De Billbergia is een bromelia soort. Als een Bromelia uitgebloeid is, is het
moeilijk om de zijscheuten weer aan de bloei te krijgen. Bij de Billbergia is
dat geen enkel probleem. 's Zomers staat hij buiten. Ik was deze keer wat laat
met het naar binnen halen. De nachtvorst vond hij niet zo leuk. Vandaar de
lelijke bovenkant.
De foto er naast is een paar jaar later gemaakt (december
2006). De bovenkant heeft zich hersteld. Hij bloeit wat minder uitbundig.
Cactussen en andere succulenten vind ik fascinerende planten. Jammer genoeg
heb ik door de kastanjes in mijn tuin weinig licht in huis. Ik heb sinds 2007
een kasje, maar de meeste staan gewoon in de tuin. 's Winters staan een
aantal euphorbia's
in de kamer. De rest staat in de slaapkamers en in de
bijkeuken. Je ziet ook nog een Echinocactus.
De rechter foto is weer later genomen. (februari 2007). Alle planten op de
linker foto zijn nog in leven. Ze zijn wel van plaats en pot veranderd.
Een kijkje in de kamer.De potloodplant (Euphorbia
tirucalli) gaat al aardig
richting plafond. Je kunt hem gelukkig snoeien.
In de badkamer staat een graslelie (Chlorophytum comosum) Een van de meest voorkomende
kamerplanten denk ik. Een heel makkelijke plant. Hij houdt van licht (niet
te zonnig) Op de plek van de witte bloempjes ontwikkelen zich kleine plantjes,
die je weer kunt uitplanten, hoewel ze hangend aan de plant ook heel mooi staan.
Ze houden 's winters van koelte, maar overleven in de tuin zelfs een zachte
winter niet, heb ik gemerkt. 's Zomers voelen ze zich er prima thuis. Eind
van de zomer had ik veel te veel plantjes. Vandaar dat ik er maar een paar had
laten staan. Ik heb ook een geheel groene soort.
De Huernia is een makkelijke plant. Hij bloeit van het voorjaar tot de winter
en heeft niet veel licht nodig.
De cactus met de mooiste bloemen vind ik de Echinopsis leucantha (queen of
the night) Ze kunnen tegen heel lage temperaturen, als ze droog staan.
Omdat mijn clivia vol met schildluis zat, heb ik hem in het voorjaar maar
buiten gezet. Hij stond niet ideaal, want door de hete zomer verbrandden de
bladeren. Hoewel ze in Zuid-Afrika groeien, kunnen ze toch niet zo goed tegen het
felle zonlicht. Omdat ik niet van plan was, om hem nog binnen te halen, liet
ik hem staan. In de herfst veerde hij weer op. De lichte nachtvorst in december
overleefde hij zelfs.
Tot mijn stomme verbazing zag ik op 30 december, dat er twee bloemen verschenen.
Van de schildluis was geen spoor te bekennen. Toen heb ik hem toch maar weer
naar binnen gehaald. Als beloning stond hij half februari prachtig in bloei.
Normaal is de rusttijd van oktober tot december bij een temperatuur van ongeveer 10 graden
Celsius. Tijdens de bloei moet hij warmer staan en meer water krijgen.
Hieronder staat een aloë afgebeeld, die de winter ook heeft
overleefd. Een stekje staat in huis (eerste afbeelding) De plant, waar hij van af
komt, werd veel te groot. Hij gaat niet de hoogte in, maar breidt zich aan de
zijkanten uit. Vorig jaar heeft hij nog in de schuur overwinterd. Nu heb ik hem
maar buiten laten staan en er wat taxustakken over heen gelegd. Deze foto's
heb ik op 26 februari 2007 gemaakt.
Het stekken gaat heel gemakkelijk. Je haalt er een stukje af en binnen twee jaar
groeit hij de pot uit.