Schaatsenrijder
(gerris lacustris)
Gefotografeerd maart 2007.
Misschien een ander soort, want er zijn er meer, die er op lijken.
Gerris lacustris is de meest algemene in Nederland.
Ze leven vooral van insecten, die in het water zijn gevallen. Maar ook van muggenlarven, die in het water leven.
Net als de andere wantsen, die hier staan beschreven, heeft hij een
scherpe zuigsnuit.
Ze zijn zwaarder dan het water, maar door de oppervlaktespanning zakken ze
er niet door. De voorste poten zijn vangpoten, de middelste zijn roeipoten
en de achterste zijn steunpoten.
Ze kunnen ook vliegen.
De jongen lijken op de volwassen dieren. Maar dan kleiner. De volwassenen
overwinteren.
De vijverloper (Hydrometra
stagnorurn) Gefotografeerd begin april 2007.
Ze staan veel hoger op
hun pootjes, dan de
schaatsenrijder, ze wandelen in rustig tempo over het water en blijven
dichter bij de kant. Als kind
dacht ik, dat het familie was van mijn wandelende takken.
Hij leeft van in het water gevallen insecten, muggenlarven en
watervlooien.
Het volwassen beestje overwintert. Het vrouwtje hecht de 1 mm grote eitjes
vast aan planten boven water. (enkele keren per jaar)
Bootsmannetje of rugzwemmer (Notonecta glauca en Notonecta viridis zijn de meest voorkomende soorten) Gefotografeerd begin april 2007.
Het blijft een gek
gezicht om hem op zijn rug als een roeiboot onder het wateroppervlak
te zien zwemmen. Beide namen zijn dus goed gekozen. Hij moet wel zo nu en
dan boven komen om adem te halen.(d.m.v. een adembuis bij zijn
achterlijf.) Verder bewaart hij lucht tussen zijn buikhaartjes. Op het
land beweegt hij zich onhandig, maar hij kan wel weer prima vliegen. Zijn
rug heeft dezelfde zilveren kleur als de buik van veel vissen.
Het is een echte rover. Hij eet muggenlarven, maar ook bijvoorbeeld
kikkervisjes. Op zijn beurt moet hij weer oppassen voor padden en kikkers.
Hij kan met zijn scherpe zuigsnuit steken.
Bootsmannetje of rugzwemmer (Notonecta)
Hier op het droge. Tot nu toe was ik ze alleen in de vijver tegengekomen.
Ik was op het moment van de foto niet in mijn beste humeur. Men had ´s
nachts geprobeerd in te breken. Ze waren er vandoor gegaan, toen mijn
vrouw niets vermoedend naar beneden was gegaan. Er was niets gestolen,
maar ik moest wel het kapotte slot vervangen.
Toen ik daar mee bezig was
landde het bootsmannetje voor mijn voeten op de tegels. Ik heb toen toch
maar snel de camera gepakt. Na een paar foto´s vloog hij weer weg. Ook
dat leverde een mooie foto op.
Mijn dag was toch weer een beetje goed.
Zwemwants, platte zwemwants (Ilyocoris
cimicoides) Familie zwemwantsen (Naucoridae)
Deze wants zie ik niet zo vaak bij de vijver als het bootsmannetje.
Het is ook een roofwants.
De voorpoten lijken op tangen. Hiermee laat hij een prooi niet meer los.
De middelste poten hebben klauwtjes. De brede, behaarde achterste poten
gebruikt hij om zich in het water voort te bewegen.
De zuigbuis lijkt op een scherpe snavel. Hiermee kan hij giftige sappen in
de prooi spuiten en verteerde stoffen opzuigen. Je moet oppassen als
je hem oppakt. Want ook de mens kan hij gevoelig steken.
Prooi: visjes, kikkervisjes, waterinsecten, larven in het water.
De ademhaling is te vergelijken met die van het bootsmannetje.
Hij beweegt op het land beter dan het bootsmannetje. Maar hij kan ondanks
de vleugels, die hij wel heeft, niet vliegen.
Grootte: tot 16 mm. Je kunt hem het hele jaar vinden.
Foto's: 2-4-2011
Wantsen (Heteroptera) in de tuin
Behalve in en op het water vind je ook wantsen
(Heteroptera) in de tuin.
Ze hebben ook een steeksnuit. Maar in plaats van ze in dieren te steken,
zuigen veel wantsen sappen op. Bij die groep horen ook cicaden, luizen en
schildwantsen.
Bij een schildwants lijkt het lichaam op een schild. De antennes hebben vijf
segmenten. Dit is de familie Boomwantsen, Echte schildwantsen (Pentatomidae).
Andere families, die er op lijken zijn de familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae),
Doornwantsen (Cydnidae),
Randwantsen (Coreidae) en Scutelleridae.
Wantsen hebben verharde vleugels, die de twee dunne vleugels beschermen, waarmee gevlogen wordt De verharde vleugels zijn over
elkaar gevouwen. (Bij kevers liggen ze naast elkaar)
De jongen (nimfen) komen zonder vleugels uit het ei. Ze lijken wel al
enigszins op een volwassen dier. Na een aantal vervellingen verschijnen de
vleugels en gaan ze steeds meer op het volwassen dier lijken. We spreken
over stadiums. Er zijn 5 stadiums.
Boomwantsen, Echte schildwantsen (Pentatomidae) Kenmerk: Het driehoekige scutellum is groot.
Ik zat achter de computer te werken, toen ik wat voelde kriebelen. Het bleek een groene stinkwants
(Palomena prasina) te zijn. Ik heb hem mee naar buiten genomen en foto's gemaakt.
De naam kreeg hij, omdat hij een stinkende stof kan uitscheiden als hij
wordt opgepakt. (Bij mij gelukkig niet)
De onderste drie foto's van een groene stinkwants zijn in september
gemaakt. Als nimf heeft hij twee weken lang in de zelfde plant (een
nachtschade) gezeten. Omdat ik al genoeg foto's had, heb ik hem met
rust gelaten.
Nu hij volwassen is, heb ik hem wel gefotografeerd. Lengte:12-14 mm.
Foto 24-4-2010. Parende groene stinkwantsen.
Dit zijn nimfen
van een groene stinkwants. Ik kwam hem in juli tegen op een uitgebloeide
papaver. Een week later kwam ik er weer een tegen op dezelfde plant.
De andere foto's zijn weer wat later gemaakt. Je
ziet, dat de jonge nimfen donkere plekken hebben.
Vooral bij de onderste foto zie je dat
duidelijk. Dit nimfje van de groene stinkwants liep juli
2008 over mijn been. De onderste zijn nog jonger.
De eerste twee foto's van de groene stinkwants
(Palomena prasina) heb ik 20 oktober gemaakt. Je ziet, dat de
heldere groene kleur aan het verdwijnen is. De tweede twee foto's op 10
november. Als ze overwinteren (ook de
nimfen) worden ze bruin. In de lente worden ze weer groen.
Piezodorus lituratus.
Deze wants lijkt op de groene stinkwants. Op de
site "Gardensafari" wordt hij Bremschildwants genoemd, omdat hij
daar veel op de brem wordt gevonden.
De wants op de foto is een nog jonge volwassen wants. In augustus, september is de nieuwe generatie volwassen.
In het najaar
verkleurt hij naar rood. In de lente zijn ze gelig groen.
De rand aan de zijkanten van het lichaam is licht groen. Verder vallen de
blauwe stukjes langs de rand op. De antennes zijn oranje.
Hij leeft op gaspeldoorn en brem. Ook lupine wordt genoemd.
In Noord-Holland zijn er niet veel waarnemingen van de Bremschildwants.
Terwijl ik fotografeerde, kwam er nog een aanwandelen. Ook deze
wants kan iets vies uitscheiden bij verstoring. Hierdoor eten vogels hem
niet voor een tweede keer. Hij laat het ook achter op bessen, waardoor
deze oneetbaar worden. Hij leeft van bessen o.a die van kamperfoelie en
bramen. Er moeten er dus niet te veel van in je tuin zitten.
De harige larven vind
je vaak bij planten, die bij de rozenfamilie horen.
De bessenwants is te herkennen aan de antennen, die lichte en donkere
banden hebben.
Lengte:12-14 mm.
Hieronder een nimf.
Deze
wants is op eigen kracht vanuit het zuiden naar Nederland gekomen en wordt
steeds minder zeldzaam. Hij lijkt wat op de bessen wants. Het tipje van
het schildje is ook wit en de rand is zwart wit. De antennes verschillen.
Bij deze wants zijn de antennes geeloranje met een zwarte top en zwart op
het vierde segment.
Hij
leeft op verschillende kruiden.
Maart - oktober
Ik kwam ook de naam
gevangeniswants tegen.
Het was in Nederland een vrij zeldzame wants,
maar hij komt nu steeds meer voor. Ze zitten vaak op schermbloemigen. In
dit geval op een selderij bloem.
Grootte
8 - 11 mm.
Boswants
of Roodpootschildwants (Pentatoma rufipes) Familie: Schildwantsen
(Pentatomidae)
Een grote glanzend bruine schildwants met uitstekende schouders. Hij heeft
oranje poten. En een opvallende geel / oranje plek op het schild.
De foto was net na een regenbui genomen. Je ziet nog enkele waterdruppels
op de wants.
Je kunt ze vinden in loofbomen. Ze zuigen aan
vruchten, maar het zijn ook rovers. Zelfs rozenkevers schijnen ze te eten.
Lengte 13 - 15 mm.
Juli - december.
Overwintert als larve.
Foto's 18-9-2011 en 11-9-2011
De koolwants eet van kruisbloemigen en kan
schadelijk zijn op kool. Hier zit hij op look zonder look.
Je hebt ze met rode en met witte, lichtgele of lichtblauwe vlekken.
De wants met witte vlekken lijkt op de dovenetelwants.
Lengte 6, 7 mm.
Foto's 4-7-2010 en 12-7-2010
Chlorochroa pinicola
Oude naam: Pitedia pinicola
Familie: Schildwantsen (Pentatomidae)
Ik vond hem in de schuur. Misschien zocht hij een plek om te overwinteren.
Voor Noord-Holland is dit de eerste waarneming!!!
Kenmerk: Olijfgroen tot donker groenachtig bruin met witte
randen
Vooral in de dennen, maar ook in sparren.
Lengte: 11 - 14 mm.
De volwassen wants overwintert.
Europa. Foto: 11-9-2011.
Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
Berkenwants
(Elasmucha grisea). Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
De kleuren verschillen. Vaak zijn ze wat grijzer. Vandaar de
naam. Maar ze kunnen ook groen of roodbruin zijn. Op het scutellum is
meestal een zwart gedeelte.
Ze leven in berken en elzen.
De eitjes worden aan de onderkant van een
berkenblad bevestigd. Het wijfje bewaakt de eitjes en verzorgt
de jongen, die haar dan volgen.
Ze overwinteren als volwassen wants.
Lengte
6 - 9 mm.
Het is een algemene soort. Ze komen voor in veel delen van de wereld
Enkele nimfen van de berkenwants, Elasmucha grisea.
Je moet hem niet
verwarren met de berkenwants. Ze hebben echter geen zwarte vlekjes langs
de zijkant. Ze zijn groen met rood, roodbruin. Ook het scutellum is groen
met rood, roodbruin.
Opmerkelijk is, dat de berkenschildwants een soort antivries in het
lichaam heeft, waardoor hij tijdens
het overwinteren pas bij heel lage temperaturen bevriest. Hij komt daarom
op het gehele noordelijke halfrond voor.
Ze leven in berken. Ze zijn ook wel te vinden op espen en hazelaars. Bij
mij in de tuin vind ik ze ook op andere planten. Maar wel in de buurt van
de berk.
Lengte: 9-11 mm.
Een grotere dubbelganger is de Acanthosoma haemorrhoidale.
Elasmostethus minor lijkt er nog meer op, maar komt alleen in
Zuid-Limburg voor (op de Rode Kamperfoelie) Nimfen
Berkenschildwants
(Elasmostethus interstinctus)
Acanthosoma
haemorrhoidale Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
Acanthosoma
haemorrhoidale lijkt veel op de Berkenschildwants
(Elasmostethus interstinctus), maar is veel groter en meer
langwerpig.
Heldergroen met zwarte punten. en rood op de punten van het
halsschild (nog een verschil), langs het schildje en onder het
vliezige deel van de vleugels. Het scutellum is helemaal groen.
Ook
deze wants schijnt een stinkende stof
te kunnen uitscheiden als hij
wordt opgepakt.
In struiken langs de bosrand. Vooral in
meidoorns. Maar ook andere loofbomen als eik, berk en hazelaar
Lengte: 13 - 15 mm.
De volwassen wants overwintert.
Ik heb hem niet in de tuin gevonden. Een kind (bedankt Victor) vond hem in
de klas, waar ik lesgeef. Omdat ik die dag takken voor de kerst uit de
tuin had meegenomen, komt hij misschien uit mijn tuin.
Ook
deze wants lijkt op de wantsen hierboven. Toch is hij goed herkenbaar
door de rozerode markeringen op de rug.
Vooral in de jeneverbes. Vandaar zijn naam.
Lengte: 9 - 11 mm.
De volwassen wants overwintert.
Op de andere foto's is hij goed zichtbaar. Maar op
deze foto zie je, dat hij een goede schutkleur heeft.
Doornwantsen (Cydnidae)
De
doornwantsen horen bij de familie schildwantsen. Ze hebben niet de
duidelijke schouders van de schildwantsen. Ze lijken op kevers.
Een
kleine zwarte wants met een metallic glans. Langs het schild heeft hij een
lichte rand.
Hij lijkt op de Legnotus
picipes. Je kunt ze uit elkaar houden door de vierkante inkeping aan de
voorkant van de kop, die alleen de Legnotus limbosus heeft. Hij leeft op
Walstro (Galium) bijvoorbeeld kleefkruid en
Lievevrouwebedstro.
De dovenetelwants lijkt wel wat op de
koolwants. Die wants is van een andere familie. De dovenetelwants is
altijd zwart met witte vlekken.
Hij lijkt sprekend op de veel zeldzamer Tritomgas sexmaculatus. Bij deze wants zijn
de witte vlekken op het halsschild veel strakker.
Vanaf mei worden de eitjes afgezet. De dovenetelwants is te vinden in de
kruidlaag. De belangrijkste host planten zijn witte dovenetel en stinkende
ballote.
De volwassen wants overwintert.
Lengte 5 - 7 mm.
Het is zowel in Europa als in Nederland een algemene
wants. Ook in Noord Afrika en
Centraal Azië.
Een bruine opvallend gevormde wants. Van boven is hij plat. Hij heeft een
platte bruin gestreepte rand om de achterkant van het lichaam. Hij lijkt
op snuitkeverwants. Maar hij is toch goed te herkennen aan de donkere
uiteinden van de antennen.
De zuringwants is een planteneter. Hij zuigt de sappen uit planten en
vruchten.Voor de vruchten van de bessenstruik, waar hij op zit, moet hij
nog even wachten. De foto is gemaakt op 5 mei 2010. Hij schijnt een
voorkeur te hebben voor zuring en duizendknoop.
Hij kan ter verdediging een bruine stinkende vloeistof afscheiden.
Zowel nimfen als volwassenen overwinteren.
Lengte 12 - 15 mm.
Europa, Noord-Amerika.
De volwassen wants lijkt op de zuringwants. Hij is echter slanker. De
poten zijn ook slank en licht gekleurd..
Hij heeft verschillende voedselplanten.
De volwassen wantsen overwinteren in de strooisellaag.
Volwassenen vind je het hele jaar. Lengte 11 - 14 mm.
Midden Azië, Europa. Oorspronkelijk in het Middellandse-Zeegebied.
Hij is van daaruit steeds noordelijker gegaan.
Nimf: Foto
12-7-2010 Volwassen: Foto 2-6-2011
Overige wantsen
Grondwantsen(Lygaeidae)
Grondwantsen
komen algemeen voor. Het is een grote familie van vaak donker gekleurde
wantsen. Ze leven veel op de grond. Wat dat betreft is de Drymus hieronder
een duiderlijker voorbeeld van de familie. De meeste soorten overwinteren
als adult.
Een wantsje, dat veel in onze tuin voorkomt. Hij is prachtig bruin gekleurd. De vleugels zijn
doorzichtig. Je ziet
ze vooral in de buurt van berken.
Lengte: 4-6 mm.
Nimfjes in verschillende stadiums. Ze leven van de zaden van de berk.
In de herfst zie je ze vaak bij elkaar zitten.
van nimf naar adult
Drymus ryeii.
Familie: Grondwantsen
(Lygaeidae)
Drymus sylvaticus lijkt er op. Het is een donkere
wants. Vooral als de zon er op schijnt zie je ook bruin. Ik heb gemerkt,
dat ze tijdens het fotograferen wel weglopen, maar niet snel wegvliegen.
Adult: Het hele jaar
Lengte 4-5 mm
Foto's 26-10-2011 Foto linksonder 13-4-2008
Het nimfje, dat ik vond op de grond tussen de bladeren is van
een Drymus. (Drymus spec.) Verder is hij helaas
niet te determineren.
Stygnocoris soorten zijn klein. De voorvleugels zijn bedekt met
haartjes. Stygnocoris sabulosus lijkt op de S. fuligineus.
Maar hij heeft lichte pootjes en antennes. Alleen het laatste segment is
donker.
Vooral op droge, zanderige plaatsen.
De eieren overwinteren en komen in de lente uit. Bij de meeste
grondwantsen overwinteren de volwassen wantsen.
Lengte 2,5 - 3 mm
Augustus - oktober
In Nederland zijn er een aantal soorten, die er
op lijken. Het zijn kleine verschillen. (kleur van antennes, poten en
vleugellengte.) Deze soort heeft altijd lange vleugels. De antennes en
poten zijn lichtbruin. De dijen van de voorpoten zijn heel dik.
Ze worden vaak op vochtige plaatsen gevonden, tussen de bladeren en mos op
de grond.
De volwassen wants overwintert. Ze
planten zich in het voorjaar voort. In juli, augustus verschijnt de
volgende generatie.Lengte 4 - 5 mm
Hij wordt in heel Europa gevonden.
Foto 2-11-2009
Er op lijkende soorten zijn: S. affinis, S.
decoratus, S. grandis, S. pilosus, S. puberulus, S. thomsoni.
Foto's 9-2-2011
Scolopostethus affinis heeft vaak korte vleugels. Maar ze kunnen ook
volledig ontwikkeld zijn zoals bij dit wantsje. De antennes zijn onder
lichtbruin en boven donkerbruin.
Ze zitten vaak tussen bladafval en in de buurt van brandnetels.
De volwassen wants overwintert. Ze
planten zich in het voorjaar voort. In juli, augustus verschijnt de
volgende generatie.Lengte 4 - 5 mm
Hij wordt in heel Europa gevonden.
Foto 22-09-2010
Deze
heeft korte vleugels Foto: 14-6-2011.
Blindwantsen (Miridae).
Onderorde van de wantsen (Heteroptera).
Dit is een hele grote groep met meer dan 10.000 soorten in de wereld. De wantsen
in de vele onderfamilies zien er ook nog verschillend uit. Een aantal soorten
zijn bekend, omdat ze in de landbouw een plaag kunnen zijn omdat ze zich voeden
met plantensappen. Deze worden met hun steeksnuit opgezogen.
Ik had hem al een paar keer geprobeerd te
fotograferen. Maar of hij maakte dat hij weg kwam of hij had bewogen,
zodat het alleen maar een vaag stipje was.
Hij zit natuurlijk op de brandnetel, maar komt ook op andere planten voor.
In de tuinbouw (ook in kassen) wordt hij als schadelijk gezien. Onder
andere worden genoemd: Braam, framboos, komkommer, paprika, gerbera,
chrysant. Ik blijf het echter een mooi wantsje vinden.
Lengte: 3,5-5 mm. De adult
overwintert.
Volgens Berend Aukema: De overwinterde vormen hebben een donker oranje
tekening, de pas ontwikkelde hebber aanvankelijk een geelgroene tekening,
die later donkerder wordt
Er komen steeds meerBlindwantsen, Miridae bij. Ik zet ze dus maar op een aparte pagina.
Wil je meer
blindwantsen, Miridae zien, kijk dan op Subpagina wantsen
in de tuin: Blindwantsen,
Miridae
Glasvleugelwantsen (Rhopalidae)
Rhopalus subrufus familie Glasvleugelwantsen (Rhopalidae)
Een wantsje, dat op de gieter zat. (juni 2008)
Ik zie ze regelmatig in de tuin. Het is een
tamelijk harige wants.
Sommige zijn felgekleurd, andere lichtbruin
of donker.
Rhopalus subrufus wordt vaak
aangetroffen op de lage vegetatie (veel verschillende soorten planten) in
bossen en struikgewas.
De volwassen dieren overwinteren.
Lengte: 7 mm
Het is een roofwants. Hij eet luizen, mijten,
insecteneieren en andere insecten. Maar hij kan ook plantensappen
opzuigen. Daar kan hij echter niet van leven.
Hij wordt daarom gebruikt bij biologische
bestrijding van schadelijke insecten van fruit. Meer
informatie.
Lengte: 3,5 - 4,5 mm
De volwassenen overwinteren.
Nimf Gewone bloemenwants (Anthocoris
Nemorum) 5e stadium.
Bloemenwants, Orius spec. Familie: Anthocoridae.
Dit roofwantsje lijkt op de grote bloemenwants, maar is nog kleiner. Ik
vind ze beide op jakobskruiskruid.
De precieze soort is niet vast te stellen.
Orius wordt voor de biologische tripsbestrijding gebruikt. Verder eten ze
bladluizen, spint, wittevlieg of motteneieren. Maar ze eten ook stuifmeel.
Lengte: 2-3 mm
De volwassenen overwinteren.
Foto onder: Nimf Bloemenwants
(Orius spec) 5e stadium.
Nabidae
Himacerus mirmicoides Familie
Nabidae.
De nimf lijkt op een grote mier
en is ongeveer 7 - 9 mm.
De volwassen wants lijkt op een Himacerus apterus. Alleen heeft die langere voelsprieten. Bij de Himacerus-mirmicoides zijn de voelsprieten
korter of net zo lang zijn als het lichaam. Meestal hebben ze korte
vleugels, maar soms zijn de vleugels wel volledig ontwikkeld.
Het zijn roofwantsen. Op de foto is de nimf op zoek naar een prooi.
(allerlei insecten)
Ze overwinteren als volwassen wants. In juli, augustus kun je de larven
vinden.
Foto's volwassen donkere wants (vrouwtje) 24 mei 2009. Licht bruine
volwassen wants: Augustus en september 2010.
Nabis Ferus Familie Nabidae.
Hij lijkt op de Nabis pseudoferus. Ze zijn uit elkaar te
houden op basisis van de genitaliën en aan de beharing op de apex van het
corium.
Ze zijn beide grijsbruin van kleur en het pronotum is breder dan
lang. Lengte 8,9 mm.
Het zijn roofwantsen. Ze eten allerlei soorten insecten.
Ze overwinteren als volwassen wants tussen de gevallen bladeren. Ik vond
deze op 3 maart in een dop van een kastanje. Op één foto is ook nog
een kortschild (stenus) te zien, die er ook een schuilplaats gevonden heeft.
Eieren worden in mei, juni in het gras afgezet.
Cicaden
Als ik aan cicaden denk, denk ik
vooral aan de insecten aan de Middellandse Zee, die zo'n lawaai maken.
Maar ook in Nederland heb je cicaden. Deze zijn niet alleen kleiner, maar
ook veel stiller.
Je mist de antennes,
zoals bij de wantsen.Op foto's zijn de kleine antennes niet of bijna niet
te zien. De vleugels zitten als een dakje over het lichaam.
De voorvleugels kunnen zowel verhoornd als vliezig zijn. Net als wantsen zuigen ze het sap van planten op. De
zuigsnuit steekt echter niet uit.
Ze kunnen goed vliegen, maar ook uitstekend springen. Er bestaan veel
soorten en families. Familie Schuimcicaden (Cercopidae) De larven leven als
spuugbeestjes in een hoopje schuim. Omdat ze verspreid in de planten
zitten, hebben planten er minder last van spuugbeestjes dan van bladluizen.
Dat schuim is gemaakt uit eigen lichaamssappen. Er zijn daarom maar weinig
dieren, die hem eten. Familie Spoorcicaden (Delphacidae) De familie herken je door een
grote beweegbare spoor bij de achterpoten. Ze staan hier niet afgebeeld. Familie Cicadellidae. De voorvleugels zijn zachter. Op de
achterpoot zitten vele doorns.
Spuugbeestje in een hoopje
schuim
Schuimcicade (Issus
coleoptratus)
Lengte 6-7 mm, juni-augustus
Breed gebouwd. De voorvleugels hebben een netwerk van adertjes.
Als ze je zien, kruipen ze naar de
achterkant van de stengel. Hoewel ze kunnen vliegen, springen ze meestal weg als ze willen
vluchten.
Ik kwam er twee tegen toen ik de hulst aan
het snoeien was. Deze zat op de kamperfoelie, die bij de hulst groeit. Het
grappige was, dat ik tijdens het fotograferen niet door had, dat er ook
nog een nimf van de wants Campyloneura virgula (familie Miridae)
op de tak zat. (Dit heb ik laten uitzoeken op waarneming.nl)
Schuimcicade (Aphrophora alni)
Lengte 5-8 mm, juli-september
Hij ziet er wat minder stevig uit als zijn
bovenbuurman.
Ik kom hem vooral tegen op de guldenroede.
Schuimbeestje (Philaenus spumarius)
Lengte 7 mm, juni-september (Deze is in oktober gefotografeerd)
Het patroon is heel variabel. Ze kunnen ook
helemaal donker zijn. Ik dacht eigenlijk dat het een Aphrophora alni was, maar op waarneming.nl vond men het meer een
philaenus spumarius. Helemaal zeker is het dus niet.
Het kan wel 70 cm ver springen.
Rododendroncicade
(Graphocephala fennahi) Familie Cicadellidae
Lengte 8-9 mm, juli-november
Je vindt hem in rododendrons. Die heb ik sinds een
aantal jaren niet meer in de tuin. Blijkbaar is de kardinaalsmuts een
goede vervanger, want ik kom ze in juli alleen daar tegen. In de maanden
daarna zie je ze ook wel op andere planten.
Hij springt en vliegt wat sneller weg, dan zijn bovenburen. Hij heeft
ook een wat minder goede schutkleur.
Oorspronkelijk komt hij uit Noord-Amerika. Omstreeks 1930 is hij naar
Engeland ingevoerd. Daarna heeft hij zich in dertig jaar over heel Europa
verspreid.
Cicade: Empoasca spec Familie Cicadellidae
Deze cicaden zijn nog veel kleiner. (1 tot 4 mm) Ik heb er spec
(specie) bijgezet, omdat ik niet kan zeggen, welk soort het precies is.
Daarvoor zijn ze te klein. In Nederland schijnen er vijf soorten te zijn,
maar er zijn er veel meer. Als je er over leest, kom je vaak tegen, dat ze
schadelijk zijn en in grote aantallen kunnen voorkomen.
In oktober zie ik ze het meest op de Japanse sierkers. Onder bijna
elk blad zit er wel een of meer. De sierkers heeft er geen last van.
Op de foto hiernaast zie je ook nog een Psocoptera-nimf: stof- of houtluis.
Ik heb dit laten uitzoeken op waarneming. nl. (Joke, Berend, Arp
bedankt
Berend Aukema bedankt voor het determineren van veel
van mijn wantsjes.