Voor de families, waarvan ik veel soorten heb, heb ik een subpagina gemaakt. Ik heb
van elke familie een voorbeeld op deze pagina geplaatst met daaronder een link
naar de subpagina over deze familie.
Zevenstippelig lieveheersbeestje
(Coccinella septempunctata) Genus Coccinella. Onderfamilie Coccinellinae. Familie Lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
Ons bekendste lieveheersbeestje. Helderrode
schilden met altijd zeven zwarte stippen. De zevende stip op de rug is verdeeld op beide
dekschilden. Het halsschild is zwart met aan de zijkanten een witte vlek.
Aan de voorkant zijn verdeeld over beide rugschilden twee witte vlekken
met daarachter een zwarte vlek.
Hij eet bladluizen. Lengte 6 - 8 mm . Europa, Azië. Ze zijn ook uitgezet in
Noord-Amerika.
Aardvlo, vlokever (Asiorestia) Familie bladhaantjes (Chrysomelidae)
Een kevertje uit de
familie bladhaantjes (Chrysomelidae). Binnen die familie zijn aparte
groepen. Dit kevertje behoort tot de groep Asiorestia. (b.v.Asiorestia
transversa, Asiorestia ferruginea) De verschillen zijn echter zo
klein, dat je de kevertjes moet onderzoeken, om de juiste soort te kunnen
vaststellen.
Ze houden van sappige blaadjes.
Rode-Smalbok
(Corymbia rubra) Leptura rubra en Stictoleptura rubra zijn oude
wetenschappelijke namen, die nog wel worden gebruikt
Het mannetje hiernaast heeft een geelbruin schild. Het halsschild is
zwart.
Het vrouwtje (laatste 3 foto's) heeft een roodbruin schild. Het halsschild
heeft dezelfde kleur. Ze is ook groter.
Net als de meeste boktorren hebben ze lange antennen.
De larven vind je vooral in oude dennenbomen. Lengte:10-20 mm
Dasytes cyaneus
Familie Dasytidae
Hij lijkt op een kleine boktor en heeft een metallic blauwe glans. De
poten en antennes zijn zwart. Ze hebben fijn, kort haar. De antennes van
het vrouwtje zijn korter dan die van het mannetje.
Grootte ongeveer 5 mm.De larven zijn wit, hebben zes poten en zijn harig. Ze leven in verrot
hout en zijn rovers. In de lente verschijnen de volwassen kevers.
Mei - augustus. Europa (behalve het noorden), Noord Afrika.
Een klein donker, glanzend, bronskleurig loopkevertje. Lengte 3,5 - 5,5 mm.
Ze hebben grote, opvallende, bolvormige ogen Ze gebruiken die om hun prooi
te lokaliseren.
De kever overwintert. Je vindt ze onder stenen, bladeren en mos. Maar soms
zie ik ze ook over de tegels lopen op het terras. Ze zijn moeilijk te
fotograferen, omdat ze net zoals andere loopkevers blijven rondrennen.
Van de foto zijn ze meestal niet tot de soort te determineren. Dat is ook
bij deze kevers het geval. De onderste is er een van een ander soort.
Zowel volwassenen en larven zijn rovers. Ze voeden zich met kleine
insecten, vooral springstaartjes.
Groene struiksnuittor (polydrusus sericeus)
Familie snuitkevers (Curculionidae)
De groene kleur komt van schubbetjes, die op een zwarte ondergrond zitten.
In de tuin kom ik ze op de bessenstruiken onder een berk tegen. Ze komen
veel voor in berken. Maar ze schijnen ook de bladeren van andere bomen,
struiken en planten te eten. Bijv. appel, aardbei. In onze tuin zijn ze
niet schadelijk.
April - juli.
Ze komen voor in Europa. Sinds 1906 komen ze ook in Amerika voor. Eerste
vondst: 1906 New York.
Ruigkever, wolkever (Lagria)Lagria hirta of Lagria atripes. Onderfamilie wolkevers (Lagriidae).
Familie zwartlijven (Tenebrionidae)
Twee op elkaar lijkende soorten. Er zijn verschillen in bestippeling van
het halsschild. Maar dat is lastig op de foto vast te leggen.
Hier
kun je een interessante discussie vinden over deze twee soorten met
allerlei linken.
Ze zijn behaard, ook op het zwarte
deel. Ze eten o.a. nectar en stuifmeel. Ze zijn wat traag. Ze kunnen
echter wel vliegen. De dekschilden zijn week. Lengte: 7-10 mm.
Vliegtijd: mei – augustus.
Lagria atripes is vroeger dan Lagria hirta.
Weekschildkevers (Cantharidae)
In Nederland komen ruim 50 soorten soldaatjes voor. Een
andere naam is weekschildkevers. Soldaat om de gelijkenis met een 19e
eeuws uniform, wat betreft de kleuren. Weekschild vanwege het zachte
schild.
Hij jaagt op insecten. (ook dode insecten)
Soldaatje (Cantharis) Misschien Geel soldaatje Cantharis
livida.. Familie Weekschildkevers (Cantharidae)
Er zijn enkele soldaatjes, die heel lastig te determineren zijn.
Hier nog een paar foto's 22-5-2011.
Kleine rode weekschildkever (Rhagonycha
fulva). Familie Weekschildkevers (Cantharidae)
In juli zijn rhagonycha fulva overal in de tuin te vinden. De bloemen van de peterselie
en selderie hebben echter hun voorkeur. Op vakantie kwam ik ze in Engeland
ook in grote hoeveelheden bij Stonehenge en in Cornwall tegen.
Het lichaam is oranjerood. Het laatste deel van de
dekschilden is zwart. 7 - 11 mm.
Grot foto: 11-7-2011
Cantharis decipiens. Familie Weekschildkevers (Cantharidae)
Deze weekschildkever is niet zo
groot. 7 - 9 mm.
Vooral op schermbloemige. in de vroege zomer. De larven ontwikkelen
tussen gras en lage weidegewassen.
Foto's
16-5-2011.
Zwart
soldaatje
Cantharis obscura of Cantharis paradoxa Familie Weekschildkevers (Cantharidae)
Er zijn meerder zwarte soldaatjes. Ze hebben natuurlijk zwarte
dekschilden. Twee soorten lijken heel veel op elkaar. Cantharis
obscura is een gewone soort in Nederland. Hij lijkt heel veel op de
zeldzame Cantharis paradoxa. De soort is alleen met behulp van
genitaalonderzoek vast te stellen.
Foto 16-5-2011
Dytiscidae.
Waterroofkevers. Dytiscidae.
Deze familie is verwant aan de loopkevers. Behalve goed zwemmen kunnen
ze ook vliegen. Het lichaam is aangepast aan het water. Ze hebben een
luchtvoorraad onder de elytra (de ruimte tussen het achterlijf en de
dekschilden), die via de achterpunt van het lichaam wordt ververst. Dat
hebben ze nodig, omdat ze geen kieuwen hebben.
De larven zijn ook carnivoren en leven in het water. De kevers
overwinteren meestal.
Zo nu en dan zie ik een waterroofkever in de vijver. Maar dit was de
eerste, die in het schepnet zat, toen ik bladeren aan het weghalen was.
Foto's 13-3-2010 Lengte kever: 10 mm. De donkere waterkevers zijn vaak niet makkelijk te determineren vanaf
een foto. Het kan er een uit de familie Agabus of de familie Ilybius zijn. De kever
lijkt op een Agabus bipustulatus. Maar die heeft in de lengte enkele
rijen puntjes in het rugschild.
Als je op zoek bent naar een waterroofkever, kun je het beste op deze
pagina van een Duitse site kijken.
Helophoridae. - Hydrophilidae.
Helophorus Helophorus grandis of Helophorus
aequalis Familie Helophoridae. Ook wel gezien als subfamilie Helophorinae
in de familie Hydrophilidae. Superfamilie Hydrophiloidea
Dit 6 mm grote
kevertje zag ik in de vijver op een blaadje. Ik herkende hem wel als
Helophorus. Maar de soort moest ik vragen.
Ton van Haaren legt het als volgt uit.: Helophorus grandis of Helophorus
aequalis, vanwege de aanwezigheid van een scutellairstreep en de habitus.
Kun je verder onderscheiden aan de penis en de betanding van het laatste
sterniet.
Dat is hier niet te zien. Bedankt Ton.
Er zijn veel op elkaar lijkende soorten. Van 2 tot 9 mm.
Holarctisch.
Dit kevertje leeft in het water, maar is daarvoor niet zo goed aangepast
wat betreft de lichaamsvorm als bijvoorbeeld de Dytiscidae. Het lichaam is
wel langwerpig, maar wordt onderbroken tussen het halsschild en de dekschilden.
Het halsschild heeft grillige groeven in de lengte richting. De poten zien
er niet echt uit als zwempoten.
Je vindt ze tussen de waterplanten. Maar ze kunnen ook uitstekend vliegen.
Dat deed ook dit kevertje. Na de foto linksboven vloog hij weg. Het lukte
me niet om het te fotograferen.
Foto's: 9-11-2011
Bladsprietkevers (Scarabaeidae)
Rozenkever,Johanneskever (Phyllopertha
horticola) Familie bladsprietkevers (Scarabaeidae)
Op 19 mei
vlogen er een aantal door de tuin. Ze waren moeilijk te fotograferen, want
ze waren voortdurend in beweging. Dit schreef ik een paar jaar geleden.
Maar elk jaar verschijnen ze weer.
Als 70 % van de eitjes is gelegd,
vliegen ze weg om zich vol te eten in struiken en bomen.(veroorzaken
schade in boomgaarden) Daarna wordt de rest op een andere plaats gelegd.
Ze komen vooral voor op zandgrond. De larve of engerling leeft van de wortels van grassen.
In oktober verpoppen ze zich, maar komen
pas in mei te voorschijn.
Het is een kleiner familielid van de
meikever.De spriet ziet er uit als een vorkje. Ze hebben ook beharing
onder de kastanje bruine schilden.
Vliegtijd: mei-juni. Grootte 10 mm.
Hoogstwaarschijnlijk Onthophagus coenobita. Misschien
Onthophagus similis. Genus mestkevers (Onthophagus) Familie bladsprietkevers
(Scarabaeidae)
Deze mestkever vond ik in april op de vensterbank, terwijl er nergens mest te
vinden was.
Twee dagen later liep er nog een rond. Die staat wat duidelijker op de
foto. Ze zijn ook op hondenpoep te vinden. En zijn prima
vliegers. Een mannetje vanwege de grote hoorn en 2 kleinere ernaast op het
kopschild. Een vrouwtje heeft die niet.
Foto's 23-4-2008 en 27-4-2008
Aphodius spec. (Phyllopertha
horticola) Genus Aphodius Familie bladsprietkevers (Scarabaeidae)
De linker mestkever (Genus Aphodius) redde ik uit een spinnenweb.
Het is een ook een klein kevertje. Er zijn enkele soorten, die
er op lijken. Er zijn kleine verschillen bijv. de tekening op het schild.
Deze foto is een paar jaar later gemaakt. 27-3-2011
Een bruin kevertje met een zwarte kop. Ze zijn 's avonds en 's nachts
actief. Overdag verstoppen ze zich onder mos en stenen.
Deze kever vond ik toen ik wat onkruid uit de tuin weghaalde.
De larven (engerlingen) leven twee jaar voor ze verpoppen. Ze leven van
plantenwortels (grassen, seringen). Er zijn wat artikelen te vinden,
waarin staat, dat seringen er schade van ondervinden. Bij mij in de tuin
heb ik niets gemerkt.
Grootte 8 - 10 mm.
Foto 27-7-2011
Kniptorren (Elateridae)
In Nederland komen ongeveer 70 soorten
voor. Het scharnierende borststuk zorgt er voor, dat hij bij gevaar wel 30
cm hoog kan springen. Hij doet dat dus niet met zijn pootjes. Je hoort een
klik als de "vergrendelpen" losschiet. Soms komt hij dan op zijn rug terecht.
Welke soorten het zijn is moeilijke te zeggen. Volgens Jan Cuppen is determineren vanaf
een foto is niet erg gemakkelijk, omdat je bijna nooit een goed beeld hebt
van de puntering (van dekschild én halsschild).
De larven (ritnaalden of
koperwormen) zijn schadelijk omdat ze plantenwortels eten. De kever eet
ook plantaardig voedsel. (nectar, stuifmeel, bladeren, bloemen)
Athous haemorrhoidalis Familie
Kniptorren (Elateridae). Eind
april tot begin juli.
Hemicrepidius cf niger Familie
Kniptorren (Elateridae). cf: waarschijnlijk.
Lengte: 10 - 14,5 mm. Eind mei tot half juli. Hij lijkt heel veel op de
Hemicrepidius Hirtus.
Cidnopus aeruginosus Familie
Kniptorren (Elateridae).
O.a. herkenbaar aan de haren op het halsschild,
die naar voren groeien. Zie detailfoto. Foto's 23-4-2011
Midden april tot begin juni.
Ampedus spec. Familie Kniptorren (Elateridae).
Van af een foto is de soort niet te bepalen. Ik zag er in april een
aantal in de duinen niet ver van mijn huis. Zie
pagina
duinen. Foto
24-4-2010
Kortschildkevers(Staphylinidae)
In Europa zijn er ongeveer 1000 soorten. De schilden zijn zo kort, dat de
vleugels er opgevouwen onder zitten. Ze kunnen de vleugels heel snel in
-en uitvouwen.
Philonthus spec. Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
Een prachtig zwart glanzende kever van ongeveer 1 cm. Hij beweegt zich
heel lenig. Foto 25-9-2011.
Ocypus cf brunnipes Familie
kortschildkevers (Staphylinidae) cf. : Hoogstwaarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.
Een donkere kortschild. Alleen de poten en een deel van de antennes
zijn rood.
Deze kortschild is heel wat groter dan de kortschilds hierboven. 12 - 15
mm.
Quedius
spec. Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
Ik vond hem op de grond onder een vermolmd stuk hout.
Er zijn in Midden Europa ongeveer 70 soorten van de onderfamilie
Je vindt ze net als deze kortschildkever op de grond tussen de vergane
bladeren. Lengte van deze kever ongeveer 8 mm.
Foto's 30-3-2010
Anthobium atrocephalum, vroeger
Lathrimaeum atrocephalum. Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
Dit kevertje van ongeveer 3, 4 mm herken je niet zo snel als een
kortschildkever. Foto 15-11-2010.
Xantholinus
spec. Subfamilie Xantholininae. Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
Ik vond hem op de grond onder een vermolmd stuk hout.
Er zijn in Midden Europa ongeveer 70 soorten van de onderfamilie Quedius.
Je vindt ze net als deze kortschildkever op de grond tussen de vergane
bladeren. Lengte van deze kever ongeveer 8 mm. Twee jaar later zag
ik er weer een over de tegels lopen. Foto's 12-3-2011 en 11-4-2009
Stenus spec. Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
Op deze foto zie je bij de wants (nabis) een andere kortschildkever. Dit is een Stenus spec Verder is hij niet te
determineren. Er zijn 80 soorten in Nederland. Ze zaten samen in een
kastanjedop. Begin maart 2009.
Prachtkevers (Buprestidae)
Prachtkever, Agrilus,
hoogstwaarschijnlijk Familie
Prachtkevers (Buprestidae)
De meeste van de familie
prachtkevers hebben een prachtige metaalachtige kleur. Er zijn meer dan
15.000 soorten op de wereld. De vorm is heel herkenbaar. (langwerpig, naar
achteren smaller) De meeste leven in de tropen.
De larven zien er een beetje uit als een kikkervisje en leven onder de
schors. Ze kunnen schade veroorzaken.
Dit is een Agrilus. Vanaf een foto is
hij niet verder te determineren. Maar volgens het boekje "De
Nederlandse prachtkevers" van Oscar Vorst komen in de streek waar ik
woon alleen agrilus angustulus [zwartbruin] en agrilus cyanescens [blauw]
voor. Deze prachtkever zou dan een agrilus cyanescens moeten zijn. De
larve van deze soort leeft in kamperfoelie. (bedankt voor de informatie
Toon)
Lengte 4 - 7 mm.
Een paartje Foto 30-6-2010
Kleine keversoorten.
Frambozenkevers (Byturidae)
Frambozenkever (Byturus tomentosus) Familie
frambozenkevers (Byturidae)
Twee kleine kevertjes op de bloem van een stinkende gouwe. Ze
doen zich te goed aan het stuifmeel en de nectar.
Ze zijn ongeveer vier millimeter lang. De eitjes worden in
de bloemen van de braam en framboos gelegd. De larven leven dan in de
vrucht. Vooral de frambozen kijk ik altijd na op fambozenwormpjes voordat
ik ze opeet.
Ze verpoppen zich in de grond. De pop overwintert. Het kevertje leeft
ongeveer drie maanden.
Er bestaat ook nog een Byturus aestivus, die er erg op
lijkt.
B. tomentosus heeft echter naar verhouding kleine ogen.
De onderste foto's zijn twee jaar later gemaakt. Arpil 2009.
Glanskevers, sapkevers, bloemkevers (Nitidulidae) Eivormige, kleine (2-6 mm) kevers, met antennes met een knop op het eind. Ze voeden zich vooral
met overrijp fruit, rottend plantaardig materiaal en sap.
Meligethes Familie
glanskevers, sapkevers, bloemkevers (Nitidulidae)
Er zijn veel soorten, die veel op elkaar lijken. Deze kevers zaten op de
knoppen van de damastbloem. In mei waren er veel.
Op kruisbloemigen kunnen allerlei soorten worden aangetroffen. Larven
blijven meer bij een bepaalde plantensoort. Ze zijn schadelijk voor de
plant.
Het was dit jaar (2009) niet gelukt om de soort te achterhalen.
Jan cuppen bedankt voor je advies.
Soronia grisea Familie glanskevers,
sapkevers, bloemkevers (Nitidulidae)
Het bruine kevertje heeft een gevlekte bovenkant en een opvallend
halsschild.
Grootte 4 - 5 mm.
Foto 17-4-2011
Leiodidae
Leiodes spec.
Familie Leiodidae.
Ik kwam hem op de
vensterbank tegen.
Kenmerken: Antennezetting en
beharing op de poten met kenmerkende doorn aan de twee achterste poten.
(bedankt Joke en Theodoor) Spec wil zeggen, dat je aan de hand van de
foto's niet de precieze soort kunt zeggen.
Ze voeden zich uitsluitend met schimmels.
Anobiidae
vrouwtje
Ptilinus pectinicornis
Familie Anobiidae
Deze kevertjes wonen in onze tuin in een dode stam van
een appelboom. De mannetje zie je rondlopen terwijl ze zwaaien met de
geveerde antennes. Bij de vrouwtjes is de antenne gezaagd.
De eitjes worden in de gangen in het hout gelegd.
In Nederland heb je ook de Ptilinus fusca.De mannetjes van deze
soort hebben de antennes een kortere kam.
Length: 4 - 5,5 mm Foto 21-5-2011 Grote afbeelding: mannetje. Andere: vrouwtje.
Anaspis spec. Familie
Scraptiidae Ook wel Geschouderde sparteltorren, spartelkevers /
bloemspartelkevers genoemd.
Er zijn weer heel wat soorten van deze kleine familie. Het zijn kleine,
langwerpige, ovale kevertjes die 3 of 4 mm groot zijn. Vanaf een foto zijn
ze niet makkelijk te determineren. Anapsis frontalis lijkt er op als
ik naar afbeeldingen op google kijk.
Je vindt ze op bloemen en dood hout. De larven ontwikkelen zich in
rottenhout en vergane bladeren op de grond.
Ze lijken op de kevers van de verwante familie Mordellidae. Die zijn
bekender. In Frankrijk zag ik er vele.
Het kleurpatroon kan verschillen. De
kevers eten stuifmeel en nectar.
Hij lijkt op de Anthrenus museorum en de tapijtkever (Anthrenus pellio)
Toen hij me zag, is hij naar de onderkant van de bloem gekropen.
(moederkruid)
Grootte: 3 mm.
De harige larven eten droog organisch materiaal. En kunnen daarom in huis
schadelijk zijn. Ze eten ook wollen stoffen.
Eigenlijk zijn het aaseters, die in de natuur haren en veren eten. Je kunt
ze dan ook in nesten en op dode dieren vinden.
Mensen van een museum zijn natuurlijk niet zo blij met het beestje. Vooral
voor insectencollecties is hij heel schadelijk.
In 2009 zag ik er heel veel op het moederkruid. Het kunnen ook
bovengenoemde familieleden zijn.
Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl
heeft geholpen met het
determineren. Met name Jan Cuppen en Theodoor Heijerman