Spinnen behoren tot de klasse spinachtigen
(Arachnida). Geleedpotigen
als schorpioenen, hooiwagens, teken en
mijten behoren ook tot die groep.
Het achterlichaam is weker dan de voorzijde. De voorzijde is het
kopborststuk. De kop en het borststuk met poten is een geheel. Bij spinnen
heet dit deel prosoma. Ze hebben acht poten. Het
eerste potenpaar is meestal het langst. Geen echte antennen maar een paar
palpen, die worden gebruikt als tastorgaan. Daaraan kun je ook zien of het
een een mannetje of vrouwtje is. De palpen bestaan uit zes segmenten. Bij
het volwassen mannetje is het laatste segment knopvormig. Dat wordt bulbus
genoemd. Het mannetje gebruikt het om de sperma op te slaan vlak voor de
paring. Op deze manier wordt het vrouwtje bevrucht. De paring is voor veel
kleinere mannetjes niet ongevaarlijk. Bij sommige soorten kunnen de
mannetjes na de paring worden opgegeten. Maar er zijn ook soorten, waar
het mannetje bij het vrouwtje blijft.
De meeste spinnen hebben acht enkelvormige ogen. Er zijn er echter ook met zes ogen.
De ogen zijn niet even groot.
Het zijn roofdieren. Hun manier van vangen verschilt.
Het kan met een web. De draad wordt gemaakt door klieren in hun lichaam en
wordt daarna naar buiten geperst. Een wielweb is het bekendst.
Er zijn ook spinnen, die jagen. De spin heeft een paar gifkaken. De beet
van de spinnen in Nederland is voor mensen niet gevaarlijk.
Meer informatie kun je vinden op wikipedia
Familie wielwebspinnen (Araneida)
Deze spinnen maken een web in de vorm van een wiel met spaken. Mensen vragen
vaak hoe de eerste draad wordt vast gemaakt. Ze wachten tot de eerste draad door
de wind aan een andere plek blijft vastzitten.
Daarna kan het web gemaakt worden.
Kruisspin (Araneus diadematus).
Familie wielwebspinnen (Araneida).
Op het eind van de zomer hangt
de tuin vol met webben. Van de webben van een kruisspin heb je het meeste
last, omdat ze vaak een grote afstand overspannen.
De vrouwtjes zijn het tweede jaar volwassen en
zijn dan veel groter dan de mannetjes. Dat is tegen het eind van de zomer. Vandaar de vele webben. De
paring is voor de mannetjes riskant, want ze kunnen daarna worden
opgegeten.
Als het gaat vriezen gaan de volwassen spinnen
dood.
De eitjes zitten in eicocons en worden in
herfst afgezet. Op deze manier overwinteren ze. De jonge spinnen, die
in het voorjaar uitkomen, verspreiden zich door zich aan een draadje
door de wind te laten meevoeren.
De naam hebben ze gekregen door het kruis op hun
rug. De kleur varieert van licht geel tot donker grijs.
Lengte 11 - 18 mm.
West-Europa,
delen van Noord-Amerika. Foto's 2-10-2010, 15-8-2012.
Platte wielwebspin (Nuctenea
umbratica).
Familie wielwebspinnen (Araneida).
De naam heeft hij gekregen, omdat hij een plat
lichaam heeft. Hij komt voor onder de los zittende schors van bomen. Daar verstopt
hij zich. Je vindt hem echter ook vaak bij huizen.
Deze zat boven het raam en liet zich vallen, toen hij mij te lastig vond
en het niet lukte om zich in de speet te verstoppen. Daarna hield hij zich
dood. Zijn poten vouwt hij om zich heen.
Het zijn nachtactieve spinnen, die overdag schuw zijn. Het web lijkt op
het web van een kruisspin. En heeft een signaaldraad naar de schuilplaats.
Als het schemerig wordt, zit hij in het midden van het web. Vooral
nachtvlinders moeten oppassen.
Een leerachtige huid. De spin op deze foto's is heel donker. Er zijn ook
roodbruine tot grijsbruine spinnen met een bladvormige vlek op het
achterlijf.
Lengte mannetje 9 mm, vrouwtje 14 mm. Een algemene spin in Centraal Europa.
Foto's 17-10-2009.
Foto 28-5-2010. Bij deze platte wielwebspin is de bladvormige vlek goed te
zien.
Komkommerspin spec. (Araniella spec.).
Familie wielwebspinnen (Araneida).
De Gewone komkommerspin (Araniella cucurbitina)en
de Tweeling-komkommerspin ( Araniella opisthographa) zijn vanaf een foto
niet van elkaar te onderscheiden.
Ze zijn herkenbaar aan het geelgroen achterlijfje. Vandaar de naam.
In juli worden de eitjes gelegd in cocons in de buurt van het net. De heel
jonge spinnetjes zijn licht van kleur. In de herfst worden ze rood, bruin.
Hierdoor vallen ze tussen de bladeren niet op. Zij overwinteren.
Mannetjes 5 mm, vrouwtjes 8 mm.
Kleine webben. Ongeveer 10 cm doorsnee.
Foto's 30-5-2009, 28-5-2010, 17-6-2012.
Venstersectorspin (Zygiella x-notata).
Familie
wielwebspinnen (Araneida).
Algemeen in raamkozijnen. Het zijn grijsbruine spinnen met een bladvormige vlek op het
achterlijf. Aan de voorkant van het achterlijf heeft hij een lichte
vlek.
Het web heeft aan de bovenkant in een van de hoeken twee lege sectoren.
Mannetjes tot 7 mm, vrouwtjes tot 11 mm.
De eitjes overwinteren in een cocon. De vrouwtjes
zie je nog wel laat in het jaar.
Europa,
delen van Azië, Noord- en Zuid Amerika.
Foto's 12-9-2009, 17-10-2009, 22-11-2012..
Driestreepspin (Mangora acalypha).
Familie
wielwebspinnen (Araneida).
Een makkelijk te herkennen spin. Door de tekening
op het lichaam en de zwarte rand en middenstreep op het kopborststuk.
Mannetjes 3 - 3,5 mm, vrouwtjes 5,5 - 6 mm.
Het wielweb kun je vinden in struiken en lage
vegetatie.
Het Palearctisch gebied.
Familie Strekspinnen (Tetragnathidae)
Strekspinnen hebben een langer achterlijf. Ze hebben lange
poten. Ze kunnen zich goed camoufleren op een stengel of een langwerpig
blad.
Het web lijkt op een wielweb, maar dan met een gat in het midden.
Strekspin spec. (Tetragnatha spec.). Familie Strekspinnen
(Tetragnathidae).
Verschillende soorten lijken op elkaar en kun je niet
vanaf een foto determineren.
Begin zomer zie ik ze veel bij de vijver. Hoewel ik het ze niet heb zien doen, schijnen ze
over water te kunnen lopen.
Foto's 30-6-12
Metellina spec. Familie Strekspinnen (Tetragnathidae).
Net als de hangmatspin hebben soorten van het geslacht
Metellina een stemvorkfiguur op het kopborststuk. Er zijn lichte
en donkerder spinnen.
Zomerwielwebspin (Metellina mengei) Volwassen: 5 mm.
Juli - september of herfstspin, herfstwielwebspin (Metellina
segmentata) Ze zijn niet vanaf een foto uit elkaar te houden. Ondanks hun
naam komen ze ongeveer in de zelfde tijd van het jaar voor.
Volgens Jacomijn Prinsen: Als de ventrale haren (niet de stekels) van het
laatste pootlid van een voorpoot korter
zijn dan de pootdoorsnede is het M. segmentata, als ze twee maal zo lang
zijn als de pootdoorsnede is het M. mengei. Dit kenmerk geldt alleen voor de
mannetjes. Foto's 17-5-2009, 12-9-2010,
26-9-2012.
Een jonge metellina. Foto 3-10-2012.
Familie kogelspinnen (Theridiidae)
Ze hebben de naam kogel, omdat de abdomen rond zijn. Een losjes gemaakt web
met makkelijk loslatende draden, waaraan het insect blijft hangen. Ze
hebben een kam in de vorm van rijen kleine haren op het puntje van hun achterpoten,
die ze gebruiken om de vangdraad te "kammen". Bij kogelspinnen zit er
een kammetje op de onderkant van de tars van poot IV. Bij kaardespinnen zit er
een ander kammetje op de bovenkant van de metatars.
Gewone Tandkaak of Vergeten Tandkaak (Enoplognatha
ovata of Enoplognatha latimana).
Familie kogelspinnen (Theridiidae).
Welke van de twee soorten het is, is niet uit deze foto op te maken.
Enoplognatha ovata heeft soms wat meer rood op zijn achterlijf, schijnt het. Zoals op
deze foto. Maar de kleur kan variëren. De twee rijen met zwarte vlekken
zijn er wel altijd.
De eicocons zijn licht blauw. Het blad, waar ze op
liggen, is omgekruld door spinsel.
3 - 6 mm
Bij
het web van kogelspinnen lopen er draden alle kanten op. Maar van daaruit
zijn er ook draden strak over het blad. Deze schieten los van het blad als
een gevangen insect te veel beweegt.
Foto's links 27-8-2012, 24-9-2012. Tandkaak met
cocon en met jongen en een Ero. (zie ook Ero)
Gewone Kabelspin (Episinus angulatus).
Familie kogelspinnen (Theridiidae).
Hij kan zich net zo strekken als een strekspin. Ik
vond hem op een bloempot.
Ze maken hun H-vormig web dicht bij de grond. Vaak in de buurt van hei.
Je ziet hem niet vaak.
De gewone kabelspin heeft een plat, tamelijk dun
lichaam, maar op het eind verbreedt het zich.
Dit spinnetje (2009) heeft dikke palpen, hij heeft nog één vervelling nodig om
volwassen te worden. (informatie Jacomijn Prinsen).
Volwassen ongeveer 5 mm.
Foto's 8-10-2009, 11-10-2010, 30-2-2012, 19-4-2012.
Ik zie nu elk jaar enkele kabelspinnen.
Koffieboonspin (Steatoda bipunctata).
Familie kogelspinnen (Theridiidae).
Het kopborststuk is glanzend donkerbruin.
Koffieboon omdat het achterlichaam daar een beetje op lijkt.
Onder bomen, maar bij huizen, in schuren en garages.
Een grof geweven web. Over het web zijn watachtige spinsels verdeeld.
Volwassen ongeveer 4 - 7 mm
De spin op de foto is een mannetje. De palpuiteinden zijn groot en verdikt.
Foto's 17-10-2009, 25-4-2012.
Foto's 13-2-2010. Een overwinterende koffieboonspin onder de deksel van een
vuilcontainer. Misschien een jonge spin.
Slanke Kogelspin - (Anelosimus vittatus,
Seycellocesa vittatus). Familie kogelspinnen (Theridiidae).
Lengte vrouwtje 3 - 3,5 mm, mannetje 2,5 - 3,5 mm.
Laag in de bomen en in struiken en hoge vegetatie.
Familie hangmatspinnen ( Linyphiidae)
Het web lijkt op een hangmat, waarin de spin ondersteboven in hangt. Daarboven
zijn verticale draden gesponnen. Als insecten daar tegenaan botsen vallen
ze op de mat.
Tuinhangmatspin (Linyphia
hortensis). Familie hangmatspinnen (Linyphiidae). Hoogstwaarschijnlijk!
Ik
heb lang aan Kleine
heidehangmatspin (Microlinyphia
pusilla) gedacht. Maar die is het volgens Pierre Oger niet.
De tuinhangmatspin is dan het meest waarschijnlijke. Ook omdat die al in
mei te vinden is in de tuin.
In Neder land vooral gevonden in mei - juli.
Het
vrouwtje is donker en heeft een witte band aan de zijkant. Op de abdomen
zijn ook witte plekken. Die zijn variabel. De mannetjes zien er anders
uit. De abdomen zijn slanker en ze hebben bruinrode poten. Ze maken hun
net vrij dicht bij de grond.
Ongeveer 5 mm.
Foto's mei 2010
Herfsthangmatspin (Linyphia
triangularis). Familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
Herkenbaar aan de stemvorkfiguur op het
kopborststuk en de tekening op het achterlijf. De Grote Heidehangmatspin
lijkt er ook op. Maar die is vooral in Oost-Nederland te vinden en is zeldzamer.
De cocons met eitjes worden onder de bladeren verstopt.
Foto's: 7-12-2009, 12-9-2012, 18-9-2012.
Boomstamwever (Lepthyphantes minutus). Genus
Lepthyphantes. Familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
In ieder geval Lepthyphantes. Mannetje De soort is niet
helemaal zeker. Herkenbaar aan het donkere kopborststuk en de
gestreepte benen.
Op de site eurospiders.com
staan duidelijke gedetailleerde foto's.
Je kunt hem vinden aan de voet van boomstammen. Deze spin vond ik in oktober
onder een zak met zand.
Lepthyphantes zijn kleine spinnen. dit is een wat groter soort. Maar nog
steeds klein.
Lengte lichaam 3 - 4 mm.
Foto's 18-10-2009.
Struikhangmatspin (Neriene peltata). Familie hangmatspinnen
(Linyphiidae).
De rug is wit met in het midden donker bruine strook. De
buik is bruinwit. .
Lengte lichaam ongeveer 5 mm.
Mannetje: April - juli. Vrouwtje: April - september.
Foto's 2-6-2009.
Kruidhangmatspin (Neriene clathrata).
Familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
De foto is van een mannetje. De palpen zijn opvallend groot. Het lichaam is
donkerbruin. Om het achterlichaam is een band van lichte vlekjes. De poten
zijn oranje bruin, zonder banden. Hij lijkt op de Microlinyphia pusilla
Ze maken hun web laag bij de grond in planten en struiken.
Ongeveer 5 mm.
Volwassen: maart - november.
Foto's 17-02-2012.
Dwergspin (Erigonidae) Familie dwergspinnen
(Erigonidae). Ook wel onderfamilie genoemd van de
Familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
Dit spinnetje was ongeveer twee mm. Er zijn heel veel soorten. Vanaf een
foto zijn ze niet uit elkaar te houden.
De dwergspin uit 2011 is een ander soort en iets groter.
Foto 15-11-2010
Foto 25-11-2011
Familie Kaardertjes (Dictynidae)
Ze maken hele fijne spindraden. De draden kleven niet. De spinnen maken veel
woldraadjes, waarin het insect verstrikt raakt.
Groen kaardertje
(Nigma walckenaeri). Familie kaardertjes (Dictynidae).
Hij leeft op bladeren en heeft een prima groene
schutkleur. Het mannetje heeft een roodbruin kopborststuk.
Zoals je op de foto's ziet kan hij heel fijn
spinrag maken. Van de omgekrulde bladeren maakt hij met behulp van spinrag
een schuilplaats.
Het mannetje blijft bij het vrouwtje en loopt dan niet het gevaar, dat hij
door het vrouwtje wordt opgegeten, zoals bij veel andere spinnen. Maar als
hij dood gaat, wordt hij alsnog opgegeten.
Lengte 3 - 5 mm.
Volwassen spinnen in augustus - oktober.
Foto's 18-10-2009, 3-10-2012, 19-10-2012.
Familie trilspinnen (Pholcidae)
Spinnen met een klein lichaam en de heel lange poten. Ze
maken een rommelig web.
Grote trilspin, hooiwagenspin (Pholcus
phalangioides). Familie Trilspinnen (Pholcidae).
De spin heeft z'n naam trilspin gekregen, omdat hij
gaat draaien, trillen als hij wordt bedreigd. Net als in ons huis zie je hem
in de meeste huizen en schuren. Vaak op donkere plekjes.
Ze maken een wat rommelig web. Vaak tegen het plafond, waar mijn vrouw niet
zo blij mee is. Als het web stoffig is geworden, maken ze een nieuwe. Ze
eten het niet op, zoals veel andere spinnen doen.
Als er een prooi inkomt gooit hij nog meer draden over hem heen.
De eieren worden met een paar draden bijeen
gehouden. Het vrouwtje draagt de eitjes met zich mee in
haar palpen (de tastorganen van spinachtigen)
Lichaamslengte vrouwtjes: ongeveer 9 mm. Mannetjes
zijn iets kleiner.
Foto's 8-10-2009, 6-11-2012.
Familie Nachtkaardespinnen (Amaurobiidae) Het zijn nachtspinnen Ze maken een wollig
gekamde vangdraad, die niet plakt. De insecten raken er in verward in de
duizenden draadjes, die uitrekken als het slachtoffer beweegt. De wollige
vangdraden worden zo gekamd door een "kammetje" op de achterpoten. Bij
kogelspinnen zit er een kammetje op de onderkant van de tars van poot IV. Bij
kaardespinnen zit er een ander kammetje op de bovenkant van de metatars.
Huiskaardespin (Amaurobius fenestralis)of Muurkaardespin (Amaurobius similis). Familie Nachtkaardespinnen
(Amaurobiidae).
Beide soorten lijken veel op elkaar. Je ziet ze ook in
huis. Vaak op buitenmuren. In spleten onder
kozijnen,maar ook op andere plekken, zoals bomen.
Op het achterlijf heeft de kaardespin enkele v-vormige vlekken.
De spin op de foto's links is een man. Ik vond ze onder de deksel van een
vuilcontainer.
Lengte 7 - 12 mm
Vrouw. Foto's 9-10-2012. 30-4-2010.
Familie Trechterspinnen (Agelenidae)
Huisspin spec (Tegenaria spec.).
Familie Trechterspinnen (Agelenidae).
Hoogstwaarschijnlijk een jonge Gewone huisspin (Tegenaria atrica).
De gewone huisspin heeft geen tekening op de grijsbruine poten. Andere
soorten hebben dat wel.
Hij leeft in en in de buurt van huizen. In andere landen leeft hij bij
rotswanden.
Ze maken een horizontaal dicht web, dat in een trechter uitloopt. Een soort
woonbuis.
Overdag verbergt hij zich. "s Nachts zit hij in z'n web. De eitjes
worden in april gelegd. Jonge huisspinnen verschijnen in mei. De mannetjes
worden niet oud. De vrouwtjes echter kunnen wel zes jaar worden.
Foto 25-4-2011 Mannetjes 15 mm vrouwtjes 18 mm. Algemeen in Europa.
Familie lijmspuiters, spuugspinnen
(Scytodidae)
Sub-orde van zes-ogige spinnen (Haplogynae) Ze spuiten een met een zigzagbewegimg lijmstralen over de prooi. Afstand tot
ongeveer 2 cm. De prooi wordt op de ondergrond vastgeplakt. In Nederland heb je
alleen de getijgerde lijmspuiter. Het schijnt, dat het familielidScytoda venusta wel eens in Nederland
gevonden is.
Een lichtbruin spinnetje met onregelmatige donkere
vlekken. Vandaar de naam "getijgerde". Om de lange poten heeft hij
donkere ringen. Het kop-borststuk is groter dan het achterlijf. In
tegenstelling tot de meeste spinnen met acht ogen heeft de getijgerde
lijmspuiter zes ogen.
Het kleverige spinrag, dat ze spuiten is giftig. In
het kop-borststuk zitten spinselklieren, die verbonden zijn met gifklieren.
Ze hebben ook nog spinselklieren in het achterlichaam.
De eicocoon wordt door de moederspin onder haar
buik gedragen.
Je vindt ze in Nederland hoofdzakelijk binnen. De winters zijn te koud voor
ze. Ze zijn vanuit Zuid-Europa hierheen gekomen.
Lengte ongeveer 3 - 6 mm.
Foto 27-3-2009.
Twee jaren later zag ik er weer een lopen. Foto's 01-10-2011.
Familie wolfspinnen (Lycosidae)
Sommige soorten leven in holtes, andere soorten lopen rond op zoek naar een
prooi.
Wolfspin spec. (Pardosa spec.). Familie wolfspinnen (Lycosidae).
Foto 27-3-2011.
De soort kun je meestal niet vanaf een foto
bepalen.
Ik zie ze overal door de tuin wandelen op zoek naar slachtoffers. Ze maken
geen net. Ze hebben daarom een goed gezichtsvermogen.
De vrouwtjes maken een eicocon van draad, die ze met zich meedraagt. Daarna
kun je de jongen op haar rug vinden.
Met jongen, foto 6-8-2010:
Soms
vergist een wolfspin zich. Hier heeft een vrouwtje een verbleekte pissebed
als cocon. Foto 30-8-2010 .
Deze spin zat tussen de planten die ik bij de
vijver weghaalde. De naam "piraat" dankt hij aan het feit, dat hij
bij het water leeft. Ze kunnen over het water lopen.
Pirata's te herkennen aan het stemvorkfiguur op het carapax
De cocon, die je hier ziet is waterdicht.
Foto 28-7-2011.
Gewone nachtwolfspin (Trochosa terricola) of
Gestekelde nachtwolfspin (Trochosa spinipalpis).
Familie wolfspinnen (Lycosidae). Genus Trochosa.
In Europa heb je vier soorten. Trochosa terricola en
Trochosa spinipalpis lijken heel veel op elkaar. Ze jagen 's nachts. Overdag
verbergen ze zich. Dit vrouwtje zat echter in het zonnetje op een
blad.
Foto's 18-4-2010.
Niet in de tuin maar in de duinen ongeveer 4 km van mijn huis.
Withandje (Aulonia albimana).
Familie wolfspinnen (Lycosidae).
Een kleine wolfspin. Hier zit hij op de bloem van
een wilg. Het voorste deel is donkerbruin tot zwart met een dunne witte rand
eromheen. Het achterlichaam is donkerbruin, donkergrijs. Bruine poten. Alleen het bovenste deel van de voorpoten is zwart.
De middelste leden van de zwarte pedipalpen zijn zowel bij het mannetje als
bij het vrouwtje wit. (niet op de foto te zien)
In tegenstelling tot de meeste wolfspinnen maakt hij een vangweb. Het is een
trechterweb vlakbij de grond. Maar ze lopen ook vrij rond over de grond. Het
spinnetje op de foto zat wat hoger.
Hij komt voor in de droge gebieden met lage planten zoals in Nederland in de
duinen. In de rest van Nederland is hij vrij zeldzaam.
Lengte tot 4,5 mm. Foto's
21-4-2013. Europa.
Familie Kraamwebspinnen (Pisauridae) Kraamwebspinnen maken gote eicocons, die ze eerst onder het lichaam
dragen. Vlak voor de spinnen uitkomen, wordt de cocon aan een plant vastgemaakt.
Daarom wordt een soort tentje geweven. Daardoor hebben ze de naam kraamwebspin
gekregen. In Nederland zijn er twee geslachten. Pisaura en Dolomedes.
De zes ogen van een kwekerij spin hebben min of meer dezelfde grootte. De wolf spinnen hebben ook zes ogen, maar hebben twee prominente ogen.
Kraamwebspin, Grote wolfspin (Pisaura mirabilis). Familie Kraamwebspinnen
(Pisauridae).
In Nederland is dit de enige soort van de familie.
Je kunt een kraamwebspin herkennen aan de lichte
driehoekige flapjes aan de voorkant van het kopborststuk naast de ogen en de
lichte streep midden op de kop. De
kleur is grijs tot bruin..
Ze jagen tussen de planten. Je ziet ze vaak in het zonnetje zitten. Net als
op deze foto's. Ze lijken dan op een renspin.
Voor de paring biedt het mannetje het vrouwtje een insect aan. Het nest
maken ze tussen het gras.
Lengte 10 - 15 mm
Familie celspinnen (Dysderidae)
Deze spinnen maken geen web.
Roodwitte Celspin
(Dysdera crocata).
Familie celspinnen (Dysderidae). Foto's 29-6-2012.
Hij leeft van pissebedden. Met
de lange gifklauwen kan hij tussen de pantsers van pissebed komen.
In mijn tuin zitten ze onder stenen en rottend hout.
Deze vond ik toevallig omdat ik een stuk bamboe bij de composthoop
doorknipte. Je ziet, dat ze voor hun nest zorgen. Ik heb de bamboe weer zo
goedmogelijk teruggelegd. Gelukkig had ik de camera bij me.
Mannetjes 7 mm - 10 mm.
Vrouwtjes 15 mm - 20 mm.Je vindt hem bijna overal ter wereld. Roodwitte Celspin (Dysdera crocata) en Boscelspin (Dysdera
erythrina) lijken heel veel op elkaar. Dysdera crocata heeft op de
achterste dij enkele stekels. Op de onderste foto zie je twee stekels.
Roodwitte Celspin (Dysdera crocata).
Op de grote foto kun je de stekels zien.
Harpactea rubicunda.
Familie celspinnen (Dysderidae). Eerste
waarneming in Nederland!
Toen
ik de watermeterput (droog) opende, zag ik een volwassen celspin en enkele
jonge celspinnen. Ik dacht dat het een Dysedra was. Gelukkig had ik foto's
naar het forum "waarneming.nl"gestuurd. Volgens Jacomijn Prinsen
is het waarschijnlijk een Harpactea rubicunda.
Die soort is in Nederland nog nooit gevonden. Hopelijk vind ik hem nog een
keer om er zeker van te zijn.
Foto's 27-3-2011.
Een kenmerk zijn de vele stekels op achterdijen.
Familie zakspinnen (Clubionidae)
Kleine spinnetjes. Meestal met weinig kleur en daarom moeilijk uit elkaar
te houden. Ze jagen 's nachts. Ik verwissel ze nog wel eens met spinnen uit
de nauw verwante familie Bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
Achtermiddenogen: Bij Clubionidae rond en ver uit elkaar staand. Bij
Gnaphosidae zelden rond en dicht bij elkaar staand.
Spintepels: Bij Gnaphosidae cilindrisch en lang, de grootste met veel
tussenruimte (ong. de diameter van de grootste spintepels) Bij Clubionidae zijn
ze korter, niet cilindrisch (taps toelopend) en dicht bij elkaar staand. (informatie van Joost Vogels)
Zakspin spec. (Clubiona spec.) Familie
zakspinnen (Clubionidae).
Het spinnetje op de foto is nog heel jong. Foto
21-10-2009.
Je vindt ze vaak tussen bladeren, onder stenen, stukken bast. Ze maken
overdag een soort webje (een zijden buis of zak), waar ze zich overdag verschuilen en slapen.
Zo'n spinsel gebruiken ze ook voor het opbergen van de eitjes. (Maar
dan dicht) Voor het jagen 's nachts gebruiken ze geen web. Lengte ongeveer 5 mm.
Foto's links: Een volwassen zakspin. Foto
18-9-2012.
Een jonge zakspin, foto 21-12-2009. In december daalde
hij voor mijn neus af aan een draad in de keuken. Ik heb hem in een potje
gedaan om hem de volgende dag te kunnen fotograferen. De volgende dag zat
hij onder een spinsel tegen de glaswand. Ik heb hem toch maar wakker gemaakt
voor de foto. En hem daarna tussen de in de bijkeuken overwinterende planten
gezet.
Volgens Jacomijn Prinsen: Het is een subadult
mannetje, in het voorjaar zal hij vervellen tot adult. Hij had dan met de
palp onder de binoc gedetermineerd kunnen worden. Nu blijft het Clubiona
spec.
Familie Bodemjachtspinnen (Gnaphosidae) Deze familie is nauw verwant met de familie zakspinnen (Clubionidae).
Bodemjachtspin spec. (Gnaphosidae)
Er zijn verschillende donkere soorten, die moeilijk te determineren zijn.
Zelotes is mogelijk. Maar het is niet zeker.
Ze jagen 's nachts en schuilen overdag. Als schuilplaats weven ze een zijden
zakje.
Deze was wat in de war, want hij wandelde overdag over het terras.
In
Nederland is het de enige buisjesspin. Hij jaagt 's nachts in struiken en
bomen. Hier zit de spin op de bamboe, die bedoeld is voor
metselbijtjes om er nesten in te maken. Echt blij ben ik dus niet. Onder de bladeren kun je cocons met eitjes vinden, die door de
vrouwtjes bewaakt worden. De mannetjes trommelen met hun achterwerk op de
bladeren om op te vallen voor de vrouwtjes.
Van licht geelbruin tot donker grijsbruin. Ze zijn te herkennen aan de
driehoekige donkere vlekken op het achterlichaam. Op de kop hebben ze twee
donkere banden met lichte vlekken erin.
's winters zitten ze ook onder de schors van dode bomen.
Lengte 4 - 8 mm
Europa, Centraal-Azië
Foto: 18-4-2010
Familie krabspinnen (Thomisidae)
Net als krabben steken ze hun langere voorpoten naar de zijkanten uit. Ze kunnen
zowel zijdelings als voorwaarts lopen.
Ze maken geen web. Maar jagen op vliegen op bladeren en bloemen. Ze zijn
goed gecamoufleerd. Ze kunnen zich vast zetten met wat spinrag.
Groene krabspin (Diaea dorsata).
Familie krabspinnen (Thomisidae).
Te
herkennen aan het groene kopborststuk en de poten. Een bruin met geel
achterlijf.
Mannetjes 4 mm, vrouwtjes 6 mm.
Deze spin miste een poot. Hij leek er geen last
van te hebben. Als hij nog niet volwassen is, krijgt hij na het vervellen z'n poot
terug. In gevaarlijke situaties kunnen ze een poot afstoten.
Krabspinnen maken geen web, maar maken wel een veiligheidsdraad. De andere
draden zijn (volgens Jacomijn Prinsen) waarschijnlijk herfstdraden, waaraan
spinnen zich door de wind laten verspreiden. Foto: 21-10-09.
Het mannetje ziet er anders uit met zijn lange voorpoten. Foto 16-5-2010
Gewone bodemjachtspin (Ozyptila praticola)
Familie krabspinnen (Thomisidae)
Ze zijn te vinden tussen de struiken en het
onderste gedeelte van bomen. Het vrouwtje bewaakt haar cocon met eitjes.
Er zijn twaalf soorten bekend in Europa. Allemaal heel kleine spinnetjes. Lengte 3 - 4 mm.
Moederliefde.
Toen ik 24-5-2011 de kardinaalsmuts (struik) snoeide zag ik een Xysticus
lanio zitten op haar nest. Ik heb de blaadjes iets uit elkaar gevouwen en
enkele foto's genomen. Dit takje heb ik niet gesnoeid. Om de paar dagen keek
even hoe het met de spin ging. Ik vond haar altijd op haar nest.
Bijna twee maanden later (17-7-2011) verschenen de jongen. Moeder was nog
steeds aanwezig.
Wat is de natuur toch bijzonder.
Familie renspinnen, krabspinnen (Philodromidae) Engels: Running
Crab Spiders
Het tweede paar poten is langer is dan de andere poten. Ze rennen zijwaarts weg.
Het zijn jagende spinnen. Ze kunnen heel snel toeslaan. Ze lijken op krabspinnen
(Thomisidae) Maar bij renspinnen is het tweede paar voorpoten het langst.
Renspin spec. (Philodromus spec). Familie
renspinnen (Philodromidae).
Welke soort het is, kan ik niet zeggen. Daarvoor is
een microscoop nodig. Hij rent zijwaarts
weg.
Vaak zie je ze met gespreide poten dicht tegen een blad zitten.
Foto's 29-4-2009, 6-6-2009, 13-6-2009.
Zwartrugrenspin (Philodromus dispar). Familie
renspinnen ( Philodromidae).
Dit is het mannetje. Deze spin is zwart met een witte
rand.
Het vrouwtje is variabel van kleur. Dit zou haar kunnen zijn samen met een
meelmot. Ik had haar niet gezien. Ik begreep al niet waarom de mot snel
wegvloog. Totdat ik de
foto bekeek.
Ongeveer 5 mm.
Foto: 5-5-2012
Dit is het mannetje. Smalle palpen. De mannetjes
hebben een metallic glans. Bij deze is het grijs. Vaak is het grijs met een
paarse glans. Wijfjes en jonkies hebben geen metallic glans. (geelbruin -
bruin)
Ze kunnen worden verward met Philodromus
cespitum en Philodromus buxi.
Mei -
augustus
Mannetjes: 4 - 5 mm. Vrouwtjes: 4 - 7 mm
De jonge spinnen overwinteren.
Foto's 28-5-2010.
Foto 30-5-2010 Deze spin is donkerder.
Familie Springspinnen (Salticidae) Springspinnen besluipen hun prooi en springen er dan naartoe. Ze gebruiken
geen web. Ze zetten zichzelf wel vast met spindraad.
Huiszebraspin, zebraspringspin, harlekijntje
(Salticus scenicus). Onderfamilie Salticinae. Familie springspinnen (Salticidae).
Vaak op buitenmuren in het zonnetje. Ook dit
spinnetje kan prima springen.
De vier paar ogen zijn opvallend. Voor op de kop zitten twee grote en twee
kleine ogen. Daar boven heeft hij nog twee kleine ogen. Ze hebben daardoor
een prima gezichtsvermogen een een heel groot gezichtsveld.
In Nederland zijn er nog twee soorten. Namelijk Boomzebraspin (Salticus
cingulatus) en Schorszebraspin (Salticus zebraneus)
Als schuilplaats maken ze een wit zijden zakje. De
eitjes worden daar ook in gelegd. De volwassen spin overwintert.
Lengte 5 - 7 mm. Europa,
Noord
Azië en Noord
Amerika.
Er zijn weer enkele blinker (Heliophanus) soorten.
Een leuk spinnetje, dat ik begin zomer vaak in de tuin zie.
Er op lijkende soorten: Gehaakte Blinker Heliophanus cupreus en Gewone
Blinker Heliophanus flavipes.
Opmerking Willem Boomkens: Op foto is bij de linkerpalp nog net een haakje te zien, smal en in een ronde boog lopend.
Bedankt Willem. Ik had hem al als Heliophanus spec. opgeschreven.
Palearctisch gebied.
Foto's 2-6-2011.
Bonte
springspin (Evarcha falcata). Onderfamilie Plexippinae. Familie springspinnen
(Salticidae).
Lengte mannetje 5 mm. Lengte vrouwtje ongeveer 7
mm. Verspreiding: Palearctic.
Deze was via mijn kleren in huis gekomen en
wandelde over de vloer. Het is een grote springspin.
In Nederland is het een algemeen voorkomende spin.
Je ziet ze vooral op bomen. Maar ook op houten palen en houten wanden zijn
ze te vinden. Ze zijn dan goed gecamoufleerd door donkerbruine tekening op
de lichtbruine ondergrond,
Vergeleken met de Schorsmarpissa is de gewone
zwartkop een heel kleine springspin. Om de ogen hebben ze rode ringen. De
kleur is variabel. Er zijn lichte en donkere vormen. De zwarte voorpoten
vallen op.
Mannetje 2 - 3 mm.
Vrouwtje 3 - 4 mm.
Palearctisch
Je vindt hem in de buurt van huizen op muren, op de
stam van bomen en rotsen (niet in Nederland natuurlijk). Dit mannetje
wandelde over de tegels van het terras.
Mannetje
4 mm.
Vrouwtje 4 - 5 mm.
Europa, Verenigde Staten.
Spinneneter spec. (Ero spec.) Genus Ero.
Familie Spinneneters (Mimetidae).
Spinnen
kunnen elkaar ook aanvallen. Er is zelfs een familie waarvan de
spinnen er in zijn gespecialiseerd. Namelijk de Spinneneters, Mimetidae.
De
ero bijt een spin meestal in een poot waarbij een verlammend gif wordt
ingespoten. Hij zoekt de spin daarvoor op in het web. Het is een kleine
spinnetje van 2 tot 4 mm.
Dit is de Vierspitsspinneneter (Ero aphana) of de Grote Spinneneter (Ero
tuberculata). Ik zag de ero pas nadat ik het nest van de Enoplognatha had
gefotografeerd. Moeder Enoplognatha bewaakte het nest maar had de ero niet
gezien.
Het spinnennestje van de ero is een
stevige cocon, dat aan een draadje hangt. Hierin zitten de eitjes goed
beschermd. Hier
meer informatie.
Foto's 24-9-2012. Foto spinnennestje 21-7-2011.
Ik heb me voorgenomen om ook wat meer aandacht aan de hooiwagens te
besteden. Ze lijken op spinnen.
Kenmerken: Het lichaam is ongedeeld. (verschil met de spinnen) Het
tweede potenpaar is het langste. Geen gifklieren. Meestal één paar ogen.
Ze kunnen geen spindraden maken.
Meestal laat volwassen. (hooitijd)
Voor het grootste deel zijn het nachtdieren.
Hooiwagens leven van kleine diertjes. Ze eten ook aas, dode- en levende
plantendelen.
Bij gevaar laten ze vrij makkelijke een poot / poten vallen. Zo'n poot kan
nog tot een uur bewegen. Wat een vijand afleidt.
Eieren worden in de aarde gelegd.
Rode hooiwagen - Opilio canestrinii. vrouwtje
in de hulst. Foto's 13-12-2009.
Opvallend is het verschil in kleur bij het mannetje
tussen de zwarte poten en het oranje lichaam. Bij de muurhooiwagen (Opilio
parietinus) en Opilio saxatilis zijn de poten niet zo donker. Verder
lijken ze wel op de rode hooiwagen.
De rode hooiwagen heeft zich vanuit de Apennijnen in hoog tempo over heel
Europa verspreid. Sinds 1993 komt hij in Nederland voor. Je vindt ze bijna
altijd op muren en heeft de muurhooiwagen (Opilio parietinus) en
Opilio saxatilis verdrongen. Hoogstwaarschijnlijk zijn eitjes en
hooiwagens meegereisd met vervoerde planten.
Lichaamslengte mannetje: 4 - 6 mm.
Vrouwtje: 5 - 8 mm. Het vrouwtje is geel tot okerbruin. De poten hebben
brede donkere en lichte ringen.
De eitjes worden in de herfst gelegd.
Arp Kruithof bedankt voor het determineren.
Voorjaarshooiwagen (Rilaena
triangularis).
De voorjaarshooiwagen is half april volwassen. En
is daarom de eerste hooiwagen die je in het voorjaar ziet. Bijna alle
andere zie je pas tegen het eind van de zomer.
April - juni. Deze hooiwagen overwintert net als de zeldzame
Platybunus pinetorum niet als ei, maar in
onvolwassen stadium.
Jonge hooiwagen foto 22-11-2012.
Paroligolophus agrestis.
Een hooiwagen met een gladde oogheuvel en een
groepje van vijf of zes stekels voor de ogen en meestal wat bont gekleurd.
Tamelijk korte poten. Foto 13-9-2010. De volwassen hooiwagen
overwintert.
Strekpoot (Dicranopalpus
ramosus).
Een hooiwagen met lange smalle poten (tot 5 cm)
In rusthouding zijn de poten gestrekt. Verder is hij herkenbaar aan de
gevorkte pedipalpen. Lengte 4 - 6 mm
Inheems in Marokko. (ontdekt in 1909) In Nederland is hij in 1992 voor het
eerst ontdekt. Nu is het een algemene hooiwagen. Augustus -
november. Foto 29-9-2010
Gewone hooiwagen (Phalangium
opilio).
Een hooiwagen, die te herkennen is aan de
langwerpige vlek met twee versmallingen op de rug. (lijkt op Mitopus morio).
De onderkant is licht. Lengte 6 - 9 mm. Mei - november.
Inheems in Europa, Azië. Maar komt nu ook voor in Noord-Amerika en
Noord-Afrika. Foto 25-9-2010
Nemastoma lugubre.
In Nederland zijn bekend: N.
dentigerum, N. lugubre en N. bimaculatum. N. bimaculatum lijkt veel op N.
lugubre maar is zeldzamer.
Het is een mat zwarte gedrongen hooiwagen
met twee opvallende zilverachtig witte vlekken. Lichaamslengte:
Mannetje: 1,6 - 2,7 mm vrouwtje: 2,1 - 2,7 mm.
Ze komen het hele jaar
voor.
Ik wil de mensen van waarneming bedanken voor de hulp
bij het determineren. Met name Jacomijn Prinsen, Willem Boomkens, Frits
Broekhuis, Joost Vogels en Pierre Oger.