Kenmerk: Vleugel met een ronde discaalcel, poten
met 3 kussentjes aan de tars. Maar dat is op deze foto's niet te zien.
Wapenvlieg omdat op hun schildje vaak enkele doorntjes staan. Er zijn geen
borstels en ze lijken net als de zweefvliegen op wespen of bijen.
Linkerfoto: een mannetje. Dat zie je niet alleen aan
de ogen, maar ook aan het goud gele glanzend achterlijf. Bij vrouwtjes is
dat metallic blauwgroen. Zie rechter foto.
De poten zijn zwart met gele knieën.
Het is een prachtig vliegje, dat meteen opvalt.
Lengte 7-9 mm, april - augustus.
De larve eet rottende plantendelen op de vochtige grond.
Nog twee foto's van een vrouwtje.
Sargus bipunctatus
Dit is ook een wapenvlieg. (geslacht Sargus) Er
zijn een aantal soorten, die op elkaar lijken. Het is een lange opvallende
vlieg.
Deze herken je door de twee witte vlekjes in het
gezicht.
Dit is een mannetje. Je herkent hem door de oranje vlek op het
groenglanzend achterlijf. Bij de vrouwtjes is het achterlijf bruin.
In Europa komt een heel aantal voor.
Lengte tot 16 mm.
De larven leven in mest.
Ze zijn vooral in september te zien.
Beris chalybata (geslacht
Beris)
Een kenmerk van het geslacht Beris zijn de
zes doorntjes op het schildje. Ze hebben een slank lichaam.
Beris chalybata zie je al vroeg. De vlieg
op de foto is op 30 april gefotografeerd.
Het achterlijf is zwart.
Een ander familielid is de Beris
morrisii, maar die komt pas later in het jaar voor.
Het vliegje op de foto was ongeveer 10 mm.
Foto 6-5-2010 Beris chalybata
mannetje. De achterpoten zijn bij de voet dikker.
Beris vallata hoogstwaarschijnlijk,
maar Beris clavipes lijkt er ook op. (geslacht Beris)
Als je goed kijkt zie je de doorntjes (stekels) op het schildje.
Microchrysa polita vrouwtje
Microchrysa polita mannetje
Microchrysa polita
Een klein wapenvliegje, dat metallic groen is.
Het mannetje heeft rode ogen.
Maart - september
Lengte 4-6 mm
De larve leeft van rottende planten. Je kunt ze
in de composthoop vinden.
Odontomyia tigrina
Lengte: ongeveer 10 mm.
Pachygaster atra
Dit kleine, zwarte wapenvliegje zag ik in juni 2009 op de gulden
roede.
Hij is te herkennen aan de vleugels, waarvan de eerste helft donker is.
Het mannetje heeft donkere antennes, terwijl het vrouwtje lichte antennes
heeft.
Larve: Onder de schors, in rottend hout en in bladafval.
Informatie van waarneming.nl. (Han bedankt voor determinatie)
In Nederland zijn er nog drie soorten, die er
oplijken.
Pachygaster leachii: De vleugels hebben geen donker gedeelte.
Zeldzaam: Eupachygaster tarsalis met ook
gedeeltelijk donkere vleugels, maar met een anders gevormd schildje.
Zeldzaam: Neopachygaster meromelas
Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl heeft geholpen met het
determineren. Met name Joke van Erkelens, Robert Heemskerk, Mark van Veen, Gerard Pennards
en Han Endt. Wat betreft sluipvliegen heb ik veel hulp bij diptera
gehad van Theo Zeegers.
Omdat de pagina over vliegen veel te
groot dreigde te worden heb ik subpagina's gemaakt van vliegenfamilies, waar ik
veel foto's van heb of waar ik dit jaar nog veel over wil toevoegen.