Wespen behoren tot de orde
vliesvleugeligen (Hymenoptera). De andere insecten, die tot die orde
behoren zijn de bijen, hommels, mieren en zaagwespen.
Er zijn veel verschillende soorten wespen.
Hieronder vind je er een aantal. Ik hoop deze pagina in 2010 uit te kunnen
breiden.
Bladwespen of zaagwespen. (Symphyta)Wespen
kun je in twee groepen indelen. Met taille en zonder taille.
De taille van de bladwesp is afwezig. Ze maken geen
nest. De larven van een bladwesp lijken op een rups. (bastaardrups)
Ze hebben 6-8 paar schijnpoten. Enkele zijn slakvormig. De meeste
bladwespen zijn heel moeilijk te determineren.
Rozenbladwesp (Arge pagana)
De linker is een rozenbladwesp. Maar de ander
hoort daar helemaal niet te zijn. Het is een ander soort. Misschien een
Irisblad wesp.
De rozenbladwesp zaagt een gaatje in een Roos
(plant) en legt daarin eitjes. Als de bastaardrupsen uitkomen, beginnen ze
van de roos te smullen. De schade valt meestal wel mee omdat de larve veel
natuurlijke vijanden heeft.
In augustus verschenen de larven van de Rozenbladwesp (Arge
pagana) op
de roos.
Lissenbladwesp (Rhadinoceraea micans )
De Lissenbladwesp (Rhadinoceraea micans ) lijkt sprekend op andere zwarte soorten. Omdat ze op de
gele lis zitten en omdat ik daar ook veel larven had, ben ik er vrij zeker
van, dat ik het goed heb. De bastaardrupsen kunnen wel 5 cm lang worden.
In juni kruipen die de grond in, spinnen onder de
grond een cocon en verpoppen daarin.
In mei komen ze uit.
Rhogogaster spec Misschien Groene
bladwesp (Rhogogaster viridis) Er bestaan echter weer een aantal
soorten, die er precies op lijken.
De larven (schijnrupsen) eten bladeren van allerlei bomen en
planten.
De bladwespen jagen bij op andere insecten en hun larven, die ze
uitzuigen.
Helmkruidbladwesp (Tenthredo
scrophulariae)
Het is niet helemaal zeker. Er zijn er nog een paar, die er op lijken.
Ook
dit is een bladwesp, hoewel hij ook op een wesp lijkt. Toch is er geen
echte taille.
De volwassen wesp jaagt op andere kleine dieren. De larve eet planten uit
de helmkruidfamilie
Pamphilius spec.
Welke het is weet ik niet. Een prachtige bladwesp. (Foto 25-5-2009)
Maar.....................
Op het forum "hymis"vroeg ik het
volgende: I think Pamphilius spec. (25-5-2009 Bergen N.H. Holland) Is
Pamphilius cf. marginatus possible?
Als antwoord kreeg ik: In Holland, P. marginatus is found mostly in
Limburg, still very low outside this region. In marginatus yellow face,
climb the inner orbit of the eyes and the abdomen is black with yellow
spots over the sides.
For these reasons, I believe that this specimen is nearest to P. inanitus
a species widespread in the Netherlands.
I must warn you, I'm no expert. Greetings, José Luis Ruiz de la Cuesta
Bedankt José
Aardbeibladwesp
(Allantus cinctus) Familie bladwespen.
De lichtgroene bastaard rupsen eten van het blad
van de aardbeiplant. Ze zitten op de achterkant van de bladeren.
Twee generaties per jaar. (voorjaar en najaar)
Lengte 6 - 9 mm.
Ze overwinteren als pop in de grond.
Hij lijkt op de Allantus cingulatus, maar
daarvan is een deel van de kaken en het labrum (bovenlip) meestal wit.
De Engelse naam is Curled Rose Sawfly. Daaruit kun je
opmaken, dat de bastaardrupsen ook van rozenblaadje eet.
Zie bijvoorbeeld http://www.sactorose.org/ipm/84rosesawflies.htm
Bedankt
José Luis Ruiz de la Cuesta
Dolerus spec. Foto
18-4-2010
Er zijn vele soorten, die heel lastig
gedetermineerd kunnen worden. Er zijn ook niet zo veel specialisten, die
je kunt raadplegen.
Deze zwart met rode dolerus lijkt op een Dolerus germanicus. Maar die
hebben bruine knieën. En die zie ik hier niet. Dolerus bajulus en
Dolerus aericeps schijnen er ook op te lijken. Ik probeer het verder uit
te zoeken. Deze dolerussen vlogen van het ene sprietje naar het andere en
waren daardoor lastig te fotograferen.
Je ziet ze vaak in april en mei.
Foto's 11-4-2010 Een andere Dolerus spec.
Kamperfoeliebladwesp(Zaraea
fasciata) Subfamilie knotssprietbladwespen (Cimbicidae)
Familie bladwespen.
Een opvallende bladwesp met de witte band en het
knotsvormige einde van de antennes. De larven leven in de
kamperfoelie.
Ze overwinteren als pop in de grond. In april verschijnen de bladwespen.
In Nederland is hij vrij zeldzaam.
Lengte 11 mm.
Europa, Noord-West Afrika, Noord en Centraal Azië.
D
Foto' s 25-4-2010
Foto 4-6-2010
Eutomostethus ephippium Familie bladwespen.
Een kleine zwart met rode bladwesp
Lengte 7 mm.
Sociale Wespen Familie Plooivleugelwespen(Vespidae) Onderfamilie Papierwespen of Vespinae.
De kolonies bestaan één jaar. Elk jaar wordt de kolonie in het voorjaar door
een koningin gesticht. De nesten zijn van papier. Het papier wordt door de
wespen van hout gemaakt. Het hout wordt tot papier pulp gekauwd. De werksters verschijnen het eerst. Dit kunnen er in
een jaar wel enkele duizenden zijn. Op het eind van de zomer verschijnen de
mannetjes en nieuwe koninginnen. Alleen de bevruchte koninginnen
overwinteren. Plooivleugelwespen hebben hun naam gekregen, omdat ze
hun vleugels in de lengte opvouwen. De
ogen zijn niervormig.
Gewone wesp(Vespa
vulgaris) Familie Plooivleugelwespen
(Vespidae)
Foto
3-4-2010. Dit is een koningin. De antennes van de mannetjes hebben 13 segmenten. De scapus(schacht) is het eerste segment. De
werksters hebben er 12. Zoals je ziet is de koningin forser.
Ze worden ook wel limonade wespen genoemd,
omdat ze in de nazomer en herfst heel hinderlijk kunnen zijn. Vooral als je limonade
drinkt. Ze lijken heel veel op de iets grotere Duitse wesp (Vespula germanica).
We worden meestal door deze twee soorten gestoken.
Lengte koningin: 16 tot 19 mm, lengte werksters 11 -
14 mm, lengte mannetjes 13 - 17 mm.
Het nest worden onder de grond gebouwd in oude dierennesten, maar ook in
holle bomen en spouwmuren. In 2008 hadden we een nest tussen het dak en
plafond van de bijkeuken gehad. We konden er niet bij. Tot de herfst hadden
we er geen last van. Pas toen het koud werd, zag je ze ook in de bijkeuken.
Daar liepen ze wat suf rond. Het jaar daarna waren ze verdwenen. We hoefden
dus geen bestrijdingsdienst te bellen.
Inheems in Europa, Azië, Japan en Noord-Amerika.
Ingevoerd in Australië en Nieuw-Zeeland.
Muurwespen (Ancistrocerus) Familie Plooivleugelwespen
(Vespidae)
Muurwesp spec. (Ancistrocerus
spec.) onderfamilie muurwespen (Ancistrocerus) Familie Plooivleugelwespen
(Vespidae)
Kenmerken Zwart met gele strepen. Een smal
uiteinde. Bij de mannetjes zijn de laatste segmenten van de antennes
gebogen. (als een haak)
Verder zijn het op elkaar lijkende soorten. Ancistrocerus parietum,
Ancistrocerus gazella, Ancistrocerus quadratus, Ancistrocerus
nigricornis, Ancistrocerus oviventris
De nesten kun je vinden in gaten in het hout. Bijvoorbeeld een kevergangen,
boorgaten. In de cellen van het nest worden rupsjes als voedsel voor de
larven achtergelaten. Net als bij metselbijtjes wordt de cel afgesloten.
Vroeger werden ze daarom leemwesp genoemd.
Foto's 18-4-2010
Sluipwespen. Ichneumonidae
Een hele grote groep parasitaire wespen. Ze zijn slank en hebben lange
antennes (minstens 16 segmenten) Ze zijn solitair.
De voorvleugel is heeft een dikke voorrand en de pterostigma is duidelijk.
(zoals je op de foto's ziet) Ze parasiteren vaak op rupsen, maar ook op veel
andere insecten.
Sluipwesp. Netelia spec.
Geen Netelia testaceus, want die heeft echt een
heel duidelijke zwarte punt aan het eind van zijn lichaam. De andere
soorten zijn moeilijker te determineren.
Verder kunnen ze ook nog verward worden met
Ophion soorten. De vleugeladering van deze sluipwespen is echter anders.
Sluipwespje. Misschien een soort van de subfamilie Tryphoninae.
Veel leden van deze familie zijn parasieten van de
bladwesp / zaagwesp.
Foto's 27-4-09
Sluipwespje. Een soort van de subfamilie Anomaloninae
Het zijn parasieten van vlinders en kevers. (rupsen, larven)
Ze hebben een slank lichaam. Volgens Wikipedia zijn er 38 geslachten en
leven ze in droge gebieden.
Hier op een blad van een guldenroede.
foto 7-6-'09
Sluipwesp. Pimplinae
Een grote prachtige sluipwesp. Toen ik deze fotografeerde dacht ik , dat hij
wel te determineren zou zijn. Maar helaas..... zo groot, zo mooi en toch
geen naam.
Het
antwoord van Pierre-Nicolas uit België was:
A male of Pimplinae like Dolichomitus,
Liotryphon, Ephialtes,...
Pimplinae Pimpla spec. Foto 23-5-2010 Een ander
familielid.
Sluipwesp. Achaius oratorius
Verschil mannetje, vrouwtje. Het vrouwtje heeft een zwart gezicht. Bij
het mannetje is het wit. Dat is hier niet zo goed te zien.
Ongeveer 15 mm.
Foto: 23-11-09
Sluipwespje. Waarschijnlijk Syrphophilus tricinctorius
Familie Diplazontinae
Ze zijn klein en heel
beweeglijk. De foto's zijn toevaltreffers. Je moet gewoon door
fotograferen en dan maar hopen, dat er iets gelukt is. Ik zie ze altijd in het voorjaar.
Foto's 20-4-2008
Camille Thirion bedankt voor het determineren.
Sluipwespje. Gelis spec
Een op een mier lijkend wespje.
Hoewel hij op een mier lijkt is het een wesp.
Ik hem er naar gevraagd in het forum "hymis".
Henrik Gyurkovics denkt: It could be fam.
Ichneumnidae, subfam.Cryptinae, and there is a remote possibility that it is
some Gelis spec.
Bedankt Henrik
Wespen in het geslacht Gelis zijn vleugelloos.
Andere wespen
Goudwesp Familie goudwespachtigen (Chrysididae)
Misschien Gewone Goudwesp (Chrysis ignita)
Goudwespen hebben een prachtige metallic kleur. In Nederland, België zijn
ongeveer 60 soorten. Determineren is vaak niet zo makkelijk. Ze dragen
een angel, maar deze is bij de meeste soorten niet giftig.
Ze hebben een hard pantser. Dat hebben ze soms
nodig. Goudwespen leggen namelijk hun eitjes in nesten van andere wespen,
bijen. Het zijn dus koekoekwespen. Als ze betrapt worden is een hard pantser
natuurlijk wel handig. De larven van de goudwesp eten de larven van de
gastheer op.
Ze zijn variabel wat betreft hun grootte.
Graafwesp
Graafwespen zijn solitaire wespen. Ze graven nesten (tunnels) in zandgrond. Er
zijn verschillende families, die graafwesp worden genoemd.
Vrouwtjes
knagen met hun grote kaken nestholten in vermolmd hout en die bevoorraden ze
vooral met zweefvliegen (Syrphidae). Het is een solitaire wesp maar ze
hebben soms een gemeenschappelijke ingang. In onze tuin zitten ze bij
de stam van een dode appelboom.
Hij lijkt op de Ectemnius cephalotes.
Ectemnius familieleden graven dus niet in het zand.
Lengte 14 mm.
Juni - oktober.
Gedetermineerd door Toshko: A male of Ectemnius
cavifrons (Thomson). The shape of lower surface of first flagellar segment,
coloration of clypeal hairs and shape of inner mandibular edge and fore and
mid tarsal segments are diagnostic features for this species.
Bedankt Toshko
Ivo Raemakers: Ik kan het aantal cubitaalcellen
niet zien, maar gezien de habitus en dan met name het niet gesteelde
achterlijf, de verdikte dijen en de structuur van het propodeum zou ik
hier een Crossocerus van maken. De soort moet dan ergens in de hoek van C.
nigritus gezocht worden. Bedankt Ivo.
Dit is een groep zwarte graafwespen.
Als ik aan bijen denk, denk ik altijd aan de sociale bijen bij de
imker. Er zijn echter ook veel solitaire soorten. Ze eten wel allemaal
(ook de larven) nectar en stuifmeel. Hommels behoren ook tot de bijen.
Een uitgebreide beschrijving vind je hier: Nederlandse
bijen en hun relaties.
Gewone honingbij (Apis mellifica)
Dit is een sociale bij, die oorspronkelijk uit
Zuid-Azië komt. Hij komt nu in Europa zowel in het wild voor als in
bijenkorven.
De koningin verlaat haar nest voor de paringsvlucht. De mannetjes zie je
vooral 's zomers. Verder heb je natuurlijk de werksters.
De honingbij is goed te herkennen aan de
langgerekte radiaalcel (vleugelcel).
De
achterpoten, met de stuifmeelkorfjes zijn hier goed te zien. Hier wordt
het stuifmeel bewaard.
Behangersbij spec. (Megachile spec.) Familie behangersbijen (Megachilinae)
Het is een solitaire bij. Ze zijn vaak moeilijk
vanaf een foto tot op de soort te determineren.
De wanden van de gang van hun nest worden
"behangen" door stukjes blad. In die gang leggen ze een ei maar er
komt ook stuifmeel en nectar in. Deze kokertjes zijn in de grond te vinden,
maar ook erboven. Bijvoorbeeld in holle stengels. De stukjes blad worden
afgebeten.
Op de foto kun je de haren op de buik zien.
(buikschuier) Daartussen komt het stuifmeel, dat ze vervoeren.
Mei - augustus.
Rosse metselbij (Osmia rufa)Geslacht
Metselbijen (Osima) Familie behangersbijen (Megachilinae)
Kenmerken
Het vrouwtje heeft een zwarte kop met 2 afgestompte hoorns. Het lichaam
heeft roodbruine haren. Een zwarte achterlijfspunt. Buikschuier
is oranjegeel.
De mannetjes hebben een lichtgele gezichtsbeharing.
Ze nestelen in holtes in dood hout. Je kunt
nestkastjes ook kopen of maken. Bijvoorbeeld met holle bamboestengels (0,5 -
0,8 cm)
Broedcellen worden afgesloten door leemwandjes. In de cel komt behalve een
ei ook stuifmeel en honing als voeding.
Lengte vrouwtje 10-12 mm, mannetje 9 - 10 mm.
Maart-juni.
Op deze foto's kun je de zwarte achterlijfspunt beter zien. (Bloem: Witte
sterhyacint (Scilla mischtschenkoana)
Wespbij, koekoeksbij (Nomada spec.) Familie Nomadinae
Een parasitaire bij. In Nederland zijn er wel 43
soorten. Vanaf deze foto is hij niet verder te determineren. Zoals je ziet
lijkt hij heel erg op een wesp.
Net als de koekoek leggen deze bijen hun eitjes in
het nest van andere bijen. Dit zijn vaak zandbijen. De larve doodt de
andere larve.
Net als de andere bijen eet de wespbij nectar en stuifmeel. Maar hij hoeft
het niet te vervoeren, omdat hij geen nest heeft.
April - augustus.
Hier is heel veel informatie te vinden over
wespbijen in Nederland. Artikel
van Jan Smit
Wespbij, koekoeksbij (Nomada spec.) 18-4-2010
Nomada sheppardana
Smalbandwespbij (Nomada
goodeniana)
Gewone Geurgroefbij (Lasioglossum calceatum) of Berijpte
Geurgroefbij (Lasioglossum albipes) Familie groefbijen (Halicidae) mannetje
Deze twee soorten lijken erg op elkaar. Het
gezicht is langwerpig.
Groefbij, omdat de vrouwtjes een smalle, onbehaarde lengtegroef op
het laatste achterlijfsegment hebben. Geurgroefbij, omdat de
vrouwtjes een zoete geur verspreiden.
Het is een sociale bij. Het vrouwtje overwintert
en maakt in het voorjaar een nest in de grond. Eerst verschijnen de
werksters en daarna mannetjes en vrouwtjes.
Berijpte
GeurgroefbijLengte vrouwtjes 8 - 9 mm, lengte mannetjes 8 - 10 mm.
Gewone Geurgroefbij Lengte vrouwtjes 8 - 9 mm, lengte mannetjes 8 - 10 mm.
April - oktober.
Zandbij spec. (Andrena spec.) Familie zandbijen
(Andrenidae)
Solitair. Helaas niet verder te determineren.
Sommige maken nesten verticaal in de grond, andere
horizontaal. Verder zijn er verschillen in grootte en vliegtijd tussen de soorten.
Er zijn wel 72 soorten in Nederland.
Vosje (Andrena fulva) Familie zandbijen (Andrenidae) vrouwtje
Hij lijkt wel wat op een hommel met zijn lange
vosrode haren. De poten zijn zwart.
Je vindt hem (ook in onze tuin) vaak op aalbessen, kruisbessen en andere
ribes soorten.
Solitair. De vrouwtjes maken het nest in zanderige grond. Soms ook in de
tuin. Het zijn dan kleine zandhoopjes met een gaatje. Ze doen dat vaak wel
bij elkaar in de buurt.
Lengte vrouwtje 12-14 mm, lengte mannetje 9 - 11
mm.
Vliegtijd: Maart - mei.
Roodgatje (Andrena haemorrhoa)
Solitair. Je ziet ze ook in kleine groepen.
Het borststuk is roodbruin. Het lichaam is vrij kaal. Zoals je op deze
foto's kunt zien, zijn het mannetje en vrouwtje nogal verschillend. Het
mannetje is kleiner en de beharing is lichter.
De meidoornzandbij lijkt enigszins op een
honingbij. Ook wat betreft de grootte. Een geelbruine beharing. Het
achterlijf heeft weinig haren. De poten zijn dichtbehaard.
Ze zitten niet alleen op meidoornstruiken. Hier zit er een op een
kruisbessenstruik. Meidoornzandbijen maken vaak samen de ingang van een
nest. De broedkamer is echter wel weer apart. De nesten kun je ook onder
de tegels vinden.
Lengte vrouwtjes 13, 14 mm, lengte mannetjes 10 -
13 mm.
Vrouwtjes: april - juni Mannetjes: eind april - mei
Hommels
Grote behaarde bijen van het geslacht Bombus. Ze leven in kolonies. alleen de
koningin overwintert en begint het volgende jaar aan een nieuwe kolonie. Het
nest is soms ondergronds, maar kan ook tussen graspollen gebouwd worden.
De jongen eten stuifmeel en nectar. Het stuifmeel wordt in stuifmeelkorfjes
aan de achterpoten verzameld.
De mannetjes verschijnen in de zomer en hebben langere antennes. Behalve de
koningin heb je ook werksters.
Een uitgebreide beschrijving vind je hier: Nederlandse
bijen en hun relaties / hommels
Grote aardhommel (Bombus terrestris)
Kraag en tweede achterlijfssegment goudgeel of oranje. Achterlijfspunt is
wit.
Lengte koningin 20 - 22 mm, lengte werkster
11-17 mm en lengte mannetje 14-16 mm.
Nest onder de grond. Het kan wel meer dan een meter
onder de grond liggen.
Het is een van de eerste hommels, die je in het
voorjaar ziet. De koningin verschijnt al eind februari begin maart.
De tuinhommel lijkt op de grote aardhommel. Een
verschil is, dat de achterste gele band ook over het achterste deel van het
borststuk loopt. Eigenlijk zijn het twee banden.
Tuinhommels hebben een lange tong. Ze kunnen daarom gevonden worden bij
bloemen met een diepe bloemkroon zoals de lipbloemen en vlinderbloemen.
Het nest is op of onder de grond. Bijvoorbeeld
muizen- en vogelnesten. Ongeveer tot 100 hommels.
Lengte koningin 18-26 mm, lengte werkster 11-16 mm, lengte mannetje 13-15
mm.
Vliegtijd maart - september
Foto 14-6-09. Een mannetje
Steenhommel
(Bombus lapidarius)
De steenhommel is bijna even groot als de
aardhommel en de tuinhommel.
Hij is goed herkenbaar door dat hij helemaal zwart is met een rode
achterkant. Mannetjes, werksters en koningin hebben dezelfde kleur.
In de kolonie zijn 100 tot 200 hommels. Het nest is zowel ondergronds (b.v.
oude muizennesten) als bovengronds (b.v. nestkastjes) te vinden.
foto's 21-3-2010 koningin
Veldhommel (Bombus lucorum)
Citroengele strepen. Zwarte haren hebben vaak witte uiteinden. (zoals op
deze foto)
Lengte koningin 19 - 22 mm, lengte man 13 - 16 mm.
Vliegtijd: Maart - oktober.
Nest onder de grond.
Akkerhommel (Bombus pascuorum)
Het borststuk is oranjebruin. Het achterlijf is
zwart met een oranjebruine punt.
Op de rechter foto is het achterlijfspunt niet goed te zien, als die wit is is
het boomhommel Bombus hypnorum.
Lengte koningin 15 - 18 mm, lengte man 12 - 14 mm, lengte werkster 9 - 15
mm.
Vliegtijd: April - oktober.
Nest op of in de grond. Ook in vogelnesten.
Foto's 9-4-2010. Koningin Akkerhommel.
Boomhommel (Bombus hypnorum)
Het borststuk is oranjebruin. Het achterlijf is
zwart met een witte punt.
Lengte koningin 18 - 22 mm, lengte man 14 - 16 mm, lengte werkster 8 - 18
mm.
Vliegtijd: April - augustus. (Koninginnen februari tot eind april, de
werksters april tot midden augustus, jonge koninginnen en mannetjes mei tot
eind augustus)
Nest boven de grond. In allerlei holten, in
vogelnesten, in nestkasten. 80 tot 400 werksters.
Verspreiding: Grote delen van Europa, Oost Azië.
Foto's 30-4-2010 Alleen de linker foto is scherp. Hij had geen zin om stil
te zitten.
Weidehommel (Bombus pratorum)
Een kleine hommel.
Kraag geel. Achterkant oranje rood. In het midden heeft hij een gele band,
maar die is er niet altijd. Soms zijn er maar een paar haren of zelfs
helemaal geen haren.
Vliegtijd: maart - oktober. Niet zo vroeg als
de grote aardhommel.
Lengte koningin 15 - 17 mm, lengte man 11 - 13 mm.
Het nest is ondergronds en bovengronds. Het is ook
in muizennesten, nestkastjes en vogelnesten te vinden.
Koekoekshommels behoren tot het geslacht
(onderfamilie) Psithyrus. De
vrouwtjes leggen hun eieren in een hommelnest. Daar worden de
koekoekshommels grootgebracht. Een toepasselijke naam dus. De stuifmeelkorfjes
aan de achterpoten ontbreken.
Soorten, die er erg op lijken zijn Grote koekoekshommel (Bombus
vestalis) en Boomkoekoekshommel (Bombus
norvegicus).Een gele kraag. Een witte
achterlijfspunt.
De belangrijkste gastheer van de tweekleurige koekoekshommel is de
veldhommel.
maart - september
Lengte vrouwtje 14 - 20 mm, mannetje 12 - 18 mm
Foto's 14-4-2010. Vrouwtje
Nog een koekoekshommel.
Grote koekoekshommel (Bombus vestalis)
Denk ik. Maar het is niet zeker.
Een zwarte hommel met een bruingele kraag. De
laatste segmenten zijn witbehaard, vaak met wat geel. Dat is goed op deze
foto's te zien.
Een parasiet van de Bombus terresttris.
Lengte vrouwtje 20 - 24 mm, lengte mannetje
15 - 19 mm
Maart - september
Foto's
17-4-2010. Vrouwtje
Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl en forum.hymis.de
heeft geholpen met het
determineren.