een plaag kunnen zijn omdat ze zich voeden
met plantensappen. Deze worden met hun steeksnuit opgezogen.
Blindwantsen, Miridae kunnen worden onderscheiden van bijvoorbeeld de bloemenwantsen,
Anthocoriden en de grondwantsen, Lygaeidae door de afwezigheid van ocelli. Een
ocellus, meervoud ocelli wordt ook wel een enkelvoudig oog, puntoog genoemd.
Veel insecten hebben er drie op hun voorhoofd. Daarmee schijnen ze licht en
donker te kunnen onderscheiden.
Daarom worden deze wantsen in het Nederlands blindwantsen genoemd. Maar ze
kunnen natuurlijk prima zien.
Tribe: Dicyphini. Slanke wantsen tot 5,5 mm.
Campyloneura virgula Tribe: Dicyphini
Familie
blindwantsen (Miridae)
Ik had hem al eens
een keer gefotografeerd als nimf. Zie foto.
Het is een roofwantsje van 4 mm. Hij eet insecten als bladluizen en
rode mijten. Hij kan snel lopen. Het kost dan ook wat geduld om hem op de
foto te krijgen.
Ze overwinteren als volwassen dier. Hij komt overal in Europa voor en leeft in
loofbomen. Hier heb ik er een in een berk en een in een sierbes
gefotografeerd.
Dicyphus globulifer Tribe:
Dicyphini.
Familie
blindwantsen (Miridae)
Ik
kon maar één redelijke foto maken. En toen was hij al weer
vertrokken.
Een klein wantsje met lichte poten en geheel zwarte antennes. Opvallend
zijn de witte zijkanten van het scutellum.
Ze
zijn vaak te vinden op rode en witte koekoeksbloemen (Lychnis).Het hele jaar
Lengte tot 3,5 - 4 mm.
Foto 20-7-2011
Dicyphus errans Tribe:
Dicyphini.
Familie
blindwantsen (Miridae)
Een
roofwantsje zoals je op de foto kan zien. In het echt herken je hem vaak
niet direct als wants, omdat hij zo klein, slank en glanzend is. Het zou
dan ook een wespje kunnen zijn. Hij
komt op veel verschillende soorten planten voor.
Juni - oktober
Lengte tot 4,5 - 5 mm.
Foto 16-8-2011
Tribe: Deraeocorini. Ovale wantsen, 5 - 10 mm
Esdoornwants, Deraeocoris flavilinea
Tribe: Deraeocorini. Familie
blindwantsen (Miridae)
De kleuren zijn variabel. Het mannetje is donkerder dan het vrouwtje. Het
vrouwtje is meer bruin oranje. De zijkant van het scutellum is licht. Het
halsschild heeft voor en achter een lichte rand. De schenen hebben twee
lichte ringen. De kleur van de cuneus is variabel, vaak licht rood.
Hij wordt op vele planten gevonden. o.a. op platanen en gewone esdoorns.
Het is een Zuid-Europese soort. In 1985 was de eerste waarneming in
Gelderland. In Zuid-Nederland is hij talrijk. Maar hij wordt nu ook (zoals
mijn wants) in het noorden gevonden.
Juni- Juli
Lengte 7, 8 mm
Foto 5-8-2010
Tribe: Mirini. Een grote groep wantsen, die verschillend van vorm zijn. Zowel
langwerpig als ovaal.
Brandnetelwants
(Liocoris tripustulatus) Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Hij zit natuurlijk op de brandnetel, maar komt ook op andere planten voor.
In de tuinbouw (ook in kassen) wordt hij als schadelijk gezien. Onder
andere worden genoemd: Braam, framboos, komkommer, paprika, gerbera,
chrysant. Ik blijf het echter een mooi wantsje vinden.
Lengte: 3,5-5 mm.
De adult
overwintert.
Volgens Berend Aukema: De overwinterde vormen hebben een donker oranje
tekening, de pas ontwikkelde hebben aanvankelijk een geelgroene tekening,
die later donkerder wordt.
Nimf Brandnetelwants
(Liocoris tripustulatus) 5e stadium
De gevlekt poten van de nimf lijken op die van een volwassen
brandnetelwants, maar verder zijn ze helemaal groen. Er wordt gezegd, dat
de larven uitsluitend op brandnetel leven. Ze houden van de sappen van de
bloemen. Deze vond ik echter op een Jakobskruiskruidplant (Jacobaea
vulgaris) met geen brandnetel in de buurt.
Groene
Appelwants (Lygocoris pabulinus) Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Deze fel groene wants is schadelijk. Hij zit niet alleen op appels,
maar ook op sommige bessen, aardappelplanten.
Ik zie ze overal in de tuin. Tot nu toe hebben de appelbomen weinig last.
In het najaar zet het eitjes af op fruitbomen. In het voorjaar eet de
larve van het jonge blad en knoppen.
Hier zit de nimf echter op kattenstaart samen met
snuitkevertjes (Nanophyes marmoratus), die op pagina
"kevers"
beschreven staan.
Mei - oktober.
Lengte: 5, 6 mm.
Lygus pratensis Tribe: Mirini.
Familie
blindwantsen (Miridae)
Ze zijn variabel van kleur. Van groen naar bruin.
Eind zomer vind je de volwassen wantsen, die ook overwinteren.
De wants zuigt van verschillende planten sappen
op en lust ook de nectar van de bloemen.
Ze komenvoor in Europa, Noord-Afrika, Klein-Azië.
Grootte: 6 - 7 mm.
Behaarde wants (Lygus
rugulipennis) Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Lygus rugulipennis is variabel van kleur, van geelbruin tot
paars. Hij is heel dicht behaard met korte haartjes.
Hij komt op veel planten voor. Ook op cultuurplanten als aardappelen en
kool. Dat kan dus schade opleveren.
Hij overwintert als volwassen wants.
Lengte 5 - 6 mm.
Europa, Azië en Japan, Noord-Amerika
Nimf Lygus.
Volgens Berend Aukema zijn in Nederland vijf Lygus soorten, waarvan de
nimf er hetzelfde uitziet. Ik vond hem begin oktober in
Jakobskruiskruid. Eind oktober heb ik de Lygus pratensis in de
zelfde plant gevonden. Dus misschien..................
Megacoelum infusum Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Ik heb helaas nog geen duidelijke foto. Toen ik
foto's wilde nemen begon het hard te waaien en de wants maakte daar
gebruik van om er vandoor te gaan. Het is een
mooi wantsje, dat ik nog maar één keer in de tuin heb gezien.
Hier zie je nog een paar foto's http://waarneming.nl/soort/photos/25094
Hij wordt gevonden op de eik en lijkt op de M.
beckeri. Hij voedt zich met sap van de eik, maar ook met kleine insecten.
Volwassen: Juli - okober.
Lengte ongeveer 7 mm.
Miris striatus nimf
Miris striatus volwassen
Hier al wat ouder.
Foto's 15-5-2011
Miris striatus nimf Tribe: Mirini.Familie
blindwantsen (Miridae)
In april 2009 zag ik een paar van deze nimfen in de bessenstruiken. Als je
niet goed kijkt, denk je aan een mier. Ook de nimf van een Himacerus mirmicoides lijkt
er op.
De twee gele strepen op de rug maken hem heel herkenbaar.
Miris striatus volwassen Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Het is een roofwants, die vooral luizen, larven van motten en kevers eet.
Als hij volwassen is, is het een opvallend gekleurde wants.
De eieren overwinteren. Volwassen: mei - juli. Lengte: 9 - 11 mm (een nimf is natuurlijk kleiner)
Neolygus contaminatus Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Hij is groen, maar lichter dan de Groene appelwants. De vleugels zijn
juist wat donkerder. Kenmerkend vind ik de twee donkere vlekjes op de
rug.
De ogen zijn lichtgroen.
In Nederland heb je ook nog de Neolygus
viridis (donkere top antenne,
donkerder om het schildje) en de(kortere
antennes)
Hij komt veel voor in de buurt van berken.
Volwassen: juni-september Foto's 30-mei 2011
Lengte: 5, 6 mm.
Orthops basalis Tribe: Mirini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Hij
lijkt heel veel op de Orthops kalmii. Orthops basalis is in
Nederland verreweg de algemeenste
van de twee.
Het derde antennelid van een Orthops basalis is vrij lang.
Bij O. kalmii is de afstand tussen de ogen in verhouding tot de breedte
van de ogen veel kleiner!
Hij lijkt ook op de Brandnetelwants
(Liocoris tripustulatus). Maar de Orthops heeft geen donkere ringen op de
schenen en antennes.
Je vindt ze op schermbloemige. Hier zit hij op selderie.
Lengte ongeveer 5 mm.
De volwassen wants overwintert. De eieren worden
in het voorjaar gelegd op de jonge blaadjes van de waardplant. De jonge
groene larven verschijnen in mei - juli.
De eerste antenneleden zijn dikker dan de andere.
Kleur: groen tot roodbruin.
Op de foto zie je ook een Kleidocerys resedae.
Je vindt ze in iepen, maar ook in hazelaars en berken.
Augustus - oktober
Grootte: 9 -10 mm
Midden- en Noordeuropa. Zelden in het zuiden.
Pinalitus cervinus Tribe:
Mirini. Familie blindwantsen
(Miridae)
De kleur van dit wantsje is variabel. Licht
bruin, roodbruin en groen. Het eerste antennesegment is licht. Het tweede
antennesegment is ook licht, maar heeft een donker uiteinde. De vleugels
zijn enigszins doorzichtig.
De cuneus is wit met een donkere punt (soms met rood).
Te vinden op verschillende planten zoals klimop en es.
Lengte ongeveer 4 mm.
Het hele jaar.
Foto 13-1-2012. Het eerste wantsje van 2012. Ik vond hem tegen het raam.
Omdat het slecht weer was, heb ik hem een dag bewaard om een dag later
foto's te kunnen maken. Jammer genoeg was hij toen doodgegaan. Ik kon
daardoor ook een foto van de onderkant maken. De zuigsnuit is goed te
zien.
Tribe: Stenodemini. Langwerpig gevormde wantsen.
Graswants,
Stenodema laevigata Tribe: Stenodemini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Een wants met een lang lichaam. Je kunt hem verwarren met Notostira
elongata. Bij de Senodema laevigata zie je een knik onder de knie van de
achterschenen.
Hij lijkt ook veel op de Stenodema calcarata en de Stenodema trispinosa.
Maar die hebben twee doorns aan de binnenkant van van de achterdijen.
Hij jaagt tussen het gras. Door zijn lichaamsvorm en kleur valt hij
niet op.
Lengte 8 - 10 mm.
De volwassen wants overwintert. Dan is de kleur bruin. In de zomer
is hij groener.
Foto's 14-4-2010
Tribe: Orthotylini. Een grote groep. Variabel van vorm en kleur.
Een slank wantsje met vreemd gevormde antennes.
In juni heb ik de nimfen gefotografeerd. De volwassen wantsen zijn er van
juli tot half september. De eitjes overwinteren.
Hij lijkt op de Heterotoma merioptera. Maar die komt hier minder
vaak voor.
Het diertje jaagt op luizen en andere kleine insecten, maar zuigt ook
plantensap op.
cf
betekent: niet zeker. Er zijn enkele familieleden, die veel op elkaar
lijken. Het zijn overwegend groene wantsjes. De plant, waarop ze gevonden
worden, kan belangrijk zijn. Deze zat echter op de muur van de wc.
Hoogstwaarschijnlijk heeft hij op onze kleren gezeten. Omdat we de dag er
voor naar het Kralingse bos in Rotterdam waren geweest, kan hij ook daar
vandaan komen.
Lengte ongeveer 4 mm.
Foto 10-7-2011
Tribe: Pilophorini. Een kleine groep wantsen, die op mieren lijken.
Pilophorus perplexus Tribe: Pilophorini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Het kan ook de in Nederland veel zeldzamere Pilophorus simulans zijn. De
verschillen zijn volgens Berend Aukema heel klein.
Dit wantsje lijkt op een mier. Hij is herkenbaar door de band
lichte haren, die over de voorvleugels loopt.
Hij wordt gevonden bij loofbomen als eik. Het is een rovertje, maar hij
zuigt ook sappen.
Volwassen: Juli - oktober
Hij overwintert als ei. De nimfen lijken op de wolwassen wants.
Lengte 4, 5 mm.
Foto 5-9-2010
Tribe: Phylini. Een grote variabele groep.
Atractotomus
maliTribe: Phylini. Familie
blindwantsen (Miridae)
Een donker wantsje bedekt met lichte haren. Het tweede segment van de
antenne is verdikt als bij de heterotoma. Het eerste segment is ook dik,
maar is bij de basis veel dunner.
Hij is te vinden op appel en meidoorn. hier zit hij
op een jong appeltje. Dit zijn ook de voedselplanten, maar hij is ook
gedeeltelijk een rover.
Juni - augustus.
Lengte: Ongeveer 3,5 mm. Heel klein dus.
Er zijn nog twee er op lijkende familieleden.
namelijk A. magnicornis, A. parvulus. Die komen op andere planten voor.
Foto: 14-6-2011.
Harpocera thoracica Tribe: Phylini.Familie
blindwantsen (Miridae) Ze lijken niet op elkaar, maar het
zijn beide Harpocera thoracica. De linker
wants op mijn horloge is het vrouwtje. De rechter is het mannetje. Bij het
mannetje is het tweede antennelid verdikt.
Deze foto's zijn gemaakt in mei. Dat is de maand, waarin je ze meestal
ziet. Ze leven ongeveer een maand. Daarna moet je weer een jaar wachten
voor je ze weer ziet. De larven ontwikkelen zich in twee weken.
Ze leven in eiken. Ze zuigen de sappen op, maar jagen ook op luizen.
Ik was de tuin
aan het sproeien, toen ik dit wantsje op mijn hand voelde steken. Ik ben
naar binnen gegaan en heb de camera opgehaald. In die tijd bleef hij
rustig doorsteken. Erg gevoelig was het niet. Alleen met je linkerhand de
rechterhand fotograferen valt toch tegen. Toen ik hem probeerde te
verplaatsen ontsnapte hij.
Deze Phylus valt op door de donkere kop (niet altijd), terwijl de rest van het lichaam
licht is. Het is gedeeltelijk een rover. Er zijn drie Phylus soorten in
Nederland.
Juni - augustus
Lengte 4 - 6 mm.
Foto 25-5-2011
Plagiognathus arbustorum Tribe: Phylini. Familie blindwantsen (Miridae)
De lichte wants is een vrouwtje. De mannetjes
zijn vaak wat donkerder.
Ze
schijnen op brandnetels voor te komen. Maar ze zitten ook op andere
planten. De kleur is variabel. De dijen hebben onder en boven een
zwarte streep.
Vanaf
een foto zijn ze niet uit elkaar te houden. (verschil genitaliën.)
Ze komen beide voor op eiken.
Het is een bruinzwarte wants. De mannetjes zijn donkerder dan vrouwtjes.
De bovenkant is bedekt met gouden haren. De dijen zijn donker.
Mei - augustus
Lengte tot 4 mm.
Psallus varians Tribe: Phylini.
Familie
blindwantsen (Miridae)
Ook
dit is een harige wants. Dat is pas goed te zien op maco foto's. Hij is
vooral in de buurt van eiken te vinden.
Deze wants zat op de tuinstoel. Ik ging er bijna op zitten.
Commentaar
Berend Aukema: Psallus cf betuleti. Zonder genitaalpreparaat niet te
onderscheiden van Psallus montanus, die echter minder algemeen is. Beide
leven op berk. De donkere antennes van de vrouwtjes hebben in het midden van de 2e
segment een roodachtige verkleuring. Mannetjes zijn meer zwartbruin. Mei -
augustus. Lengte tot 4 mm. Foto 16-5-2011.
De antenne van dit vrouwtje heeft niet de roodachtige
verkleuring in het midden van de 2e segment.
Volgens Berend Aukema kan deze wants wel gedetermineerd worden als een
zekere Psallus montanus.
Foto: 30-5- 2011
Berend Aukema bedankt voor het determineren van veel
van mijn wantsjes.