Er
komen bij ons wel
zestig soorten voor. (Afhankelijk van kleur en aantal stippen) Het
zevenstippelige lieveheersbeestje zie je het meest. Het tweestippelig
lieveheersbeestje zie je ook veel.
Uit de gewrichten van
hun poten scheiden ze, als verdediging, een oranje gele vloeistof af, dat
een eigenaardige geur verspreidt en bitter smaakt. Het is een rovertje. Zowel de larve als het
lieveheersbeestje zelf eten bladluizen en insectenlarven. Er zijn ook een
paar soorten, die meeldauw en zelfs schildluizen eten.
Ze overwinteren
vaak bij elkaar op een beschutte plaats. De eitjes worden onder een blad
geplakt.
Zevenstippelig lieveheersbeestje
(Coccinella septempunctata) Ons bekendste lieveheersbeestje. Hij eet
vooral bladluizen. De zevende stip op de rug is verdeeld op beide
dekschilden.
Hij wordt 6 tot 8 mm lang. Op de linker foto zie je een larf van het zevenstippelig lieveheersbeestje
Veertienstippelig lieveheersbeestje
(Propylea quatuordecimpunctata) Dit is een klein lieveheersbeestje.
De stippen zijn hoekig. Variabel...zie afbeelding rechtsboven. Hij eet bladluizen en schildluizen.
Rechts een van de larven, die in april in de bessenstruik rondwandelden.
Viervleklieveheersbeestje
(Exochomus quadripustulatus) Op 19 mei gefotografeerd. Hij liet zich vrij
snel tussen de struiken vallen. De foto''s zijn niet zo scherp. Hij was
ook klein. (ongeveer 4 mm) De kenmerken zijn: Voorste stippen
komma vormig, brede randen van het schild.) Hij zat op een blad van een
kardinaalsmuts. Ze eten ook schildluizen, die op de hulst zitten (hoop ik)
Hij leeft vooral op naaldbomen
Meeldauwlieveheersbeestje
(Halyzia sedecimguttata)
Ze eten meeldauw (een soort bladschimmel). Oranje met meestal 16 witte
vlekken en een doorzichtige schildrand. 6-9 mm. Hier zit hij op een
spirea. In het bos vooral op esdoorns en essen. Op de tweede foto zit er
een op een kerstomaat. Heb ik nu meeldauw?
Meeldauwlieveheersbeestje
(Halyzia sedecimguttata) larf. Op 30 september kwam ik deze larf op een Euphorbia
tegen. Toch niet een plek en tijd, dat je een larve verwacht.
Meeldauwlieveheersbeestje
(Halyzia sedecimguttata) pop. Deze foto's zijn genomen op 5 oktober. Twee dagen
ervoor was het nog een larf.
Citroenlieveheersbeestje
(Psyllobora vigintiduopunctata) Dit is ook een meeldauw eter. 3 tot 4,5 mm groot
of klein. Het is in Europa een algemene soort. Geel met 22 ronde
zwarte stippen.
Het halsschild van het mannetje schijnt wat witter te zijn.
Roomvleklieveheersbeestje ( Calvia
quatordecimguttata)
Dit lieveheersbeestje is wel algemeen, maar komt voor in bomen. Je ziet
hem daarom niet zo vaak. Hoogstwaarschijnlijk is dit exemplaar door de
harde wind, die er was, naar beneden gekomen. 5 tot 6,5 mm. Het patroon
van de stippen is altijd het zelfde. Hij eet bladvlooien en
bladluizen.
Tweestippelig lieveheersbeestje (Adalia
bipunctata) Een heel algemeen, makkelijk herkenbaar lieveheersbeestje. Alleen zijn de stippen soms zo groot,
dat er maar weinig rood overblijft. Dan wordt het lastiger om hem te
herkennen. De pootjes zijn zwart.
3,5 tot 5,5 mm. Hij eet
bladluizen.
Er bestaat ook
nog een Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Deze is
ingevoerd om in de tuinbouw de luizen te bestrijden. Ze hebben zich nu
over heel Europa verspreid. Ze zijn herkenbaar aan
de zwarte 'M'-vormige tekening op het halsschild. En een niet altijd even
duidelijke plooi op de achterkant van het schild. Verder hebben ze
allerlei kleuren en verschillende aantallen stippen. Hun pootjes zijn
licht en ze zijn ongeveer even groot als het zevenstippelig
lieveheersbeestje. Het zijn echter fellere rovers. Net
als de andere lieveheersbeestjes overwinteren ze. Grootte: 5 - 8 mm
In wikipedia
kun je er over lezen. Een veel uitgebreidere beschrijving vind je in het
artikel van Dr. Ir. A.J.M. Loomans Gezocht:
Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje Hij onderzoekt ook de
verspreiding van dit lieveheersbeestje over Nederland.
Op12 mei 2007 zag ik het eerste Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje
(Harmonia axyridis) Bij het determineren heb ik hulp gehad van Kees van der Krieke en Antoon
Lomans. Nu herken ik ze meestal heel snel.
Het onderste lieveheersbeestje is heel donker. Als je goed kijkt, zie je nog
een zweem van oranje. Dit is een zeer donkere variant van de rood met
zwarte stippen/vlekken exemplaren. Als ze bij lage temperaturen opgroeien
(pop) zo als nu, worden ze donkerder van kleur. Dit is dus nog een jong
exemplaar. De oudere kevers zijn nu op zoek naar of hebben al een plaats
om te overwinteren. In november verschijnen er ook nog mislukte
vormen, die er geheel zwart uit zien.
Volgens de site stippen.nl
worden er meer dan 120 variëteiten onderscheiden, maar de meest
gebruikte indeling is: Harmonia axyridis succinea oranje/rood met 0-19 zwarte stippen Harmonia axyridis axyridis zwart met 12 stippen (2+1+2+1) Harmonia axyridis spectabilis zwart met 4 stippen Harmonia axyridis conspicua zwart met 2 stippen
Hiernaast zie je een "Aziaat" met weinig stippen. De M is
hier een patroon van stippen geworden, dat lijkt op dat van Tienstippelig
lieveheersbeestje (Adalia decempunctata) Extra lastig is, dat dit
lieveheersbeestje ook een deuk of richel achteraan het dekschild heeft.
Een verschil is, dat een tienstippelig lhb kleiner is. (3,5 - 5 mm) Ik heb
ook een foto van een "Aziaat" zonder stippen geplaatst. Het kan
zijn, dat hij nog maar pas is uitgeslopen. Dan verschijnen de stippen
later.
De eitjes van lieveheersbeestjes worden onder de bladeren
geplakt. Op deze foto is het een bamboeblad. Ik weet niet zeker van welk
soort ze zijn. In de buurt zaten veel Aziatische lieveheersbeestjes, maar
bijvoorbeeld het zevenstippelig lieveheersbeestje heeft ook dit soort
eitjes.
Het was wel een goed plekje, want op de bamboe waren genoeg bladluizen
te vinden.
Een mooie, interessante site over
lieveheersbeestjes: http://www.stippen.nl/index.php (Kees van der
Krieke en Antoon Lomans bedankt voor jullie advies)
Andere kevers en torren.
Snuitkevers (Curculionoidea)
Ze hebben de naam gekregen door de verlengde snuit. De antennes
zijn vaak geknikt. Het zijn planteneters. Ze kunnen schadelijk zijn. De Familie Curculionidae
is de belangrijkste familie.
Andere families zijn: Apionidae, Attelabidae, Urodontidae, Anthribidae en
Nemonychidae.
Groene struiksnuittor (polydrusus sericeus)
De groene kleur komt van schubbetjes, die op een zwarte ondergrond zitten.
In de tuin kom ik ze op de bessenstruiken onder een berk tegen. Ze komen
veel voor in berken. Er schijnen op aarde wel 46.000 soorten snuitkevers
te zijn. Toch was er weinig over de groene struiksnuittor te vinden. Het meeste
heb ik van The
Garden Safari. Ze hebben allemaal een kop met een snuit. Op het eind zit
de mond. Het zijn planteneters.
Deze snuitkever
kwam ik in juni 2008 's avonds regelmatig tegen op de guldenroede. Als er
gevaar dreigt laat hij zich vallen net als b.v. het lieveheersbeestje.
Verder is het een traag bol kevertje.
Lengte: 4 - 6 mm
Er zijn snuitkevers, die er op lijken. b.v. de familie Strophosoma.
Vooral op zanderige grond. Hij wordt veel langs de kust in de duinen
gevonden.
West en Midden Europa.
Soldaatje (Cantharis)Waarschijnlijk
Geel soldaatje Cantharis livida.
De soldaatjes op de bloem: Kleine rode weekschild (rhagonycha fulva)
In Nederland komen ruim 50 soorten soldaatjes voor. Een
andere naam is weekschildkevers. Soldaat om de gelijkenis met een 19e
eeuws uniform, wat betreft de kleuren. Weekschild vanwege het zachte
schild.
Hij jaagt op insecten. (ook dode insecten)
In juli zijn (vooral rhagonycha fulva) overal in de tuin te vinden. De bloemen van de peterselie
en selderie hebben echter hun voorkeur. Op vakantie kwam ik ze in Engeland
ook in grote hoeveelheden bij Stonehenge en in Cornwall tegen.
Jan Cuppen bedankt voor correctie.
Cantharis livida.
rhagonycha fulva
Cantharis decipiens. Deze weekschildkever is niet zo
groot. 7 - 9 mm. Foto 27 april.
Vooral op schermbloemigen. in de vroege zomer. De larven ontwikkelen
tussen gras en lage weidegewassen.
Frambozenkever (Byturus tomentosus)
Twee kleine kevertjes op de bloem van een stinkende gouwe. Ze
doen zich te goed aan het stuifmeel en de nectar.
Ze zijn ongeveer vier millimeter lang. De eitjes worden in
de bloemen van de braam en framboos gelegd. De larven leven dan in de
vrucht. Vooral de frambozen kijk ik altijd na op fambozenwormpjes voordat
ik ze opeet.
Ze verpoppen zich in de grond. De pop overwintert. Het kevertje leeft
ongeveer drie maanden.
Er bestaat ook nog een Byturus aestivus, die er erg op
lijkt.
B. tomentosus heeft echter naar verhouding kleine ogen.
De onderste foto's zijn twee jaar later gemaakt. Arpil 2009.
Meligethes
Er zijn veel soorten, die veel op elkaar lijken. Deze kevers zaten op de
knoppen van de damastbloem. In mei waren er veel.
Op kruisbloemigen kunnen allerlei soorten worden aangetroffen. Larven
blijven meer bij een bepaalde plantensoort. Ze zijn schadelijk voor de
plant.
Het was dit jaar (2009) niet gelukt om de soort te achterhalen.
Jan cuppen bedankt voor je advies.
Rozenkever,Johanneskever (Phyllopertha
horticola)
Op 19 mei
vlogen er een aantal door de tuin. Ze waren moeilijk te fotograferen, want
ze waren voortdurend in beweging. Als 70 % van de eitjes is gelegd,
vliegen ze weg om zich vol te eten in struiken en bomen.(veroorzaken
schade in boomgaarden) Daarna wordt de rest op een andere plaats gelegd.
Ze komen vooral voor op zandgrond. De larve of engerling leeft van de wortels van grassen.
In oktober verpoppen ze zich, maar komen
pas in mei te voorschijn.
Het is een kleiner familielid van de
meikever.De spriet ziet er uit als een vorkje. Ze hebben ook beharing
onder de kastanje bruine schilden.
Vliegtijd: mei-juni. Grootte 10 mm.
Deze mestkever (familie Onthophagus) behoort ook tot de bladspriet
kevers. Ik vond hem in april op de vensterbank, terwijl er nergens mest te
vinden was.
Twee dagen later liep er nog een rond. Die staat wat duidelijker op de
foto. Hoogstwaarschijnlijk een Onthophagus coenobita. Misschien
Onthophagus similis Ze zijn ook op hondenpoep te vinden. En zijn prima
vliegers. Een mannetje vanwege de grote hoorn en 2 kleinere ernaast op het
kopschild. Een vrouwtje heeft die niet.
Deze mestkever (familie Aphodius) redde ik uit een spinnenweb.
Het is een ook een klein kevertje. Er zijn een aantal soorten, die
er op lijken. Er zijn kleine verschillen bijv. de tekening op het schild.
Hij lijkt het meest op Aphodius contaminatus. En die is zeldzaam in
Nederland. Hij komt op konijnenkeutels af, die ze begraven en is te vinden
op zandgrond.
Bladhaantjes (Chrysomelidae).
Er zijn vele soorten bladhaantjes. Ze hebben meestal
opvallende kleuren. Het zijn vrijwel allemaal planteneters. En daarom vaak
schadelijk. Enkele soorten kunnen heel goed springen.
Aardvlo, vlokever (Asiorestia)
Deze kevertjes behoren tot de
familie bladhaantjes (Chrysomelidae). Binnen die familie zijn aparte
groepen. Dit kevertje behoort tot de groep Asiorestia. (b.v.Asiorestia
transversa, Asiorestia ferruginea) De verschillen zijn echter zo
klein, dat je de kevertjes moet onderzoeken, om de juiste soort te kunnen
vaststellen.
Ze houden van sappige blaadjes.
Ik
had er al een voor de camera, maar die maakte met een grote sprong, dat
hij weg kwam. Ze kunnen net als echte vlooien goed springen. Na de foto sprong ook dit
exemplaar weer weg. 's Avonds zag ik ze in juni vaak in de guldenroede.
In 2008 genomen
Volgend jaar heb ik ze weer.
Haltica oleracea of Altica oleracea. Hij leeft op de
teunisbloem en is daarom te herkennen van soortgenoten. Hij springt ook
goed. Hij is schadelijk voor de teunisbloem, maar de plant overleeft het
wel
In Nederland komen ongeveer 70 soorten
voor. Het scharnierende borststuk zorgt er voor, dat hij bij gevaar wel 30
cm hoog kan springen. Hij doet dat dus niet met zijn pootjes. Je hoort een
klik als de "vergrendelpen" losschiet. Soms komt hij dan op zijn rug terecht.
Welke soorten het zijn is moeilijke te zeggen. De eerste is mogelijk een
Hemicrepidius niger, de onderste mogelijk een Athous haemorrhoidalis. Volgens Jan Cuppen is determineren vanaf
een foto is niet erg gemakkelijk, omdat je bijna nooit een goed beeld hebt
van de puntering (van dekschild én halsschild).
De larven (ritnaalden of
koperwormen) zijn schadelijk omdat ze plantenwortels eten. De kever eet
ook plantaardig voedsel. (nectar, stuifmeel, bladeren, bloemen)
Foto's 2009
Kniptor Athous haemorrhoidalis. Eerste 12 mm Tweede 15 mm.
Kniptor
Hemicrepidius cf niger cf: waarschijnlijk
Nog een kniptor. Een Ampedus. Er zijn een aantal op elkaar
lijkende soorten. Deze site geeft je een idee van de verschillende
soorten: Kniptor
Duitse site. Ik heb hem nog nooit in de tuin gezien. Ik zag er in april een
aantal in de duinen niet ver van mijn huis. Zie pagina
duinen.
Ruigkever, wolkever (Lagria)Lagria hirta of Lagria atripes.
Twee op elkaar lijkende soorten,
Familie: Tenebrionidae
Ze zijn behaard, ook op het zwarte
deel. Ze eten o.a. nectar en stuifmeel. Ze zijn wat traag. Ze kunnen
echter wel vliegen. De dekschilden zijn week.
Vliegtijd: mei – augustusLengte: 7-10mm
Boktorren (Cerambycidae) Er zijn meer dan 20000 soorten op
de wereld. In Nederland zijn het er heel wat minder. De larven
zijn bekend omdat ze van dood hout eten. De larven van de huisboktor
(houtwurmen) kun je ook in het hout van je huis tegen komen.
De boktorren zelf eten bloemen, stuifmeel en bladeren.
Rode-Smalbok
(Corymbia rubra) Leptura rubra en Stictoleptura rubra zijn oude
wetenschappelijke namen, die nog wel worden gebruikt
Het mannetje hiernaast heeft een geelbruin schild. Het halsschild is
zwart.
Het vrouwtje (laatste 3 foto's) heeft een roodbruin schild. Het halsschild
heeft dezelfde kleur. Ze is ook groter.
Net als de meeste boktorren hebben ze lange antennen.
De larven vind je vooral in oude dennenbomen. Lengte:10-20 mm
vrouwtje
Kleine wespenbok (Clytus arietis).
Hij lijkt wat betreft de kleur en gedrag op een wesp.
(beweeglijk, onrustig met de voor een boktor korte antennes)
Deze had ik bevrijd uit een spinnenweb in de bijkeuken.
Grootte 10 - 15 mm.
Hij eet voornamelijk stuifmeel.
De larve vind je in rottend loofbomenhout. Vooral van de beuk.
Europa, Klein-Azië en Rusland
Gewone Bloesemboktor (Grammoptera ruficornis)
In mei, juni kun je ze op bloemen vinden. Deze zat op een blaadje en kreeg
als snel genoeg van de camera. (mei 2009) Twee weken later zag ik ze
overal in de tuin.
Hij is mat zwart van kleur. Poten en antennes zijn zwart met oranje.
Een kleine boktor. Lengte 4,5 - 7 mm
De larven ontwikkelen onder de bast van rottende takken van
verschillende soorten loofbomen.
Een gewone soort in zowel Europa als klein Azië.
Op boktorren lijkende kevers
Dasytes cyaneus
Hij lijkt op een kleine boktor en heeft een metallic blauwe glans. De
poten en antennes zijn zwart. Ze hebben fijn, kort haar. De antennes van
het vrouwtje zijn korter dan die van het mannetje.
Hier zie je hem op een Hondstand (Erythronium
dens-canis) zitten. De foto is in april genomen. Daarna heb ik hem
nog een aantal keren gezien. Er is over de Dasytes weinig tot geen
informatie te vinden. Hopelijk vind ik nog wat.
Grootte ongeveer 5 mm.
De larven zijn wit, hebben zes poten en zijn harig. Ze leven in verrot
hout en zijn rovers. In de lente verschijnen de volwassen kevers.
Mei - augustus.
Europa (behalve het noorden), Noord Afrika.
Oedemera lurida
De Oedema op de foto is een vrouwtje. De mannetjes van deze
familie hebben vaak heel dikke dijen. Ze zijn metallic groen.
Je vindt ze op bloemen, waar ze stuifmeel eten. Hier zit hij op
een adderwortel.
De eitjes worden in stengels gelegd.
De oedema wordt ook wel schijnbok genoemd.
Hij lijkt op de Oedemera virescens
Ischnomera cyanea (familie Oedemera)
Er bestaat ook nog de soort Ischnodema caerulea.
Synoniemen zijn
Asclera cyanea, Asclera coerulescens en Asclera coerulea.
Lekker ingewikkeld dus.
Een prachtig gekleurd keverje
Notiophilus spec.Familie:
Loopkevers (Carabidae).
Een klein donker, glanzend, bronskleurig kevertje. Lengte 3,5 - 5,5 mm.
Ze hebben grote, opvallende, bolvormige ogen Ze gebruiken die om hun prooi
te lokaliseren.
De kever overwintert. Je vindt ze onder stenen, bladeren en mos. Maar soms
zie ik ze ook over de tegels lopen op het terras. Ze zijn moeilijk te
fotograferen, omdat ze net zoals andere loopkevers blijven rondrennen. En
ze zijn al zo klein. Als het lukt heb je wel een leuk kevertje op de
foto.
Van de foto zijn ze meestal niet tot de soort te determineren. Dat is ook
bij deze kevers het geval. De onderste is er een van een ander soort.
Zowel volwassenen en larven zijn rovers. Ze voeden zich met kleine
insecten, vooral springstaartjes.
Amara spec Familie:
Loopkevers (Carabidae).
Ook dit loopkevertje zie ik op het terras lopen als het mooi weer is.
Ongeveer 8 mm lang. Er zijn weer veel soorten, die niet uit elkaar te
houden zijn.
Deze familie is verwant aan de loopkevers. Behalve goed zwemmen kunnen
ze ook vliegen. Het lichaam is aangepast aan het water. Ze hebben een
luchtvoorraad onder de elytra (de ruimte tussen het achterlijf en de
dekschilden), die via de achterpunt van het lichaam wordt ververst. Dat
hebben ze nodig, omdat ze geen kieuwen hebben.
De larven zijn ook carnivoren en leven in het water. De kevers
overwinteren meestal.
Zo nu en dan zie ik een waterroofkever in de vijver. Maar dit was de
eerste, die in het schepnet zat, toen ik bladeren aan het weghalen was.
Foto's 13-3-2010 Lengte kever: 10 mm. De donkere waterkevers zijn vaak niet makkelijk te determineren vanaf
een foto. Het kan er een uit de familie Agabus of de familie Ilybius zijn. De kever
lijkt op een Agabus bipustulatus. Maar die heeft in de lengte enkele
rijen puntjes in het rugschild.
Als je op zoek bent naar een waterroofkever, kun je het beste op deze
pagina van een Duitse site kijken.
Leiodes spec
Ik kwam hem op de
vensterbank tegen.
Kenmerken: Antennezetting en
beharing op de poten met kenmerkende doorn aan de twee achterste poten.
(bedankt Joke en Theodoor) Spec wil zeggen, dat je aan de hand van de
foto's niet de precieze soort kunt zeggen.
Ze voeden zich uitsluitend met schimmels.
Kortschildkever (Staphylinidae)
In Europa zijn er ongeveer 1000 soorten. De schilden zijn zo kort, dat de
vleugels er opgevouwen onder zitten. Het zijn goede vliegers.
De meeste kortschildkevers zijn jagers.
De kleine soorten zoals deze (4 mm) zijn bijna nooit vanaf een
foto te determineren. Zelfs de familie is niet vast te stellen. Het kan
bijvoorbeeld Quedius, Philonthus of Ocypus zijn.
Op de onderst foto zie je bij de wants (nabis) een andere
kortschildkever. Dit is een Stenus spec Verder is hij niet te
determineren. Er zijn 80 soorten in Nederland. Ze zaten samen in een
kastanjedop. Begin maart 2009.
Quedius spec.
Foto 30-3-2010 Ik vond hem op de grond onder een vermolmd stuk hout.
Er zijn in Midden Europa ongeveer 70 soorten van de onderfamilie Quedius.
Je vindt ze net als deze kortschildkever op de grond tussen de vergane
bladeren.
Lengte van deze kever ongeveer 8 mm.
Ocypus cf brunnipes Familie
kortschildkevers (Staphylinidae)
cf. : Hoogstwaarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.
Een donkere kortschild. Alleen de poten en een deel van de antennes
zijn rood.
Deze kortschild is heel wat groter dan de kortschilds hierboven. 12 - 15
mm.
Kortschildkever subfamilie Xantholininae.
Ongeveer een cm lang. Ik vond hem tussen de bladeren. Foto 11-4-2009.
Verder is de kever niet te determineren.
Bruchidius villosus
Dit zaadkevertje leeft als larve in de peulen van Brem. Maar hij lust
ook de peultjes van de Gouden Regen.
Inheems in Europa. Maar komt nu ook in Amerika voor. Daar wordt hij
gebruikt om de bezembrem (Cytisus scoparius)onder controle te houden.
grootte: 3 mm
Prachtkever, Agrilus spec Familie
Prachtkevers (Buprestidae)
De meeste van de familie
prachtkevers hebben een prachtige metaalachtige kleur. Er zijn meer dan
15.000 soorten op de wereld. De vorm is heel herkenbaar. (langwerpig, naar
achteren smaller) De meeste leven in de tropen.
Dit is een Agrilus spec Ongeveer een cm lang. Van een foto is
hij niet verder te determineren.
De larven zien er een beetje uit als een kikkervisje en leven onder de
schors. Ze kunnen schade veroorzaken.
Het kleurpatroon kan verschillen. De
kevers eten stuifmeel en nektar.
Hij lijkt op de Anthrenus museorum en de tapijtkever (Anthrenus pellio)
Toen hij me zag, is hij naar de onderkant van de bloem gekropen.
(moederkruid)
Grootte: 3 mm.
De harige larven eten droog organisch materiaal. En kunnen daarom in huis
schadelijk zijn. Ze eten ook wollen stoffen.
Eigenlijk zijn het aaseters, die in de natuur haren en veren eten. Je kunt
ze dan ook in nesten en op dode dieren vinden.
Mensen van een museum zijn natuurlijk niet zo blij met het beestje. Vooral
voor insectencollecties is hij heel schadelijk.
In 2009 zag ik er heel veel op het moederkruid. Het kunnen ook
bovengenoemde familieleden zijn.
Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl
heeft geholpen met het
determineren. Met name Jan Cuppen en Theodoor Heijerman