Schaatsenrijder
(gerris lacustris)
Gefotografeerd maart 2007.
Misschien een ander soort, want er zijn er meer, die er op lijken.
Gerris lacustris is de meest algemene in Nederland.
Ze leven vooral van insecten, die in het water zijn gevallen. Maar ook van muggenlarven, die in het water leven.
Net als de andere wantsen, die hier staan beschreven, heeft hij een
scherpe zuigsnuit.
Ze zijn zwaarder dan het water, maar door de oppervlaktespanning zakken ze
er niet door. De voorste poten zijn vangpoten, de middelste zijn roeipoten
en de achterste zijn steunpoten.
Ze kunnen ook vliegen.
De jongen lijken op de volwassen dieren. Maar dan kleiner. De volwassenen
overwinteren.
De vijverloper (Hydrometra
stagnorurn) Gefotografeerd begin april 2007.
Ze staan veel hoger op
hun pootjes, dan de
schaatsenrijder, ze wandelen in rustig tempo over het water en blijven
dichter bij de kant. Als kind
dacht ik, dat het familie was van mijn wandelende takken.
Hij leeft van in het water gevallen insecten, muggenlarven en
watervlooien.
Het volwassen beestje overwintert. Het vrouwtje hecht de 1 mm grote eitjes
vast aan planten boven water. (enkele keren per jaar)
Bootsmannetje of rugzwemmer (Notonecta glauca en Notonecta viridis zijn de meest voorkomende soorten) Gefotografeerd begin april 2007.
Het blijft een gek
gezicht om hem op zijn rug als een roeiboot onder het wateroppervlak
te zien zwemmen. Beide namen zijn dus goed gekozen. Hij moet wel zo nu en
dan boven komen om adem te halen.(d.m.v. een adembuis bij zijn
achterlijf.) Verder bewaart hij lucht tussen zijn buikhaartjes. Op het
land beweegt hij zich onhandig, maar hij kan wel weer prima vliegen. Zijn
rug heeft dezelfde zilveren kleur als de buik van veel vissen.
Het is een echte rover. Hij eet muggenlarven, maar ook bijvoorbeeld
kikkervisjes. Op zijn beurt moet hij weer oppassen voor padden en kikkers.
Hij kan met zijn scherpe zuigsnuit steken.
Bootsmannetje of rugzwemmer (Notonecta)
Hier op het droge. Tot nu toe was ik ze alleen in de vijver tegengekomen.
Ik was op het moment van de foto niet in mijn beste humeur. Men had ´s
nachts geprobeerd in te breken. Ze waren er vandoor gegaan, toen mijn
vrouw niets vermoedend naar beneden was gegaan. Er was niets gestolen,
maar ik moest wel het kapotte slot vervangen.
Toen ik daar mee bezig was
landde het bootsmannetje voor mijn voeten op de tegels. Ik heb toen toch
maar snel de camera gepakt. Na een paar foto´s vloog hij weer weg. Ook
dat leverde een mooie foto op.
Mijn dag was toch weer een beetje goed.
Wantsen (Heteroptera) in de tuin
Behalve in en op het water vind je ook wantsen
(Heteroptera) in de tuin.
Ze hebben ook een steeksnuit. Maar in plaats van ze in dieren te steken,
zuigen veel wantsen sappen op. Bij die groep horen ook cicaden, luizen en
schildwantsen.
Bij een schildwants lijkt het lichaam op een schild. De antennes hebben vijf
segmenten. Dit is de familie Boomwantsen, Echte schildwantsen (Pentatomidae).
Andere families, die er op lijken zijn de familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae),
Doornwantsen (Cydnidae),
Randwantsen (Coreidae) en Scutelleridae.
Wantsen hebben verharde vleugels, die de twee dunne vleugels beschermen, waarmee gevlogen wordt De verharde vleugels zijn over
elkaar gevouwen. (Bij kevers liggen ze naast elkaar)
De jongen (nimfen) komen zonder vleugels uit het ei. Ze lijken wel al
enigszins op een volwassen dier. Na een aantal vervellingen verschijnen de
vleugels en gaan ze steeds meer op het volwassen dier lijken. We spreken
over stadiums. Er zijn 5 stadiums.
Familie: Boomwantsen, Echte schildwantsen (Pentatomidae) Kenmerk: Het driehoekige scutellum is groot.
Ik zat achter de computer te werken, toen ik wat voelde kriebelen. Het bleek een groene stinkwants
(Palomena prasina) te zijn. Ik heb hem mee naar buiten genomen en foto's gemaakt.
De naam kreeg hij, omdat hij een stinkende stof kan uitscheiden als hij
wordt opgepakt. (Bij mij gelukkig niet)
De onderste drie foto's van een groene stinkwants zijn in september
gemaakt. Als nimf heeft hij twee weken lang in de zelfde plant (een
nachtschade) gezeten. Omdat ik al genoeg foto's had, heb ik hem met
rust gelaten.
Nu hij volwassen is, heb ik hem wel gefotografeerd. Lengte:12-14 mm.
Foto 24-4-2010. Parende groene stinkwantsen.
Dit zijn nimfen
van een groene stinkwants. Ik kwam hem in juli tegen op een uitgebloeide
papaver. Een week later kwam ik er weer een tegen op dezelfde plant.
De andere foto's zijn weer wat later gemaakt. Je
ziet, dat de jonge nimfen donkere plekken hebben.
Vooral bij de onderste foto zie je dat
duidelijk. Dit wantsje van de groene stinkwants liep juli
2008 over mijn been. De onderste zijn nog jonger.
De eerste twee foto's van de groene stinkwants
(Palomena prasina) heb ik 20 oktober gemaakt. Je ziet, dat de
heldere groene kleur aan het verdwijnen is. De tweede twee foto's op 10
november. Als ze overwinteren (ook de
nimfen) worden ze bruin. In de lente worden ze weer groen.
Terwijl ik fotografeerde, kwam er nog een aanwandelen. Ook deze
wants kan iets vies uitscheiden bij verstoring. Hierdoor eten vogels hem
niet voor een tweede keer. Hij laat het ook achter op bessen, waardoor
deze oneetbaar worden. Hij leeft van bessen o.a die van kamperfoelie en
bramen. Er moeten er dus niet te veel van in je tuin zitten.
De harige larven vind
je vaak bij planten, die bij de rozenfamilie horen.
De bessenwants is te herkennen aan de antennen, die lichte en donkere
banden hebben.
Lengte:12-14 mm.
Hieronder een nimf.
Ik kwam ook de naam
gevangeniswants tegen.
Het was in Nederland een vrij zeldzame wants,
maar hij komt nu steeds meer voor. Ze zitten vaak op schermbloemigen. In
dit geval op een selderij bloem.
Grootte
8 - 11 mm.
Boswants
of Roodpootschildwants (Pentatoma rufipes) Familie: Schildwantsen
(Pentatomidae)
Een grote glanzend bruine schildwants met uitstekende schouders. Hij heeft
oranje poten. En een opvallende geel / oranje plek op het schild.
Je kunt ze vinden in loofbomen. Ze zuigen aan
vruchten, maar het zijn ook rovers. Zelfs rozenkevers schijnen ze te eten.
Lengte 13 - 15 mm.
Juli - december.
Overwintert als larve.
De koolwants eet van kruisbloemigen en kan
schadelijk zijn op kool. Hier zit hij op look zonder look.
Je hebt ze met rode en met witte, lichtgele of lichtblauwe vlekken.
De wants met witte vlekken lijkt op de dovenetelwants.
Lengte 6, 7 mm.
Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
Berkenwants(Elasmucha
grisea) Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
De kleuren verschillen. Vaak zijn ze wat grijzer. Vandaar de
naam. Ze leven in berken. De eitjes worden aan de onderkant van een
berkenblad bevestigd. Het wijfje bewaakt de eitjes en verzorgt
de jongen, die haar als jonge eendjes volgen. Het is een algemene soort.
Hieronder
enkele nimfen.
Berkenschildwants
(Elasmostethus interstinctus) Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
Je moet hem niet
verwarren met de berkenwants.Vooral als de zon er op schijnt, zijn de
kleuren prachtig. Zie het verschil tussen beide foto's van het zelfde
beestje. Hij komt op het gehele noordelijke halfrond voor.
Opmerkelijk is, dat de berkenschildwants een soort antivries in het
lichaam heeft, waardoor hij tijdens
het overwinteren pas bij heel lage temperaturen bevriest. Ze leven in berken.
lengte: 9-11 mm.
Een grotere dubbelganger is de Acanthosoma
haemorrhoidale.
Elasmostethus minor lijkt er nog meer op, maar komt alleen in
Zuid-Limburg voor (op de Rode Kamperfoelie) In
juli 2008 zag ik deze nimf van een berkenschildwants. De
rechter is van oktober.
Acanthosoma
haemorrhoidale Familie Bloemenwantsen (Acanthosomatidae)
Hij lijkt veel op de Berkenschildwants
(Elasmostethus interstinctus), maar is veel groter.
Heldergroen met zwarte punten. en rood op de punten van het
halsschild (nog een verschil), langs het schildje en onder het
vliezige deel van de vleugels.
Ook
deze wants schijnt een stinkende stof
te kunnen uitscheiden als hij
wordt opgepakt
In struiken langs de bosrand. Vooral in
meidoorns.Maar ook andere loofbomen als eik, berk en hazelaar
Lengte: 13 - 15 mm.
De volwassen wants overwintert.
Ik heb hem niet in de tuin gevonden. Een kind (bedankt Victor) vond hem in
de klas, waar ik lesgeef. Omdat ik die dag takken voor de kerst uit de
tuin had meegenomen, komt hij misschien uit mijn tuin.
Ook
deze wants lijkt op de wantsen hierboven. Toch is hij goed herkenbaar
door de rozerode markeringen op de rug.
Vooral in de jeneverbes. Vandaar zijn naam.
Lengte: 9 - 11 mm.
De volwassen wants overwintert.
Op de andere foto's is hij goed zichtbaar. Maar op
deze foto zie je, dat hij een goede schutkleur heeft.
Familie: Doornwantsen (Cydnidae)
Legnotus limbosus
Familie: Doornwantsen (Cydnidae) De
doornwantsen horen bij de familie schildwantsen. Ze hebben niet de
duidelijke schouders van de schildwantsen. Ze lijken op kevers.
Een
kleine zwarte wants met een metallic glans. Langs het schild heeft hij een
lichte rand.
Hij lijkt op de Legnotus
picipes. Je kunt ze uit elkaar houden door de vierkante inkeping aan de
voorkant van de kop, die alleen de Legnotus limbosus heeft. Hij leeft op
Walstro (Galium) bijvoorbeeld kleefkruid en
Lievevrouwebedstro.
Een bruine opvallend gevormde wants. Van boven is hij plat. Hij heeft een
platte bruin gestreepte rand om de achterkant van het lichaam. Hij lijkt
op snuitkeverwants. Maar hij is toch goed te herkennen aan de donkere
uiteinden van de antennen.
De zuringwants is een planteneter. Hij zuigt de sappen uit planten en
vruchten.Voor de vruchten van de bessenstruik, waar hij op zit, moet hij
nog even wachten. De foto is gemaakt op 5 mei 2010. Hij schijnt een
voorkeur te hebben voor zuring en duizendknoop.
Hij kan ter verdediging een bruine stinkende vloeistof afscheiden.
Zowel nimfen als volwassenen overwinteren.
Lengte 12 - 15 mm.
Europa, Noord-Amerika.
Een wantsje, dat veel in onze tuin voorkomt. Hij is prachtig bruin gekleurd. De vleugels zijn
doorzichtig. Je ziet
ze vooral in de buurt van berken.
Grondwantsen
komen algemeen voor. Het is een grote familie van vaak donker gekleurde
wantsen. Ze leven veel op de grond. Wat dat betreft is de Drymus hieronder
een duiderlijker voorbeeld van de familie. De meeste soorten overwinteren
als adult.
Lengte: 4-6 mm.
Nimfjes in verschillende stadiums. Ze leven van de zaden van de berk.
In de herfst zie je ze vaak bij elkaar zitten.
Drymus sylvaticus of Drymus ryeii.
Er zijn een aantal soorten. Ze lijken op elkaar. Familie: Grondwantsen
(Lygaeidae)
Ik vond hem in oktober tussen de
kastanjebladeren, die ik aan het vegen was. Hij probeerde wel weg te
komen, maar vloog niet meteen op, zoals zijn bovenbuurman / buurvrouw.
Deze wants is in ieder geval een
Drymus ryeii. Het nimfje, dat ik vond op de grond tussen de bladeren is van
een Drymus. (Drymus spec.) Verder is hij helaas
niet te determineren.
In Nederland zijn er een aantal soorten, die er
op lijken. Het zijn kleine verschillen. (kleur van antennes, poten en
vleugellengte.) Deze soort heeft altijd lange vleugels. De antennes en
poten zijn lichtbruin. De dijen van de voorpoten zijn heel dik.
Ze worden vaak op vochtige plaatsen gevonden, tussen de bladeren en mos op
de grond.
De volwassen wants overwintert. (Foto 2-11-09) Ze
planten zich in het voorjaar voort. In juli, augustus verschijnt de
volgende generatie.Lengte 4 - 5 mm
Hij wordt in heel Europa gevonden.
Er op lijkende soorten zijn: S. affinis, S.
decoratus, S. grandis, S. pilosus, S. puberulus, S. thomsoni.
Ik had hem al een paar keer geprobeerd te
fotograferen. Maar of hij maakte dat hij weg kwam of hij had bewogen,
zodat het alleen maar een vaag stipje was. Hij behoort tot de groep
blindwantsen (Miridae). Dit zijn kleine wantsen. (blind omdat hun ogen
niet uitsteken, zoals bij andere wantsen)
Hij zit natuurlijk op de brandnetel, maar komt ook op andere planten voor.
In de tuinbouw (ook in kassen) wordt hij als schadelijk gezien. Onder
andere worden genoemd: Braam, framboos, komkommer, paprika, gerbera,
chrysant. Ik blijf het echter een mooi wantsje vinden.
Lengte: 3,5-5 mm. De adult
overwintert.
Volgens Berend Aukema: De overwinterde vormen hebben een donker oranje
tekening, de pas ontwikkelde hebber aanvankelijk een geelgroene tekening,
die later donkerder wordt
Nimf Brandnetelwants
(Liocoris tripustulatus) 5e stadium
De gevlekt poten van de nimf lijken op die van een volwassen
brandnetelwants, maar verder zijn ze helemaal groen. Er wordt gezegd, dat
de larven uitsluitend op brandnetel leven. Ze houden van de sappen van de
bloemen. Deze vond ik echter op een Jakobskruiskruidplant (Jacobaea
vulgaris) met geen brandnetel in de buurt.
Campyloneura virgula (familie Miridae)
Ik had hem al eens
een keer gefotografeerd als nimf. Zie foto.
Het is een roofwantsje van 4 mm. Hij eet insecten als bladluizen en
rode mijten. Hij kan snel lopen. Het kost dan ook wat geduld om hem op de
foto te krijgen.
Ze verwinteren als volwassen dier. Hij komt overal in Europa en leeft in
loofbomen. Hier heb ik er een in een berk en een in een sierbes
gefotografeerd.
Behaarde wants (Lygus
rugulipennis) familie
blindwantsen (Miridae)
Ik zag op internet een artikel,
dat hij in Italië veel schade aan de groenten oplevert. Hij overwintert als volwassen wants.
Joke van Erkelens bedankt voor je advies.
De onderste behaarde wants heeft een ander kleurtje.
Lygus pratensis familie
blindwantsen (Miridae)
Ze zijn variabel van kleur. Van groen naar bruin.
Eind zomer vind je de volwassen wantsen, die ook overwinteren.
De wants zuigt van verschillende planten sappen
op en lust ook de nectar van de bloemen.
Ze komenvoor in Europa, Noord-Afrika, Klein-Azië.
Grootte: 6 - 7 mm.
Nimf Lygus.
Volgens Berend Aukema zijn in Nederland vijf Lygus soorten, waarvan de
nimf er hetzelfde uitziet. Ik vond hem begin oktober in
Jakobskruiskruid. Eind oktober heb ik de Lygus pratensis in de
zelfde plant gevonden. Dus misschien..................
Pantilius tunicatus familie
blindwantsen (Miridae)
De eerste antenneleden zijn dikker dan de andere.
Kleur: groen tot roodbruin.
Op de foto zie je ook een Kleidocerys resedae.
Je vindt ze in iepen, maar ook in hazelaars en berken.
Augustus - oktober
Grootte: 9 -10 mm
Midden- en Noordeuropa. Zelden in het zuiden.
Plagiognathus arbustorum familie
blindwantsen (Miridae)
Een op een bloem van moederkruid, een op een
ossentong en een op een bloem van de teunisbloem.
De lichte wants is een vrouwtje. De mannetjes
zijn vaak wat donkerder.
Er is niet veel te vinden over deze wants.Ze
schijnen op brandnetels voor te komen. Maar ze zitten ook op andere
planten. De kleur is variabel. De dijen hebben onder en boven een
zwarte streep.
Grootte: 3,5-5 mm
Europa.
Heterotoma planicornis familie
blindwantsen (Miridae)
Een slank wantsje met vreemd gevormde antennes.
In juni heb ik de nimfen gefotografeerd. De volwassen wantsen zijn er van
juli tot half september. De eitjes overwinteren.
Hij lijkt op de Heterotoma merioptera. Maar die komt hier minder
vaak voor.
Het diertje jaagt op luizen en andere kleine insecten, maar zuigt ook
plantensap op.
Grootte: 5 mm
Europa.
Groene
Appelwants (Lygocoris pabulinus)
familie
blindwantsen (Miridae)
Deze fel groene wants is schadelijk. Hij zit niet alleen op appels,
maar ook op sommige bessen, aardappelplanten.
Ik zie ze overal in de tuin. Tot nu toe hebben de appelbomen weinig last.
In het najaar zet het eitjes af op fruitbomen. In het voorjaar eet de
larve van het jonge blad en knoppen.
Hier zit de nimf echter op kattenstaart samen met
snuitkevertjes (Nanophyes marmoratus), die op pagina
"kevers"
beschreven staan.
Mei - oktober.
Lengte: 5, 6 mm.
Neolygus contaminatus
familie
blindwantsen (Miridae)
De foto's zijn genomen in juni. Hoewel ik dit wantsje in die tijd vrij
vaak zag in de tuin, is het het me niet gelukt een heel scherpe foto te
maken.
Hij is groen, maar lichter dan de Groene appelwants. De vleugels zijn
juist wat donkerder. Kenmerkend vind ik de twee donkere vlekjes op de
rug.
De ogen zijn lichtgroen.
In Nederland heb je ook nog de Neolygus
viridis(donkere top antenne,
donkerder om het schildje) en deNeolygus
populi.(kortere
antennes)
Hij komt veel voor in de buurt van berken.
Volwassen: juni-september
Lengte: 5, 6 mm.
Pilophorus perplexus
familie
blindwantsen (Miridae)
Ik dacht eerst dat het een nimf was. maar het is
een volwassen wants, die op een mier lijkt. Hij is herkenbaar door de band
lichte haren, die over de voorvleugels loopt.
Hij wordt gevonden bij loofbomen als eik. Het is een rovertje, maar hij
zuigt ook sappen.
Volwassen: Juli - okober
Hij overwintert als ei. De nimfen lijken op de wolwassen wants.
Lengte 4, 5 mm.
Miris striatus Familie
blindwantsen (Miridae)
In april 2009 zag ik een paar van deze nimfen in de bessenstruiken. Als je
niet goed kijkt, denk je aan een mier. Ook de nimf van een Himacerus mirmicoides lijkt
er op.
De twee gele strepen op de rug maken hem heel herkenbaar.
Het is een roofwants, die vooral luizen, larven van motten en kevers eet.
De eieren overwinteren.
Meer foto's zijn te vinden op waarneming.
Lengte: 9 - 11 mm (een nimf is natuurlijk kleiner)
Volwassen: mei - juli
Een oudere nimf
volwassen
Harpocera thoracica Familie
blindwantsen (Miridae) Ze lijken niet op elkaar, maar het
zijn beide Harpocera thoracica. De linker
wants op mijn horloge is het vrouwtje. De rechter is het mannetje. Bij het
mannetje is het tweede antennelid verdikt.
Deze foto's zijn gemaakt in mei. Dat is de maand, waarin je ze meestal
ziet. Ze leven ongeveer een maand. Daarna moet je weer een jaar wachten
voor je ze weer ziet. De larven ontwikkelen zich in twee weken.
Ze leven in eiken. Ze zuigen de sappen op, maar jagen ook op luizen.
Harpocera thoracica
mannetje, vrouwtje
Megacoelum infusum
familie
blindwantsen (Miridae)
Ik heb helaas nog geen duidelijke foto. Toen ik
foto's wilde nemen begon het hard te waaien en de wants maakte daar
gebruik van om er vandoor te gaan. Het is een
mooi wantsje, dat ik nog maar één keer in de tuin heb gezien.
Hier zie je nog een paar foto's http://waarneming.nl/soort/photos/25094
Hij wordt gevonden op de eik en lijkt op de M.
beckeri. Hij voedt zich met sap van de eik, maar ook met kleine insecten.
Volwassen: Juli - okober.
Lengte ongeveer 7 mm.
Graswants,
Stenodema laevigata Familie
blindwantsen (Miridae) Foto 14-4-2010
Een wants met een lang lichaam. Je kunt hem verwarren met Notostira
elongata. Bij de Senodema laevigata zie je een knik onder de knie van de
achterschenen.
Hij lijkt ook veel op de Stenodema calcarata en de Stenodema trispinosa.
Maar die hebben twee doorns aan de binnenkant van van de achterdijen.
Hij jaagt tussen het gras. Door zijn lichaamsvorm en kleur valt hij
niet op.
Lengte 8 - 10 mm.
De volwassen wants overwintert. Dan is de kleur bruin. In de zomer
is hij groener.
Psallus perrisi / Psallus wagneri familie
blindwantsen (Miridae) mannetje
Vanaf
een foto zijn ze niet uit elkaar te houden. (verschil genitaliën.)
Ze komen beide voor op eiken.
Het is een bruinzwarte wants. De mannetjes zijn donkerder dan vrouwtjes.
De bovenkant is bedekt met gouden haren. De dijen zijn donker.
Mei - augustus
Lengte tot 4 mm.
Rhopalus subrufus familie Glasvleugelwantsen (Rhopalidae)
Een wantsje, dat op de gieter zat. (juni 2008)
Ik zie ze regelmatig in de tuin. Het is een
tamelijk harige wants.
Sommige zijn felgekleurd, andere lichtbruin
of donker.
Rhopalus subrufus wordt vaak
aangetroffen op de lage vegetatie (veel verschillende soorten planten) in
bossen en struikgewas.
De volwassen dieren overwinteren.
Lengte: 7 mm
Het is een roofwants. Hij eet luizen, mijten,
insecteneieren en andere insecten. Maar hij kan ook plantensappen
opzuigen. Daar kan hij echter niet van leven. Ik vond hem in een
bessenstruik.
Hij wordt daarom gebruikt bij biologische
bestrijding van schadelijke insecten van fruit. Meer
informatie.
Lengte: 3,5 - 4,5 mm
De volwassenen overwinteren.
Foto onder: Nimf Gewone bloemenwants (Anthocoris
Nemorum) 5e stadium.
Bloemenwants, Orius spec. Familie: Anthocoridae
Dit roofwantsje lijkt op de grote bloemenwants, maar is nog kleiner. Ik
vind ze beide op jakobskruiskruid.
De precieze soort is niet vast te stellen.
Orius wordt voor de biologische tripsbestrijding gebruikt. Verder eten ze
bladluizen, spint, wittevlieg of motteneieren. Maar ze eten ook stuifmeel.
Lengte:2-3 mm
De volwassenen overwinteren.
Foto onder: Nimf Bloemenwants
(Orius spec) 5e stadium.
Himacerus mirmicoides Familie
Nabidae.
De nimf lijkt op een grote mier
en is ongeveer 7 - 9 mm.
De volwassen wants lijkt op een Himacerus apterus. Alleen heeft die langere voelsprieten. Bij de Himacerus-mirmicoides zijn de voelsprieten
korter of net zo lang zijn als het lichaam. Meestal hebben ze korte
vleugels, maar soms zijn de vleugels wel volledig ontwikkeld.
Het zijn roofwantsen. Op de foto is de nimf op zoek naar een prooi.
(allerlei insecten)
Ze overwinteren als volwassen wants. In juli, augustus kun je de larven
vinden.
Foto's volwassen wants (vrouwtje) 24 mei 2009.
Nabis Ferus Familie Nabidae.
Hij lijkt op de Nabis pseudoferus. Ze zijn uit elkaar te
houden op basisis van de genitaliën en aan de beharing op de apex van het
corium.
Ze zijn beide grijsbruin van kleur en het pronotum is breder dan
lang. Lengte 8,9 mm.
Het zijn roofwantsen. Ze eten allerlei soorten insecten.
Ze overwinteren als volwassen wants tussen de gevallen bladeren. Ik vond
deze op 3 maart in een dop van een kastanje. Op één foto is ook nog
een kortschild (stenus) te zien, die er ook een schuilplaats gevonden heeft.
Eieren worden in mei, juni in het gras afgezet.
Cicaden
Als ik aan cicaden denk, denk ik
vooral aan de insecten aan de Middellandse Zee, die zo'n lawaai maken.
Maar ook in Nederland heb je cicaden. Deze zijn niet alleen kleiner, maar
ook veel stiller.
Je mist de antennes,
zoals bij de wantsen.Op foto's zijn de kleine antennes niet of bijna niet
te zien. De vleugels zitten als een dakje over het lichaam.
De voorvleugels kunnen zowel verhoornd als vliezig zijn. Net als wantsen zuigen ze het sap van planten op. De
zuigsnuit steekt echter niet uit.
Ze kunnen goed vliegen, maar ook uitstekend springen. Er bestaan veel
soorten en families. Familie Schuimcicaden (Cercopidae) De larven leven als
spuugbeestjes in een hoopje schuim. Omdat ze verspreid in de planten
zitten, hebben planten er minder last van spuugbeestjes dan van bladluizen.
Dat schuim is gemaakt uit eigen lichaamssappen. Er zijn daarom maar weinig
dieren, die hem eten. Familie Spoorcicaden (Delphacidae) De familie herken je door een
grote beweegbare spoor bij de achterpoten. Ze staan hier niet afgebeeld. Familie Cicadellidae. De voorvleugels zijn zachter. Op de
achterpoot zitten vele doorns.
Spuugbeestje in een hoopje
schuim
Schuimcicade (Issus
coleoptratus)
Lengte 6-7 mm, juni-augustus
Breed gebouwd. De voorvleugels hebben een netwerk van adertjes.
Als ze je zien, kruipen ze naar de
achterkant van de stengel. Hoewel ze kunnen vliegen, springen ze meestal weg als ze willen
vluchten.
Ik kwam er twee tegen toen ik de hulst aan
het snoeien was. Deze zat op de kamperfoelie, die bij de hulst groeit. Het
grappige was, dat ik tijdens het fotograferen niet door had, dat er ook
nog een nimf van de wants Campyloneura virgula (familie Miridae)
op de tak zat. (Dit heb ik laten uitzoeken op waarneming.nl)
Schuimcicade (Aphrophora alni)
Lengte 5-8 mm, juli-september
Hij ziet er wat minder stevig uit als zijn
bovenbuurman.
Ik kom hem vooral tegen op de guldenroede.
Schuimbeestje (Philaenus spumarius)
Lengte 7 mm, juni-september (Deze is in oktober gefotografeerd)
Het patroon is heel variabel. Ze kunnen ook
helemaal donker zijn. Ik dacht eigenlijk dat het een Aphrophora alni was, maar op waarneming.nl vond men het meer een
philaenus spumarius. Helemaal zeker is het dus niet.
Het kan wel 70 cm ver springen.
Rododendroncicade
(Graphocephala fennahi) Familie Cicadellidae
Lengte 8-9 mm, juli-november
Je vindt hem in rododendrons. Die heb ik sinds een
aantal jaren niet meer in de tuin. Blijkbaar is de kardinaalsmuts een
goede vervanger, want ik kom ze in juli alleen daar tegen. In de maanden
daarna zie je ze ook wel op andere planten.
Hij springt en vliegt wat sneller weg, dan zijn bovenburen. Hij heeft
ook een wat minder goede schutkleur.
Oorspronkelijk komt hij uit Noord-Amerika. Omstreeks 1930 is hij naar
Engeland ingevoerd. Daarna heeft hij zich in dertig jaar over heel Europa
verspreid.
Cicade: Empoasca spec Familie Cicadellidae
Deze cicaden zijn nog veel kleiner. (1 tot 4 mm) Ik heb er spec
(specie) bijgezet, omdat ik niet kan zeggen, welk soort het precies is.
Daarvoor zijn ze te klein. In Nederland schijnen er vijf soorten te zijn,
maar er zijn er veel meer. Als je er over leest, kom je vaak tegen, dat ze
schadelijk zijn en in grote aantallen kunnen voorkomen.
In oktober zie ik ze het meest op de Japanse sierkers. Onder bijna
elk blad zit er wel een of meer. De sierkers heeft er geen last van.
Op de foto hiernaast zie je ook nog een Psocoptera-nimf: stof- of houtluis.
Ik heb dit laten uitzoeken op waarneming. nl. (Joke, Berend, Arp
bedankt
Berend Aukema bedankt voor het determineren van veel
van mijn wantsjes.