Op
de eerste lentepagina staat een algemene beschrijving. Op deze bladzijde heb ik
een aantal planten wat uitgebreider beschreven. Er staat 2007, maar ik zal
de pagina de komende jaren verder uitbreiden.
Sneeuwklokje. (Galanthus
nivalis)
Bolgewas. Bloeitijd Eind winter, begin lente. Het sneeuwklokje
komt uit Zuidoost Europa. Ze houden van een voedselrijke grond en
komen in loofbossen voor.
Wist je dat er in het wild een lenteklokje
(Leucojum vernum) en een
zomerklokje (Leucojum aestivum) voorkomt in Nederland? Het zomerklokje
(bloeitijd: april, mei) groeit in moerassige graslanden en rietlanden. Het
lenteklokje is in Nederland beschermd, dus zeldzaam.
Zomerklokje (Leucojum Gravetye Giant)
Hij bloeit niet in de zomer, maar in maart, mei.
In 2007 heb ik een paar bollen gekocht. Herkomst Z.W. Azië. De plant is steviger,
dan een sneeuwklokje. Een ander verschil is dat een leucojum zes even
grote bloemblaadjes heeft. Op de punt heeft elk blaadje een groen vlekje. Hoogte: 30
- 50 cm. Vruchtbare, vochtige grond.
Trompetnarcis
(Narcissus pseudonarcissus major)
Bolgewas. In het oosten en zuiden van Nederland kwam in vochtige graslanden en beekdalen
ook een wilde vorm voor. Wat je nu ziet zijn verwilderde vormen. Deze komen
oorspronkelijk uit Zuidwest-Europa.
De Narcis is vaak iets later dan het sneeuwklokje in bloei. Ze houden tijdens de
bloei van vruchtbare, vochtige grond. Na de bloei, als het blad verdord is, moet
de grond vrij droog zijn. De narcis op de foto is een klein soort. Narcissus
cyclamineus. Nederlandse naam. Tête à tête. De laatste twee zijn
grotere soorten.
Krokus (Crocus)
Een
knolgewas.Er zijn vele soorten. Ik heb er
een aantal. De namen weet ik niet zeker. Er bestaan ook herfstbloeiers.
Hij behoort tot de lissenfamilie.
Hij heeft een stengelknol. Als je hem
doorsnijdt, zul je zien dat het een massieve knol is en geen rokken heeft. Dus
geen bolgewas.
De grond moet in de zomer niet te nat zijn.
Het vruchtbeginsel zit onder de grond. Pas later verschijnt de doosvrucht
boven de grond.
Winterakoniet (Eranthis
hyemalis)
Een
knolgewas. Deze foto is nog van februari 2006. Ze bloeien nog iets eerder
dan de sneeuwklokjes. De bloei duurt niet lang. Ik was dit jaar te laat
met de kamera. Ze houden van niet te droge grond. Hij zaait zich uit.
In Zuid-Frankrijk en Italië komt hij in het wild voor.
Winterakonieten horen bij de ranonkelfamilie, waar bijvoorbeeld ook de boterbloem bij
hoort. Speenkruid (Ficaria verna) Ik heb er ook een bloemetje van een
familielid bij gezet. Het is een wilde plant, die in maart verschijnt.
Door het dichte blad, maakt hij het andere planten moeilijk. In juni is
hij weer verdwenen. Hij vermeerdert zich behalve door zaad ook door
broedknolletjes.
Kerstroos, Nieskruid of Nieswortel (Helleborus)
Ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
Poeder van de wortel laat je
niezen. De plant is
giftig.
Bloeimaand : januari - april. Hoogte : 20 - 30 cm. Na de bloei
blijft het donkergroene leerachtige blad nog het hele jaar groen.
Vruchtbare en vochtige, maar wel goed doorlatende grond. Half
schaduw.
Kerstroos: Helleborus Niger heeft witte bloemen en een zwarte penwortel.
Later worden de bloemen purperroze of groenachtig. Inheems:
Alpen, Apennijnen. Hij wordt tegen de kerst verkocht, maar is dan voorgetrokken.
Lenteroos: Helleborus orientalis. Daar zijn veel hybriden van. Bloemen van
roze tot zwart. In de tuin is het een makkelijker plant. Inheems: Van Bulgarije tot
Turkije.
Foto maart 2010. Er komen er steeds meer.
Cyclamen coum (Rondbladige cyclaam)
Een knolgewas.
Hij begon in januari al te bloeien. Dit gaat tot april door. Hij heeft in
tegenstelling tot de herfstbloeiers ronde egaal groene bladeren.
Ze houden van een kalkrijke bodem.
Viola odorata ( Maarts
viooltje)
In maart zie je ze weer in de tuin verschijnen. Hij heeft een
wortelstok. Vanuit de rozet heeft hij uitlopers. Hij komt bij ons ook in
het wild voor.
Ze bloeien niet lang. Het blad blijft nog wel lang boven de grond. De
bloemetjes zijn klein. Je moet er echt met je neus bovenop om te zien hoe
mooi ze zijn. Je ruikt dan meteen een heerlijke geur.
Voor de Grieken was het vanwege de geur de bloem van Aphrodite, de godin
van de liefde. De olie uit de bloemen wordt nog steeds gebruikt voor geur
artikelen.
Deze aronskelk komt op verschillende plaatsen in de tuin op. Ik heb hem al
jaren, maar ik weet niet hoe hij in de tuin gekomen is.
Hij is niet inheems, maar afkomstig uit Zuid-Europa. Je treft hem (net als
in mijn tuin) verwilderd aan in de natuur. Hij houdt van vochtige,
voedselrijke grond.
De soort wordt als een stinzenplant
beschouwd.
De plant is giftig.
Bloeitijd: mei juni. Grote foto: 21 mei. Ze bloeien kort. In
juli
zijn de vruchten rood.
Hoogte 30 - 60 cm.
De wilde soort komt in Syrië
en Irak voor. Ze zijn in de 16e eeuw al ingevoerd in Europa. Wat we nu
zien zijn kruisingen.
De bloemen lopen elk jaar wat terug in de tuin. Ze
zien er dan wel weer wat natuurlijker uit.
Ze kunnen zich uitzaaien.
Ontwaterde, vruchtbare grond.
Familie Liliaceae Enkele andere soorten staan op de pagina "lente"
Urumiensis, Tarda Turkestanica Little
Princess Little Beauty
Tulpen.(Tulipa) Familie Liliaceae
Nederland is beroemd om
zijn gecultiveerde tulpen. Zoals links afgebeeld. In de 16e eeuw ingevoerd
uit Turkije. Goed doorlatende, voedzame grond. http://nl.wikipedia.org/wiki/Tulp
Toch vind ik Botanische tulpen het mooist. Het zijn wilde vormen en daarom
geschikt om in de tuin te verwilderen. Hoogte 15 - 25 cm. Bloeitijd: lV -
V.
Urumiensis: Iran. Tarda: Centraal Azië. Turkestanica: Turkije.
Little Princess en Little Beauty zijn gekweekte vormen, maar ook geschikt
voor verwildering.
Blauw druifje, druifjeshyacint (Muscari) (fam. Liliaceae)
Rond de Middellandse Zee
groeien ze in het wild.
Bij mij vermeerderen ze zich niet erg snel.
Sneeuwroem (Chionodoxa luciliae) (fam. Liliaceae) Inheems in
Turkije. In het Grieks betekent Chion sneeuw en doxa roem. Mieren kunnen de zaden
verspreiden. Schaduw - zon.
Nauw verwant aan de Scilla.
Ik heb er een aantal jaren geleden een aantal gekocht. Ze beginnen zich nu
overal te verspreiden.
Sneeuwroem Chionodoxa forbesii "Pink Giant") fam.
hyacinthaceae.
Een veel forsere plant, dan de andere sneeuwroem. De bladeren zijn ook breder.
Als je goed naar de bloem kijk, zie je toch wel dat het familie is.
Ik heb ze vorig jaar gekocht.
Sterhyacint (Scilla siberica) (fam. Liliaceae) Inheems
Z-Rusland - Syrië. Iets later dan het sneeuwklokje. Een makkelijk plantje.
Toen ik er 30 jaar geleden kwam wonen, stonden ze er al in grote
aantallen.
Witte sterhyacint (Scilla mischtschenkoana) (fam.
Liliaceae)
Inheems in de Kaukasus en Zuid-Rusland Soms staat er nog Tubergeniana. Dat
komt, omdat ze vernoemd zijn naar het bollenbedrijf Tubergen, dat ze omstreeks 1935
invoerde. Het is dus geen kweekvorm.
Als het slecht weer is geweest, als ze opkomen, zien de bloemen er wat
rommelig uit. Ze kunnen er echter heel mooi uitzien, zoals de foto's
aantonen. Ze verspreiden zich minder snel, dan hun naamgenoot.
Oude wijfjes (Ipheion uniflorum) (fam. Liliaceae) Bloeitijd:
april-juni. Zonnig Een bolgewasje inheems in Mexico, Chili, Peru.
Bij mij kwam er een op, zonder dat ik wist waar hij vandaan
kwam. Dat was een aantal jaren geleden. Het wordt nu een aardige bosje. Hij
vormt broedknolletjes.
De bloemen ruiken naar zeep (met een honinggeur) De
gekneusde
bladeren ruiken naar uien.
Spaanse boshyacint (Hyacinthus campanulata maar ook wel
hispanica) Dit is de blauwe, maar er zijn ook rose en witte bloemen.
Hij bloeit eind april, begin mei als laatste van deze groep. Hij heeft
heel veel blad, maar dat verdwijnt ook weer snel. Hij lijkt op de boshyacint.
Anemoon (Anemone blanda
Atrocaerulea) Een knobbelige
knol. Het bloempje heeft een opvallende blauwe kleur. Bosanemoon (Anemone nemorosa) Een inheemse plant
Verspreiding door wortelstok en door zaad. Soms met hulp van mieren. (mierenbroodje)
Vroeg bloeiende struiken in mijn tuin.
Chinees klokje (forsythia)
Hoogte:2m. Tuingrond: Maakt niet veel uit. In maart,
april kun je hem niet over het hoofd zien. Hij bloeit dan overvloedig met
fel gele bloemen. Daarna verandert hij in een wat saaie struik. Na de
bloei kun je het oude hout snoeien. Verder moet je lange uitlopers in toom
houden. Vermeerderen gaat heel makkelijk door een tak af te leggen.
Skimmia japonica Bloeitijd: maart april. Schaduw, halfschaduw.
Hoogte: 1,5 m. Een vochtige, voedzame grond. Ik heb een nieuwe gekocht. De oude
leidt een wat armetierig bestaan door de te arme grond. Bij de nieuwe heb
ik meer compost in het plantgat gedaan. Je hebt mannelijke en vrouwelijke
struiken.
Brem (cytisus praecox "allgold") Bloeitijd: april mei.
Zurige zanderige grond. Hoogte 1,75 m. Dit is een gekweekte vorm. Ik heb jaren twee
struiken gehad. Toen ze oud en van onder wel erg kaal werden, heb ik ze
weggehaald. Ze stonden nu in de winkel bij Deen te koop. Ik kon de
verleiding niet weerstaan om er twee te kopen. Je kunt ze na de bloei terug snoeien.
Rotsheide (Pieris japonica
variegata) Variagata staat voor de
soort met het bonte blad. Toevallig zijn de blaadjes voor op de foto niet
bont. Bloeitijd maart april. Maximum hoogte 2m. De bloemen lijken op die van hei. Vochtige,
zure grond. Ik heb door mijn zanderige grond flink wat compost
gespit. Stekken: In augustus 10cm lange stekken in zanderige potgrond
op een beschutte schaduwrijke plaats. Volgend najaar kunnen ze op de
plaats van bestemming..
Mahonie struik ( Mahonia aquifolium) Bloeitijd: april. Hoogte 1,5 m.
Daarna blauw grijze bessen. De grondsoort maakt niet veel uit. Onder de
grond vormt hij uitlopers. Dat kan wel eens irritant zijn. Het blad lijkt
op dat van hulst, maar dan zachter. Het is wel bruikbaar voor kerststukjes,
want het blijft in de winter aan de struik zitten. Inheems in Azië en
Noord-Amerika.
Sierbes (Ribes sanguineum) Bloeitijd: maart april. Bij een zachte
winter zie de bloemtrosjes je al heel vroeg verschijnen. Een makkelijke
struik, die je ook goed kan stekken. Hoogte 2m. Grondsoort: Maakt niet
veel uit. Dit jaar bloeiden de struiken minder goed dan de voorgaande
jaren. De gele achtergrond op de foto is van een forsythia.
Broodboom (Aucuba
japonica) Bloeitijd: april. Grondsoort: Maakt
niet veel uit.Kan goed tegen schaduw. Wintergroen met leerachtige
bladeren.. De bloemetjes zijn heel klein. Rode bessen. Je hebt mannelijke
en vrouwelijke struiken. De soort op de foto heeft een donkergroen blad.
Andere struiken hebben de bekende bonte bladeren. Maar die stonden minder
mooi in bloei. Hij kan het hele jaar gesnoeid worden. Hij zaait zich in de
tuin niet uit, maar kan in het voorjaar goed gestekt worden.
Viburnum tinus Bloeitijd: februari - april. Hoogte: 3m.
Wintergroen. De struik kan bij strenge vorst wat invriezen. Na de bloei in
het voorjaar kun je hem snoeien. Beschut en zonnig. Bij mij staat hij in
de halfschaduw. Inheems in het Middellandse-Zeegebied. Sneeuwbalhaantje (Pyrrhalta
viburni) kan veel schade veroorzaken. Zie kevers.
Weigela florida Bloeitijd mei juni. Dit jaar zelfs eind april.
De struik wordt ongeveer 2 meter hoog. Toen ik er kwam wonen stond hij er
al en zag hij er oud uit. Ik ben voorzichtig met snoeien anders ben ik
bang dat hij het niet overleeft. Vermeerderen: In oktober zet je
30cm lange scheuten in een kweekbed. Een jaar later heb je bewortelde stekken.
Ik ga het dit jaar eens proberen.
Hulst (Hex
aquifolium) Bloeitijd: mei. Het is geen uitbundige
bloeier, maar de bloempjes zijn het bekijken waard. De plant is tweehuizig.
Op
de foto: Het linker takje is van een vrouwelijke struik. Rechts van een
mannelijke struik. De bessen zijn giftig.
In mijn tuin staat op veel plaatsen de wilde vorm. Hij zaait zich overal uit.
In het begin is het een struik.
Later neemt hij de vorm van een boom aan en kan uiteindelijk wel 10 meter
hoog worden.Gelukkig groeit hij langzaam. Aan de zijkant wordt het een boom. De rest snoei ik. Dat kan het hele jaar. Hij is
wintergroen. Er bestaan vele kweekvormen. Zolang de grond niet te nat is, vindt hij alles goed. De
afbeelding met bessen vind je op de pagina "herfst". Het
harde witte hout wordt gebruikt voor inlegwerk en houtsneden.
Dit
jaar hebben ze wel veel last van wollige
dopluizen. Op de onderkant van
het blad zie je schildjes met een wit wollig spinsel, waarin de eitjes
zitten. De hulst lijdt niet onder. In het bos in de buurt
zitten ze ook.